Boggs zij met ons

De Amerikaanse kunstenaar JSG. Boggs maakt geld. En betaalt daarmee; Boggs slaagt erin met een nagetekend biljet van duizend dollar een hamburger te kopen en 997 echte dollars terug te krijgen. Boggs was onlangs in Nederland. Kunsthistoricus en econoom Olav Velthuis sprak met hem.

De Amerikaanse kunstenaar JSG. Boggs maakte in 1984 in Chicago op een servet een tekening van het cijfer 1, die een serveerster aan een dollarbiljet denken. Ze vond de tekening zo mooi, dat ze Boggs prompt vroeg zijn rekening van 90 dollarcent ermee te voldoen. En gaf hem daarop tien dollarcent wisselgeld. Sindsdien tekent Boggs met een fijne pen bankbiljetten.

Van valsmunterij is geen sprake; een oogopslag is voldoende om het getekende biljet van een origineel te onderscheiden. Zo laat Boggs de achterkant van het geld blanco en brengt hij op de voorkant allerlei kwinkslagen aan. In plaats van In God we trust staat er op een oranje-rood vijftig dollarbiljet Red gold we trust. Op een biljet van honderd Zwitserse frank prijkt zijn zelfportret als angry young man. En op een biljet van tien dollar heeft Boggs het gebouw van het Amerikaanse ministerie van financiën vervangen door dat van het hooggerechtshof. En hij signeert zijn biljetten, soms als 'thesaurier van kunst', andere keren als 'secretaris van maatneming'.

Wat Boggs betreft begint de kunst pas als het biljet af is, en hij op zoek kan gaan naar iemand die zijn werk als betaalmiddel accepteert. De afgelopen vijftien jaar is hij erin geslaagd voor enkele miljoenen guldens aan transacties uit te voeren. Onder meer een motorfiets (Harley Davidson), vele horeca rekeningen, overnachtingen in luxueuze hotels, vliegtickets, kleding, kunstwerken en zeldzame bankbiljetten kocht hij met zijn eigen geld.

In de Amerikaanse stad Portland kocht Boggs twee jaar geleden een hamburger met een nagetekend duizend-dollarbiljet, en ontving voor 997 echte dollars aan wisselgeld. Al deze transacties houden het midden tussen een normale, alledaagse besteding van geld, een directe ruil van een origineel kunstwerk tegen een consumptiegoed, en een artistieke performance die slechts zijdelings met economie te maken heeft.

Voor zijn meest recente project, dat in januari begon, liet Boggs in honderdduizendvoud de nieuwe Amerikaanse één-dollarmunt, de zogenaamde Sacagawea-dollar, namaken. In Amerika wilde niemand zijn handen branden aan de klus, maar uiteindelijk vond hij een Chinees bedrijf bereid de munten te slaan. De rekening werd betaald met een Boggs-biljet van vijfduizend dollar. Boggs eigen versie van de munt is net iets groter dan het origineel. Zesduizend munten heeft hij ondertussen uitgegeven, waarvan 1300 in ruil voor 150 gram ongemunt zuiver goud.

Eenvoudig komen die transacties overigens niet tot stand. ,,Denk je dat ze hier Boggs-geld accepteren?'', vraagt hij in het Amsterdams café waar ik hem spreek. Boggs drukt me op het hart niet tussenbeide te komen en loopt met een glimlach naar de bar. Hij gooit al zijn charme in de strijd, vertelt dat hij kunstenaar is, dat hij zijn eigen geld maakt, en dat hij dat geld niet alleen maakt maar ook uitgeeft. ,,Vandaag zou ik deze plastic munten graag bij u uitgegeven. Ze vertegenwoordigen ieder de waarde van één dollar. Ik zou dus graag met drie munten twee consumpties willen bestellen. Gaat u daarmee akkoord?''

De barvrouw twijfelt, maar nog voor ze kan antwoorden komt haar echtgenoot tussenbeide: ,,Met namaakgeld betalen kan niet, dat is kunstenmakerij.''

De afgelopen vijftien jaar leverde Boggs' geldkunst ook agressieve reacties op zoals messentrekkerij en bedreiging met een vuurwapen. In Engeland, Australië en de Verenigde Staten leidden zijn transacties tot rechtszaken wegens valsmunterij. Bijna tien jaar procedeert Boggs reeds tegen de Amerikaanse geheime dienst, die 1300 voorwerpen uit zijn atelier in beslag nam.

Die vijandige reacties worden gecompenseerd door de artistieke en financiële erkenning voor zijn werk. Boggs' geld is te vinden in de collecties van het Londense British Museum, het Museum of Modern Art in New York en de Smithsonian Institution in Washington. Een complete transactie - dat wil zeggen: Boggs' nagetekende biljet, het wisselgeld dat hij terugkreeg, en het artikel dat hij met zijn geld aankocht - is bijzonder in trek bij verzamelaars. Vorig jaar verwisselde zo'n transactie voor 420 000 dollar van eigenaar. Voor een handtekening vraagt hij tweeduizend dollar, terwijl glossy zakentijdschriften als het Amerikaanse Forbes duizenden dollars moeten betalen om zijn werk te mogen afbeelden.

Zo beantwoordt de kunstenaar aan het stereotype van de doortastende, commerciële kunstenaar. Maar Boggs ziet zichzelf vooral als conceptueel kunstenaar, die mensen aan het denken wil zetten, en pas in tweede instantie als namaker van geld. Zijn werk stelt ons rotsvaste geloof in de waarde van geld op de proef, en doorbreekt de vermeende uniformiteit van geld in onze moderne, kapitalistische economie.

Door zijn eigen geld te maken voert Boggs de economie terug naar een tijd waarin geld allesbehalve uniform was. Die tijd ligt minder ver achter ons dan we denken. Tot in de negentiende, en in sommige landen zelfs tot in het begin van de twintigste eeuw was er een ratjetoe aan muntsoorten en bankbiljetten in omloop.

In de Verenigde Staten, bijvoorbeeld, werd de dollar pas in 1928 gestandaardiseerd; daarvoor kon vrijwel iedere bank zijn eigen biljetten uitgeven. Centrale banken, die in veel landen in de negentiende eeuw werden opgericht, moesten toezicht houden op de circulatie van geld en orde scheppen in het warrige monetaire verkeer. De uniformiteit van geld als ruilmiddel nam rond de eeuwwisseling snel toe, terwijl de uitgifte van geld werd gemonopoliseerd door de staat.

In diezelfde tijd schreef de Duitse socioloog Georg Simmel in zijn hoofdwerk 'Die Philosophie des Geldes' dat geld uiteindelijke een destructieve kracht is. Geld, dat ,,kleurloze'' en ,,onverschillige'' equivalent, bedekte de moderne wereld met een matte, grijze toon, aldus Simmel. Geld bracht de meest uiteenlopende goederen en transacties onder dezelfde noemer. Ook sociale relaties kwamen onder druk te staan, zo stelde Simmel, omdat zij de gedaante gingen aannemen van economische transacties waarin met harde munt wordt afgerekend.

In een laat antwoord op Simmel liet de Amerikaanse socioloog Viviana Zelizer ('The Social Meaning of Money', 1994) zien dat mensen wel degelijk in staat zijn zich tegen die destructieve kracht van geld te weren. In de tweede helft van de negentiende eeuw, toen het monetaire verkeer in hoog tempo werd gestandaardiseerd, begonnen veel huishoudens onderscheid te maken tussen verschillende soorten geld. Zij oormerkten geld voor specifieke doelen: drinkgeld, vakantiegeld, zakgeld, kleedgeld. Bovendien legden huishoudens een directe koppeling tussen de herkomst van het geld en de meest geëigende besteding ervan. Zo deden ze de vermeende uniformiteit van geld gedeeltelijk teniet.

Op het ogenblik bestaat er een vergelijkbaar spanningsveld. Enerzijds neemt de uniformiteit van geld toe. Zo verdwijnen door de invoering van de euro maar liefst elf munteenheden in één klap. Door het toenemend gebruik van creditcards en pinpas komt geld er in zijn materiële vorm van biljetten en munten steeds minder aan te pas; in de nieuwe wereldeconomie is het gebruik van geld alleen nog waarneembaar in de vorm van verspringende getallen op de beeldschermen van computers. Koren op de molen van Simmel, zo lijkt het.

Maar er tekent zich ook een omvangrijk en divers verzet af tegen deze verdere standaardisering van het monetair verkeer. Kijk naar de republieken die door het uiteen vallen van de Sovjet-Unie en door de Balkancrisis zijn ontstaan: zo snel mogelijk proberen ze een eigen munt in te voeren, als symbool van nationale eenheid. De Denen stemden afgelopen najaar niet voor niets tegen de invoering van de euro in hun land. En op internet, waar je triomfen zou verwachten van het uniforme geld, ontstaan nieuwe elektronische munteenheden zoals e-gold. En tot slot valt op hoeveel lokale, alternatieve munteneenheden de afgelopen jaren in omloop zijn gekomen, zoals de Britse lets (Local Exchange and Trading Schemes), Itha ca-geld in de gelijknamige Amerikaanse universiteitsstad, of het Amsterdamse Noppes, een initiatief van actiegroep Strohalm. Net als Boggs leggen veel burgers zich niet neer bij de universaliteit van het geld.

De vraag is natuurlijk waaraan al deze nieuwe, alternatieve munteenheden hun waarde ontlenen. In Boggs' kunst lijkt het antwoord besloten te liggen.

Als iemand beweert dat Boggs' geld niet echt is, reageert de kunstenaar met gespeelde verbazing. Waarom zou zijn geld minder echt zijn dan het geld waaraan we zijn gewend? Glimlachend zegt hij: ,,Het kost de centrale bank maar een paar cent om biljetten te drukken, terwijl ik er vele uren in moet steken.'' De waarde van geld berust uiteindelijk op een afspraak, wil Boggs maar zeggen. Veel mensen denken nog steeds dat je papieren biljetten tegen goud kunt omruilen bij De Nederlandsche Bank, maar dat is sinds 1936 al niet meer mogelijk. Het feit dat iedereen een bankbiljet als waardevol accepteert berust zuiver en alleen op vertrouwen. Vandaar dat in het verleden een keur aan objecten - parels, paardendekens, kralen, rijst, zout, goud, speelkaarten en sigaretten - als ruilmiddel kon dienen. Maar omdat de meeste van deze ruilmiddelen nauwelijks deelbaar, vervoerbaar, of houdbaar waren, hebben ze de tand des tijds niet weerstaan.

Dat de waarde van geld op vertrouwen is gebaseerd, wordt onderstreept door een andere Amerikaanse geldkunstenaar, David Gregharth, die een stempel op bankbiljetten drukt met de tekst I am not a dollar. ,,Hij heeft gelijk'', legt Boggs uit. ,,Uiteindelijk is dit biljet helemaal geen dollar, het is hooguit een representatie ervan. Het bankbiljet is echt, maar de dollar zelf is uiteindelijk een abstractie, net als God.''

Volgens Boggs stammen het geloof in God en het gebruik van geld uit dezelfde, prehistorische tijd. Daarvan zijn nu nog de sporen te vinden. Het Engelse woord redeem wordt zowel gebruikt voor het te gelde maken van een cheque als voor het verlossen van zonden. Het woord 'krediet' stamt rechtstreeks af van het Latijnse woord voor 'geloven'. Op Nederlandse munten staat de tekst 'God zij met ons', terwijl op Amerikaanse bankbiljetten de tekst In God We Trust prijkt.

Hoe makkelijk dat vertrouwen in de economie ondermijnd kan worden bleek afgelopen jaar, toen investeerders miljarden guldens kwijtraakten door in elkaar zakkende beurskoersen van internetbedrijven. Net zo mysterieus als de waardevernietiging in de interneteconomie, is de waardecreatie die Boggs realiseert. Zonder enige officiële instantie, en al helemaal geen centrale bank, pompt hij uit het niets 100 000 munten in de economie, met een nominale waarde van evenzoveel dollar. De reële waarde ligt zelfs een stuk hoger, want nog geen maand na hun uitgifte werd een complete set munten, zes in getal, via het Amerikaanse on-lineveilinghuis Ebay verkocht voor 87 dollar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden