Boeren willen natuur Groene Hart beheren

Minister De Boer heeft de ruimtelijke ordening hoog op de agenda gezet. De vierde nota - de 'blauwdruk' die Nederland ruimtelijk indeelt - gaat al weer zeven jaar mee. In tegenstelling tot de tijd dat 'spreiding' van rijksdiensten en bedrijvigheid over heel Nederland hoog scoorde, is politiek Den Haag nu erg gefocussed op het economisch centrum van ons land. Wat moet er gebeuren met het Groene Hart, het Westland, de Randstad? In oktober hield Trouw een ronde langs de Tweede Kamerfracties. Nu komen betrokken mensen en belangengroepen aan bod. Aflevering 1: de visie van de landbouw.

JAN SLOOTHAAK

LTO Nederland is vorig jaar voortgekomen uit een samenwerking van de drie oorspronkelijke landbouworganisaties. Dat heeft geleid tot een slagvaardiger beleid en Straatsma signaleert dat die organisatorische koerswijziging parallel loopt met een omslag onder de boeren zelf. Die komt soms moeizaam op gang, maar toch... Steeds meer boeren staan open voor een andere manier van werken. Het inzicht in nieuwe mogelijkheden rijpt, zoals kamperen bij de boer, natuurbeheer, kansen die de recreatie biedt.

Tegen het 'boeren-concept' zullen de plannenmakers van het Wereld Natuurfonds (WNF) het af moeten leggen. Daarvan lijkt Straatsma overtuigd. WNF-voorzitter Ed Nijpels en hoofddirecteur P. Nouwen van de ANWB grepen in zijn ogen onlangs naast de realiteit met hun pleidooi voor grootschalige natuurgebieden in het Groene Hart. Bovendien, zegt Straatsma: “In het kader van de landinrichtingsprojecten wordt goed samengewerkt met organisaties als de stichting Natuur en Milieu en Natuurmonumenten. We zien in dat er een wederzijds belang is.” Een organisatie als het WNF, dat niet meedraait in de Centrale landinrichtingscommissie, stelt zich in zijn ogen eigenlijk wat op als een vreemde eend in de bijt. “Nee, ik ben niet zo bang dat Nijpels zijn zin krijgt.”

Straatsma vindt een opmerking van Nijpels in de Volkskrant over de desert of cows die het Groene Hart met zijn uitgestrekte landbouwcultuur zou vormen, nogal denigrerend. “De hele ruimtelijke discussie over het Groene Hart en de randstad moet niet te technocratisch worden. De discussie raakt direct mensen, in dit geval boeren, die generaties lang een bepaald gebied vorm en inhoud hebben gegeven.”

Straatsma troost zich met de gedachte dat de landbouw zelf met een betere oplossing komt dan het WNF. Hij is van huis uit planoloog en ziet het zo: Het rijk vindt dat uitbreidingswijken direct tegen de stad aan moeten worden gebouwd. Prima. Maar de mensen die daar wonen moeten kunnen recreëren. Wat is er logischer dan mogelijkheden voor recreatie ook dicht tegen de stad aan te plakken? Dat kan heel goed in combinatie met het boeren-nieuwe-stijl. Recreatie en landbouw vloeien dan in elkaar over. Direct, in de zin van natuurbeheer door de boer, maar ook indirect door aanleg van voorzieningen zoals fiets- en wandelpaden. De belangen van stedeling en plattelander gaan dan samen.

Dichtbij huis

Dat biedt volgens Straatsma veel betere perspectieven. “Je kunt je afvragen wat de stedeling heeft aan grote natuurgebieden op afstand. Recreatie dichtbij huis is voor de meesten veel belangrijker. Bovendien kun je zien aankomen dat stedelingen die wel naar die natuurgebieden trekken, met de auto gaan en dat is toch ook niet aantrekkelijk.”

Een rol speelt ook hoe rendabel een concept is. Wat zal de opbrengst van grote natuurgebieden zijn? Er moet geld bij. Daartegenover staat dat de boer door zelf nieuwe activiteiten te ontplooien, die aansluiten bij de behoefte aan recreatie, een economisch levensvatbare oplossing kan bieden. Ook al zal hij voor bepaalde activiteiten, zoals natuurbeheer, beloond moeten worden. Subsidie voor dat doel rendeert echter al gauw beter dan onderhoud van grootschalige natuurgebieden.

Daar komt nog iets bij. “Zo'n grootschalig plan als het Bentwoud bij Zoetermeer, gaat ten koste van prima landbouwgrond. Dat dient toch geen goed doel.” Straatsma vindt dat je het feit dat de markt voor de landbouw momenteel de wind tegen heeft, niet lukraak mag vertalen in het idee dat de landbouw dan overal maar grond moet inleveren.

De soms zorgelijke situatie in de akkerbouw in het noorden, betekent niet dat het overal slecht gaat met de akkerbouw. De grondsoort in het westen laat een veel grotere diversiteit in landbouwprodukten toe. De vollegronds groenteteelt heeft weliswaar ook niet de wind mee maar staat er minder slecht voor; is ook intensiever dan die van bieten, aardappelen en granen en vergt dus minder grond.

Het slagvaardiger beleid van de landbouworganisatie komt onder meer tot uiting in een omslag in het denken over grondgebruik. LTO Nederland ziet het volgens Straatsma niet als een bezwaar dat landbouwgrond wordt afgestaan voor andere functies. Sterker nog: “Het concept van minister De Boer om niet te tornen aan de open ruimte, vinden wij te star. Weinig realistisch, niet haalbaar en te defensief.” Straatsma heeft de indruk - op grond van geluiden die hij hoort uit de Groene Hart-gesprekken die de minister momenteel voert - dat zij uiteindelijk in dezelfde richting zal tenderen als de ideeën van de landbouw; aanbreien van de stad combineren met recreatie en natuurbeheer door de boer. Ze heeft zich daar enkele malen in positieve zin over uitgelaten.

Tegenover medewerking aan de stadsranden stelt de landbouw echter ook zijn voorwaarden. Straatsma: “De ingrepen mogen niet gaan ten koste van de agrarische structuur. Geen versnippering dus. Als je in bijvoorbeeld de Alblasserwaard een duizend hectare groot bos zou aanleggen, dan tast je de structuur van dat gebied enorm aan. Agrarische centrum-gebieden die economisch vitaal zijn - bollenteelt, tuinbouw, sierteelt (Boskoop) - moet je niet aantasten, dan ga je van lieverlee onderuit.”

En over het kassengebied in het Westland: De glastuinbouw is levensvatbaar, maar moet wel worden gemoderniseerd. “Wij willen een betere structuur. Het is niet efficiënt dat tuinders over elkaars grondgebied moeten zigzaggen om bij hun eigen kassen te komen.”

Uitplaatsing van de tuinbouw, zoals minister De Boer al eens in Trouw bepleitte, zou volgens Straatsma erg nadelig zijn. Het kamerlid Duivesteijn, die er nog wel aan vast houdt, vindt geen genade in de ogen van Straatsma. Handhaving van de glastuinbouw, zegt hij, biedt nogal wat voordelen. De kostbare bestaande structuur blijft intact. Bedrijven in de streek profiteren van de economische voordelen, zoals toelevering en werk. Een hectare glas is werk voor vier of vijf man. Beperkte uitplaatsing kan, mits die in de buurt blijft. En Straatsma heeft ook wel oren naar de 500 hectare glastuinbouw die wellicht wordt gerealiseerd op een nieuwe lokatie bij Scheveningen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden