Boerenland richt zijn toekomst in

De 'gebiedsambtenaar' rukt op, de overheidswerknemer die niet een portefeuille beheert, maar een regio of een wijk onder zijn hoede heeft. Deel 1 van een korte serie: de landschapsmanager.

Op een eiland gaan de dingen vaak net iets anders. De Alblasserwaard -midden in Zuid-Holland, maar van andere streken gescheiden door Lek, Linge en Merwede- is vooral bijzonder doordat een bekende wet er niet geldt. De wet van de destructieve uitvinding.

Ga maar eens langs een van de watergangen rijden, zegt landschapsmanager Sjoerd J. Veerman. Je vindt er naast elkaar de windmolen, het dieselgemaal, het eerste elektrische gemaal en het nog maar pasgebouwde computergestuurde gemaal.

Het oude niet weggooien simpelweg omdat het oud is, je moet er maar opkomen. De Alblasserwaard is een behoudende streek. Veerman, een Fries die zelf in de Krimpenerwaard woont, aan de overkant van het water, is van die mensen gaan houden.

Neem alleen al die N.O.Z.-bordjes in de Krimpenerwaard. De norse mededeling die fietsers en wandelaars doorstuurt omdat eieren of fruit Niet Op Zondag verkocht worden. Niet dat ze in de Alblasserwaard zoveel minder godvrezend zijn, maar ze brengen het anders, hoorde hij in de boerenvereniging Den Hâneker. Hun bordjes melden dat ze geopend zijn van maandag tot en met zaterdag.

In Den Hâneker (de naam betekent 'mannetjesgrutto' in de streektaal) zijn de ideeën geboren die leidden tot zijn baan. Voluit is het een 'Vereniging voor Agrarisch Natuurbeheer', waar behalve boeren ook gewone burgers in zitten. En voluit is het werkgebied: de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden. De Vijfheerenlanden liggen ten oosten van de Zouwendijk, die sinds 1277 tussen de Linge en de Lek een barrière opwerpt voor water dat uit het oosten komt afzakken en dat niet via de grote rivieren wil doen. En ze lopen tot aan de Diefdijk, die sinds 1300 hetzelfde doet voor water dat van nog hogerop komt, uit de Betuwe.

In beide streken waren de boeren halverwege de jaren negentig bang dat de provincie Zuid-Holland er een hek omheen zou zetten. Stedenbouw in de Drechtsteden en Vianen, en daartussenin een reservaat. Met mooie door koeien begraasde kavels, waaraan je nog mooi kunt zien hoe het boerenland strook voor strook werd ontfutseld aan het veenmoeras tussen de rivieren. Maar waar een boer in de 21ste eeuw zijn brood niet meer kan verdienen.

Veerman steekt de bewondering voor zijn broodheren niet onder stoelen of banken. Er werd een landschapsplan in elkaar getimmerd. Niet zo een waarin staat wat er allemaal wel en niet mag, een plan dat zich blindstaart op het kwaad van het sloten dempen of van het kappen van geriefbosjes. Niet de weg staat erin, maar het doel.

En de hele streek dacht mee, van de twaalf gemeenten tot het waterschap tot de ondernemersvereniging en tot vele particuliere burgers. Een lege kaart van de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden werd door sommigen met huizen en bedrijven gevuld, door anderen met uitsluitend verantwoorde landbouw. Het verdwenen molencomplex van Streefkerk werd door sommigen weer ingetekend, terwijl anderen bij bestaande molens bosjes weggumden, omdat die wel fijne natuur opleveren, maar er vanwege de wind niet horen te staan.

Uit al die suggesties kwam het landschapsplan voort. En dat komt hier op neer, zegt Veerman: de Alblasserwaarders willen mooi houden wat mooi is, mooi maken wat ondertussen lelijk is geworden en hun geld verdienen met de rijkdom van de streek. Het plan mikt op op drie nieuwe bronnen van inkomsten. Agrarisch natuurbeheer: de boer krijgt betaald om minder rendabel te werk te gaan en zo soorten en diversiteit in stand te houden. Agrarisch toerisme: stedelingen uit Rotterdam, de Drechtsteden en Utrecht, en van veel verder natuurlijk, moeten vaker op het idee komen hun korte vakantie in de Alblasserwaard te komen doorbrengen. En zorgboerderijen: geld verdienen door verstandelijk gehandicapten bezigheid te geven in de weldadige omgeving van een echte boerderij.

De Alblasserwaard ging ermee aan de slag: er werd 26 organisaties geld afhandig gemaakt. Er kwamen 34 afzonderlijke projecten om de doelstellingen van het plan te verwezenlijken. En er kwam een landschapsmanager om dat allemaal aan de gang te houden.

Op 1 mei 1999 begon Veerman met zijn werk en er was nog helemaal niets. Zijn plek was in de keuken van de afgeschreven school waar Den Hâneker kantoor hield. Met welk project ga je beginnen, vroegen ze hem. Maar zo werkt het niet. Hij begon gewoon met alles tegelijk en ze moesten niet vragen welk hij het eerste klaar dacht te hebben.

Inmiddels zit hij in een nieuw kantoor op het terrein van Ooievaarsdorp het Liesveld. Daar is ook het kantoor van Den Hâneker. En het streekarchief zit er. Dat is het mooie van dat gebouw: hij heeft geen organisatie van tien mensen opgebouwd, maar er zitten daar wel tien mensen. Een deel van zijn netwerk heeft hij letterlijk bij de hand.

En de rest zit in de hele streek natuurlijk. Hij gaat naar alle feestjes en partijen toe. Contacten leggen tussen mensen met geld en mensen met plannen. Hij heeft vergaderingen gehad waar dames in orthodox zwart naast dames in minirok zaten.

In het begin reed hij als een evangelist door het land. Om te vertellen over het landschapsplan en wat ervoor moest gebeuren. Want het was wel mooi dat ze in de Alblasserwaard zo weinig hadden weggegooid, maar dat was niet uit trots. Het was allemaal gegeven, zo moest hij het zien. En dat had iets passiefs. Hij heeft daarom eens voor honderd dominees gestaan en ze gevraagd wat ze eigenlijk voor de schepping deden in hun eigen streek. Rare vraag, vonden ze dat. Maar zegt artikel twee van de Nederlandse Geloofsbelijdenis niet dat wij de goedheid Gods kennen uit ten eerste de schepping, en pas ten tweede zijn Woord? Aan het einde van de avond had hij ze natuurlijk niet allemaal om, maar toch wel twintig die vroegen: wat kunnen we doen?

Eén dominee heeft precies begrepen wat de bedoeling was. Op het kruispunt van de N216, die de Alblasserwaard van noord naar zuid doorkruist, en de N214 die de oost-westas vormt, heeft hij een oud gemaal, in de loop der jaren helemaal verwoest door de jeugd, omgebouwd tot een meditatiecentrum. Eigenlijk is het, al mag je dat woord niet gebruiken, een fietskerk, zoals je in Duitsland de Autobahnkirchen hebt. Overal in het gebied veranderen gebouwen zo van bestemming. Een eeuwenoude boerderij in Bleskensgraaf wordt nu de zetel van een historische vereniging, de Oranjevereniging en een kinderopvang.

Andersom moest je bij de boeren telkens benadrukken dat je er niet bent met een pensionnetje. Er komen fietsers bij je aan de deur, maar je hebt al gasten. Wat zeg je dan? Komt u morgen maar terug? Je kunt natuurlijk ook verwijzen naar je collega tien kilometer verderop. Dan ben je gastheer voor de hele streek.

In de afgelopen vijf jaar zijn zowaar bijna alle 34 projecten uitgevoerd. Er is 1,4 miljoen euro uitgegaan. Daar heeft de landschapsmanager aan meegeholpen. Of eigenlijk moet je het landschapscoördinator noemen. Of landschapsmakelaar, dat klinkt ook mooi. Manager, dat past niet zo bij de streek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden