Review

Bolecka's hang naar de Poolse onschuld

Anna Bolecka: Een witte steen. Vert. Karol Lesman. De Geus, Breda; 189 blz. - ¿ 37,50.

Wat opvalt is de enorme tederheid waarmee de jeugd van Overgrootvader beschreven is. Bolecka tekent dan ook het verhaal van haar eigen overgrootvader op, ofschoon ze hem nooit heeft gekend. Op haar vijfde kwam zijn geest echter een keer op de rand van haar bed zitten. “Op dit bed zit iemand die je voor het eerst van je leven ziet. Het is de mens die je het dierbaarst is op aarde.”

Overgrootvader werd drie keer geboren. Zijn moeder overleed toen hij zeven was. De tweede keer herrees hij samen met zijn broertje en zusje uit het pasgedolven graf waar zijn familie de weesjes had achtergelaten. Zijn derde en werkelijke geboorte bestond uit de woorden: “Tante is uit medeleven van hem bevallen.”

Hier begint de geschiedenis van Overgrootvader. Hij valt op in het gezin van Tante, met zijn getaande huid en zwarte haren. Maar gezegend is dat anderszijn, omdat het Overgrootvader in staat stelt overal bij te zijn en tegelijkertijd een buitenstaander te blijven. Zo ondergaat hij het leven in en rond Kuromeki: de onafgebroken wisseling der seizoenen, de mystiek en de volkstradities. Maar ook het dagelijks leven in het stadje: het modderige marktplein met de kerk en de synagoge, de slaperige Oekraïense boeren, een jeremiërend Wit-Russisch omaatje en een embryo op sterk water achter de vensterruit van de barbier. Met krachtige zinnen, in zorgvuldig gekozen bewoordingen en met die enorme tederheid, weet Bolecka deze oude taferelen tot leven te wekken.

In de kracht van haar beschrijvingen doet ze daarbij niet onder voor een auteur als Isaac Bashevis Singer, haar grote voorbeeld. Net als bij Singer neemt het leven van de joodse Polen een belangrijke plaats in haar roman in. Maar waar bij Singer het lot van de joden centraal staat, dient dit thema bij Bolecka als couleur locale, om de vreedzaam samenlevende mengelmoes van volkeren die het toenmalige Polen was, te benadrukken.

Illustratief is de scène waarin Overgrootvader toeschouwer is van de genezing van zijn joodse vriendje Benko. Tante stelt voor om het ernstig zieke jongetje naar een kwakzalver te brengen, een goj. Op dit voorstel volgt een heftige ruzie tussen de moeder en oma van Benko. De moeder laat zelfs een varkentje slachten, opdat de kwakzalver het naakte kind in de opengereten buik van het beest kan leggen.

Heimelijk observeert Overgrootvader dit tafereel: “Benko lag daar als een embryo inelkaargedoken en uit alle openingen van zijn lichaam kwamen wormen naar buiten gekropen. Het waren er honderden. Kleine en grote, witte en roze. Ze krioelden, trilden en het was net of het varkentje weer begon te leven.”

'Een witte steen' zit vol met deze romantische beelden en anekdotes. Maar naarmate 'de zomer van zijn jeugd' verder achter hem ligt, begint de magie rond Overgrootvader te verdwijnen en wordt het leven platter en oninteressanter.

De titel van haar roman heeft Bolecka ontleend aan een citaat van Carl Gustav Jung: “Dan val ik weer uit de hemel als een witte steen. (. . .). Voor iedereen ben ik verborgen, en toch blijf ik onaangeraakt door de verandering van de tijd.” Daarmee maakt Bolecka 'Een witte steen' tot meer dan een schildering van het Poolse plattelandsleven. Het is een roman over de mysterie van het zijn. Overgrootvader staat daarbij voor de oneindigheid, de eeuwigdurende herhaling van de cyclus van het leven. Om die reden wordt hij overal Overgrootvader genoemd, ook als hij nog een kind is.

Er klinkt een sterke hang naar het verleden in deze tweede roman van Bolecka (de eerste roman 'Vlucht naar de hemel', die in 1989 verscheen en nog niet is vertaald, ging over de Stalin-periode in de jaren vijftig). De auteur bevestigt dit in een interview: “Mijn grootste zorg is de verwijdering van de mens van de natuur. De natuur is en blijft de moeder. Vroeg of laat moeten mensen zich dat realiseren. Die mythische binding die oude culturen vroeger hadden met de natuur en de godsdienstige rituelen die daaruit voortkwamen, vertegenwoordigen voor mij een verloren idylle.”

De vraag is of de meeste Polen op deze 'verloren idylle' zitten te wachten. Blijkens een artikel van vertaler Karol Lesman onlangs in de NRC blijft een deel van de Poolse literaire kritiek roepen om die ene roman die afrekent met ruim vier decennia communisme. Niks idylle dus. “Het is net of ze betreuren dat de vorm waarin de schrijver van nu zijn verhaal vertelt, niet langer beantwoordt aan de tot voor kort heersende literaire canon”, stelt Lesman.

Het is een kwestie van wennen voor de Polen, dat ook deze nieuwe literatuur alleszins de moeite waard is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden