Boeren op hellend vlak

Toespraak voor een vereniging van natuurboeren. Vooraf spreek ik hoogleraar duurzaamheid Herman Wijffels die pleit voor een nieuwe relatie tot de natuur. Hij vindt dat we daarmee één zijn. 'Zo vernieuwen mijn lichaamscellen zich elk jaar.'

Ik kijk naar zijn hoofd. Maar waar zijn dan zijn haren gebleven? Precies, gevallen. Volgens mij de sleutel tot ware vernieuwing.

Als amateurboertje, zo vertel ik mijn gehoor van agrariërs, heb ik het een stuk lastiger dan u. Mijn land in het Franse Picardië staat namelijk scheef. Als u een emmer laat vallen blijft die staan, maar bij mij dendert die de heuvel af om met een klap te eindigen tegen de zuchtend oude muren van mijn huis. Ik bewerk en bewaar de natuur boven een vrije val.

Hans Faverey is de grote valdichter. In zijn poëzie wemelt het van woorden als: teloor raken, vergeten, verdwijnen, sterven, verliezen, verwijderen, weg zijn. Om een glimp van het mysterie van de werkelijkheid op te vangen, moeten we uit ons vertrouwde bestaantje vallen. Faverey dicht: 'een jonge egel heeft jeuk / krijgt opeens een idee / en laat zich giechelend / van een helling afrollen'.

Maar vallen gaat tegen ons instinct in. Al spittend en wiedend tegen de heuvel zwaai ik soms wild met mijn armen om mijn evenwicht niet te verliezen.

Daarom heb ik tegen de helling een terras getimmerd, waterpas horizontaal. Dat is mijn paradijsje waar ik 's zomers, rechtop staand, over de wereld uitkijk als Adam in korte broek, formaat vijgenblad XL. Ik benoem de planten en de dieren en zoals ik het noem, zo is het. Dit is een konijn en dat een distel. Ik krijg de smaak te pakken: daar loopt mijn buurvrouw en verderop een Marokkaan. Niet meer te stoppen ben ik: dit is God de Vader en dat God de Zoon. Alles onder controle. Ik ben me van geen goed of kwaad bewust.

Totdat, zeg ik, een wolk van verveling op mij neerdaalt. Schouderophalend denk ik: dit is een distel en kijk, daar zijn er nog veel meer onderaan de helling. Een distel is een distel is een distel. Ik zie de unieke eigenschappen van de ster- of bolvormige, paarse of witte planten niet meer. En een Marokkaan is een Marokkaan is een Marokkaan. Altijd goed op je tasje letten, of niet soms? God de Vader is God de Vader is God de Vader. Een stoffig plaatje van een oude man op een wolk rijst voor mijn geestesoog op.

Alles is benoemd en daarmee alles doodgeslagen. Ik krijg jeuk, net als die egel van Faverey. Een gevaarlijke drang komt op om van dat terras te stappen, om te vallen uit alle woorden en begrippen, om te tuimelen uit mijn comfortzone. Werkelijk geluk ligt buiten het paradijs. Ik wil God ontvaderen en Marokkanen ontmarokkaniseren; ik wil in het zweet mijns aanschijns doornen en distels uittrekken om te zien en te voelen hoe uniek, hoe wonderlijk en altijd nieuw alles is. Een Adam met schrammen wil ik zijn.

Aarzelend zet ik vanaf het terras een voet op de hachelijke helling. Dan de tweede voet. Toe maar, ga maar, zeg ik tegen mezelf, daar word je gelukkig van. Of wou je soms in je lullige broekje wegkwijnen in dat vlakke paradijs? Prompt glij ik uit en rol naar beneden.

Met een bemodderd lijf vol blauwe plekken en mijn neus tussen blinkende bloemetjes die het paradijs aan mijn zicht onttrekken, giechel ik: Au, ik leef!

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden