Boksen en werken in plaats van stelen

reclassering | Hoe krijg je jonge delinquenten op het rechte pad? Een goed sociaal netwerk helpt beter dan het uitdelen van straffen of gedragstherapie. De nieuwe aanpak: haal er een familielid, sportleraar en werkgever bij, die in zo'n gast geloven.

Hij jatte altijd al. Sleutelhangers, zelfs een flippo op de tafel van een klasgenoot was niet veilig. "Als er iets voor het grijpen ligt, probeer ik er aan te komen, ook al heb ik het niet nodig." Bram Keeris is niet een stereotiep crimineeltje uit een slechte buurt of een moeilijk gezin. Zijn ouders zijn weliswaar gescheiden, maar met zijn stiefvader kan hij het al twintig jaar goed vinden. Lieve, mensen, zegt hij zelf. Zijn stiefvader werkt in de bouw, moeder in het speciaal onderwijs.

Toen school niet wilde, zakte hij af naar blowen, hangen en stelen. Echt veel stelen: fietsen maar ook sommen geld van zijn baas. Bram, inmiddels 21, trekt de la van een glanzend wit tafeltje open. Zijn hele appartement in Nijmegen is wit, afgezien van een zachte bruine bank op een antraciet kleed. Strakke inrichting. De meer persoonlijke spullen: een bacardifles en een waterpijp. Uit de la komen een wietwalm én een enorme bos sleutels: een trofee uit het verleden. Tientallen fietsen en brommers heeft hij gejat. Het is bijna een talent. "Anderen zouden er best jaloers op kunnen zijn," zegt hij droog. "Ik zie het meteen als een deur of kassa open staat. Bij een stalling loop ik zo naar een fiets waar de sleutel nog in zit."

Hij heeft een open houding, open blik en knalblauwe ogen. Vroeger al mocht iedereen hem, vertelt Bram. Ook op de praktijkschool werden leerkrachten nooit echt boos. "Soms vroeg ik zelf of ik even naar buiten kon en dat mocht dan nog ook! Ik was echt een kutkind, maar kreeg alles voor elkaar."

Zijn open houding is zijn kracht, zegt jeugdzorgwerker Arjanne Caniels. Zij doet de 'reclassering', wat letterlijk betekent dat ze hem een plaats moet teruggeven in de maatschappij. Na tientallen taak- en leerstraffen probeert haar organisatie, de William Schrikker Groep, het nu met een kleine groep mensen, zijn moeder voorop. Caniels regelde een woning, waar hij kan terugvallen op begeleiding. Bij een leerbedrijf leert hij meubels maken. En twee keer in de week traint hij zijn agressie weg bij de kickboksschool van Masidi Degener. Ook dat is een belangrijke steunfiguur. Bij hem komt Bram al sinds zijn veertiende.

In de boksschool kan hij meteen revalideren. Een half jaar geleden reed Bram zich overhoop met een gestolen motor. "Een boete voor roekeloos gedrag, onverzekerd rondrijden en een gebroken schedel. Eén grote zooi", vat hij samen. Hij moet zijn geheugen opnieuw trainen en is vaker vermoeid. Soms breekt het zweet hem uit.

Het heeft ook wat in gang gezet, becommentarieert Caniels. "Door het ongeluk heeft hij heel wat stappen terug moeten doen, maar hij weet nu ook dat er iets moet veranderen." Soms worden haar cliënten echt ouder en wijzer, ziet de jeugdzorgwerker. "Bij de puberteit hoort ontkenning. Als je alles al verkloot hebt, is het niet zo moeilijk om terug te vallen in je oude gedrag. Maar nu heeft hij een mooi appartement, een rustiger leven. Hij heeft wat te verliezen."

Die stijgende lijn ziet ze heus niet bij al haar cliënten, ze heeft er twintig. "Ik weet wel wie ik naar voren schuif", lacht ze. "Bram is een succesverhaal."

De nieuwe aanpak van de William Schrikker Groep houdt in dat jongeren omringd worden door voor hen belangrijke figuren. Mensen die betrokken zijn en hen in de gaten houden, maar vooral mensen die potentie zien.

De theorie komt van Fergus McNeill. Deze hoogleraar Criminologie en Sociaal Werk aan de Universiteit van Glasgow, was dit voorjaar nog op een jeugdcongres in Nederland. Jeugdreclassering oude stijl focust vooral op delictgedrag, op problemen en risico's en hoe herhaling te voorkomen.

Onderzoekers als McNeill analyseren de levensverhalen van personen die stoppen met het plegen van delicten (desisters) en van personen die volharden (persisters). Hij benoemt de factoren die van invloed zijn. Er zijn zaken die stimuleren - een baan, sport, creatieve uiting - en zaken die frustreren - verlies, ziekte, beperkte capaciteiten.

Afgezien van een gedragsverandering - geen delicten meer plegen - vergt desistance ook een verandering van identiteit. De jongere identificeert zich niet meer met de delictpleger die hij was. Belangrijkste is misschien wel het derde deel: dat hij het gevoel heeft 'er weer bij te horen'. Soms wordt dat simpelweg niet bereikt omdat de samenleving, school of een werkgever, niet meewerkt. Jongeren komen maar moeilijk af van het stigma van ex-crimineel.

Samen met de Jeugdbescherming Noord en enkele gemeenten probeert de William Schrikker Groep de nieuwe aanpak uit bij vijftig jongeren die onder jeugdreclassering vallen, zoals Bram Keeris. Het klinkt logisch, die kring van positieve medestanders, maar het gaat niet vanzelf, zegt Arjanne Caniels. Niet elke 18-plusser ziet zijn ouders als het juiste rolmodel. Instanties zijn geneigd eerst hun eigen hulpaanbod aan te boren.

Sportcoach

Een centrum voor orthopsychiatrie in Nijmegen wilde Bram bijvoorbeeld eerst naar de eigen agressieregulatietraining sturen. Caniels regelde dat hij naar de vertrouwde sportcoach in het dorp van zijn ouders kon. En dat de lessen gefinancierd worden.

Moeder Linda de Geus is de belangrijkste figuur voor Bram. Zij steunt hem in alles, ze bellen elkaar elke dag. Er is een tijd geweest dat ze niet zo trots op hem was, vertelt ze op een vrijdagmiddag in de sportschool. "Al van jongsaf waren er kleine boevendingetjes, kattekwaad. Al had hij zelf niets gedaan, hij stond er altijd bij. Wij hielden hem in de gaten als hij buiten speelde. Op het speciaal onderwijs was er een leerkracht die precies wist hoe Bram in elkaar stak. Maar je kunt er niet altijd bij blijven. Zeker niet als ze de puberteit ingaan."

Op zijn negende werd een verlaagd IQ geconstateerd én ADHD. "Geen stuiterbal, maar chaos in zijn hoofd", zegt moeder. Hij zakte steeds verder af. Foute vrienden, veel blowen, vechten.

Stelen deed ie vaak alleen. Om de kick, denkt Bram zelf. Bij de bakkerij waar hij werkte haalde hij 600 euro uit de kas, gewoon omdat het kon. "Ze wisten niet dat ik het was, ik heb het de hele dag in mijn zak gehad." In het café waar hij werkte, gebeurde hetzelfde. En dat waren vrienden van zijn ouders nota bene. "Op het moment denk ik daar niet aan", zegt Bram. Een impulscontrolestoornis, verklaart jeugdzorgwerker Arjanne Caniels. Eerst handelen, dan denken.

De caféhouders gaven hem aan. Bram heeft nooit echt in detentie gezeten, wel veel in de rechtbank. En altijd kreeg hij taak- of leerstraffen, zoals een verplichte cursus om van verslaving of agressie af te komen.

Linda de Geus noemt instanties met de prachtigste namen. Inzicht, Karakter, Kairos - wat Grieks is voor Het Geschikte Moment. Maar het klikte niet altijd met de jobcoaches en therapeuten. En op een gegeven moment was het gezin het zat.

De Geus: "Hij heeft nog een broer en zus, maar alles draaide om hem. Hij blowde veel, was 's nachts op pad en lag overdag tot vier uur in zijn bed." 'Toen was het voor hen ook toedeledokie', snapt Bram.

Grens

Hij werd een half jaar opgenomen in een instelling, met dagbesteding en psychische hulp. Linda: "Ik krijg nog een brok in mijn keel als ik eraan denk. Echt zo'n ouderwetse afdeling met lange gangen en ijzeren deuren. Maar dat maakte ook duidelijk dat mijn grens was bereikt." En toen kwam jij, zegt ze tegen Arjanne. "We hebben haar voor het leven gecontracteerd," grapt ze.

Toch is dat nou juist niet de bedoeling, benadrukt de William Schrikker Groep. De jeugdreclasseerder zoekt steunende rolmodellen, legt contact met werkgevers, helpt eventueel bij een woning en geeft hoop op momenten dat een cliënt, of zijn omgeving, het niet meer ziet zitten.

Maar, beseft Arjanne Caniels: "Ik kom niet gezellig op de koffie. Ik zet dingen in gang, maar Linda marcheert hier echt voorop. Bram moet leunen op zijn eigen netwerk, niet op hulpverleners." Op 26 november 2018 loopt de reclassering af. Caniels weet de einddatum uit haar hoofd.

Masidi Degener blijft. Eigenlijk is hij ook een hulpverlener. Hij vangt hangjongeren op, traint ze, leert ze omgaan met emoties, maar bemiddelt net zo lief met jeugdwerkers, pleegzorg of ouders. De bokstrainer is meer dan een vangnet, zegt moeder Linda de Geus. "Met Masidi is er een klik. Er is vertrouwen, ze spreken dezelfde taal. Bram kan ook in het weekend bij hem terecht." Degener maakt graag tijd voor Bram: "Het is altijd een goeie jongen geweest, met veel potentie." De trainingen voelen nooit als een verplichting, zegt Bram op zijn beurt. Dat zou ook niet werken, reageert Degener. "Je weet hoe ik ben, je moet zelf de stappen zetten."

Ook vanmiddag werken ze zich samen in het zweet, maar het is niet zomaar rammen tegen een bokszak of stootkussen. "Als hij een rotweek heeft gehad, bespreken we dat eerst", vertelt Degener. "Vervolgens kan hij het gebruiken. Hij roept frustraties op, vervelende voorvallen. Kwaad maken en stoten."

Bakker

Als na 30 seconden een doordringende piep klinkt, is het rust. "Ademhaling aanpassen, hartslag naar beneden", legt de coach uit. "Niet het limbische, emotionele deel van het brein aanspreken, maar het rationele. Dat is ook iets wat hij in het gewone leven kan toepassen. Schakelen."

"Het is ook kostenbesparend", zegt Arjanne Caniels nuchter. "Dan blijven de deuren in huis mooi heel." Ze ziet een stijgende lijn. Linda de Geus ook, maar het is dun. "Ik verbeeld me niks. Een misstap kan altijd."

Bram zelf ziet dat zijn vrienden het gaan snappen. Ze komen niet meer naar zijn mooie appartement om de koelkast leeg te eten of tot middernacht te hangen. En de bakker heeft pas nog gezegd dat hij hem wel terug wil. Bram snapt het zelf ook niet goed. "Dan zitten ze kennelijk erg omhoog."

Caniels wijst kalm op de veranderingen. "Vroeger had je altijd dure spullen, nu ben je blij met een broek van vijftien euro bij de Primark, omdat je het zelf hebt verdiend. Je hebt al een jaar niet meer gestolen." Bram grinnikt: "Pas zag ik een kinderfiets met de sleutel er nog in. Ik heb toen netjes aangebeld."

Nu nog het derde punt uit de desistancetheorie. Onlangs was er een feest waar Bram niet heen kon. "Het meisje mocht me niet uitnodigen van haar ouders. Veel mensen denken dat ik nog hetzelfde ben." Dat komt wel, reageert Masidi Degener. "Als je deze lijn doorzet, zien mensen echt wel dat je aan jezelf werkt. Alles heeft tijd nodig."

Bram met zijn moeder Linda en bokstrainer Masidi Degener. Foto Koen Verheijden

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden