Review

Boevenjacht populairst bij Kinderjury

Wim Daniëls: 'Daan verliest en verliefd', van Holkema en Warendorf, 132 p., Fl. 19,90, v.a. 13 jaar; Thea Beckman: 'De verloren schat', Lemniscaat, 111 p., Fl. 22,50, v.a. 10 jaar; Lineke Dijkzeul: 'Een muis met klauwen', Lemniscaat, 182 p., Fl. 26,50, v.a. 10 jaar.

De Kinderjury is om twee redenen belangrijk: zij werkt als een gigantisch leesbevorderingsproject, en dit begint uit te groeien tot een ware publieksprijs voor het kinderboek vanaf zes jaar. Bij alle kritiek van jeugdliteraire critici op de kwaliteit van de boeken die de kinderen kiezen - zo ook hieronder - blijft dit stormvast overeind staan.

Vorige week werden de genomineerden bekendgemaakt in de drie leeftijdscategorieën. Wetend dat de meeste kinderen voor lectuur in plaats van literatuur kiezen, is in de leeftijdsgroep van zes tot en met negen jaar de keuze voor 'Jubelientje leert lezen' van Hans Hagen verrassend: een verrukkelijk boekje, waarin een meisje het leren lezen ervaart als een fantastische ontdekking. Ook Rindert Kromhout behoort tot de literaire auteurs die meestal hoog scoren bij de Kinderjury. Ditmaal met 'Erge Ellie en Nare Nellie', over twee weinig voorbeeldige meisjes. Bij vergelijking van de Kinderjury-nominaties van alle zeven jaren valt trouwens op dat de meest literaire auteurs steeds vooral in die jongste leeftijdsgroep opduiken: Paul Biegel, Max Velthuijs, Rindert Kromhout, Ted van Lieshout, Roald Dahl en nu dus Hans Hagen. Alleen Veronica Hazelhoff hoorde vorig jaar met 'De bijenkoningin' tot de vijf meest populaire auteurs van de hoogste leeftijdsgroep. Blijkbaar zijn het dus vooral kinderen boven tien jaar die voor het gemakkelijk consumeerbare verhaal kiezen. Vooral boeken over misdaad en verliefdheid doen het goed.

De genomineerde boeken in de leeftijdsgroepen van tien tot en met twaalf en dertien tot en met zestien wekken dan ook geen verbazing. Op een na zijn alle auteurs oude bekenden in de Kinderjury.

Bijzonder trendy is 'Daan verliest en verliefd' van Wim Daniëls, die ook met zijn vorige boek, 'Dingen van Daan' (1991), al veel succes had bij de 13- tot 16-jarigen. Een eindexamenkandidaat vertelt in een dagboek-achtige opzet à la 'Adriaan Mole' wat hem bezighoudt, en dat is vooral dat zijn verkering uit is. Dat gebeurt in een taalgebruik dat Cor Hoppenbrouwers' 'Jongerentaal' uit 1991 in één klap hopeloos verouderd maakt. Het boek is vermakelijke, lichte kost. Sterk is dat het komische en modieuze verderop ingebed blijken te zijn in een serieuze basis, waardoor het grappige echt grappig kàn zijn en zelfs ontroering een plaats krijgt.

Twee auteurs zijn zowel in de leeftijdsgroep 10-12 als 13-16 genomineerd: Thea Beckman met 'De verloren schat' en Lieneke Dijkzeul met 'Een muis met klauwen'.

Over 'De verloren schat' kan ik kort zijn: het is het slechtste boek dat Thea Beckman ooit geschreven heeft: een goedkoop in elkaar geflanst en kitscherig vluggertje. Hoewel ik vanwege haar clichématige stijl geen fan ben van Thea Beckman, heb ik altijd waardering gehad voor haar degelijke historisch onderzoek: zo heeft zij zich voor 'De stomme van Kampen' (1992) goed ingeleefd in de wereld van een doofstomme schilder, Hendrik Avercamp, in de zeventiende eeuw. Maar 'De verloren schat', waarin twee jongeren uit verveling in de paasvakantie wel even een historische schat zullen opgraven, rammelt niet alleen stilistisch, maar ook inhoudelijk aan alle kanten. Onbegrijpelijk dat zelfs jongeren van dertien tot en met zestien jaar, bij wie je toch een behoorlijk kritisch vermogen mag verwachten, daar ingetrapt zijn.

'Een muis met klauwen' van Lieneke Dijkzeul is een betere keus. Het is Dijkzeuls derde jeugdroman, na 'Hou je taai' (1990) en 'De tweede viool' (1991) dat in '92 genomineerd werd door de Kinderjury. Lieneke Dijkzeul schrijft in de naturalistische traditie van Anke de Vries - en in mindere mate Jan Terlouw - waarbij de emancipatie, het mondiger worden van kinderen, voorop staat. Evenals bij hen zijn de hoofdpersonen bij Lieneke Dijkzeul positief ingestelde kinderen van een jaar of twaalf, dertien, die zich met veel doorzettingsvermogen door problemen heen vechten. En in alle drie haar tot nu toe verschenen jeugdromans weeft zij daar een dosis misdaad doorheen. Kinderen op boevenjacht, een populairder recept is nauwelijks denkbaar. Maar in 'Een muis met klauwen' werkt zij dit redelijk genuanceerd uit. Hoofdpersoon is Merel Muys, een meisje van twaalf dat in de klas Muis genoemd wordt en gepest wordt omdat ze nogal bang is en dus een dankbaar slachtoffer is. Haar oudere broer, Peter, is werkloos, maar helpt 's avonds in een pompstation. Daar wordt hij overvallen, net op het moment dat Merel en haar vader komen tanken. De overvaller vlucht weg in de auto van Merels vader. Merel zit nog in de auto en maakt bange uren door. Als hij haar vrijlaat bij haar school, heeft Merel een sleutel in haar handen. De sleutel blijkt niet van haar ouders te zijn, maar van de overvaller. Samen met het enige klasgenootje dat haar níet pest, Frank, gaan ze op onderzoek uit. En natuurlijk niet tevergeefs. Hun onderzoek wordt een testcase voor Merels moed. Ze staat doodsangsten uit, maar om bij Frank niet laf over te komen, en later met de moed der wanhoop, overtreft ze zichzelf. In een spectaculair slot wordt de boef gepakt en Merels positie in de klas verandert van pispaal in heldin.

Er valt veel op het boek aan te merken. Merels moeder en broer zijn cliché-typen: een passieve, slovende huisvrouw en een werkloze LTS'er die de hele dag achter de buis hangt en 's avonds wat bijklust. De redenen waarom de kinderen de politie er niet bij halen, maar de zaak zelf willen uitzoeken, overtuigen niet. Dijkzeuls opvattingen over jeugdliteratuur komen tevoorschijn, als Merel bij Frank op zijn kamer is: Frank heeft zijn 'Alice in Wonderland' geruild voor 'Arendsoog', want hij houdt niet “van dat diepzinnige geleuter, dat er steeds iets anders staat dan wat ze eigenlijk bedoelen”. Toch nuanceert Dijkzeul ook: Merel vond 'Alice' moeilijk, maar wel mooi. Dat nuanceren doet ze ook door de overvaller een menselijk gezicht te geven: het is geen geboren slechterik, maar een kansarme jongere, nerveus en zonder vrienden. Ook Merels broer krijgt in het ziekenhuis een menselijker gezicht, en Merel zelf krijgt meer zelfvertrouwen. Dat maakt van 'Een muis met klauwen' nog geen ijzersterk, maar wel een sympathiek boek, dat stukken beter is dan Dijkzeuls eerste jeugdroman.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden