Boeren én natuur beheren, kan dat?

Laat boeren natuur maken en beheren, zegt staatssecretaris Henk Bleker. Hij deed het zelf ook. Werkt zijn aanpak om weilanden weer tot leven te wekken?

’Het resultaat telt’, zegt Adriaan Guldemond, onderzoeker natuur en biodiversiteit bij adviesbureau CLM. Dat resultaat moet zijn: meer ruimte voor de wilde planten en dieren, want die zijn door het intensieve landgebruik in Nederland in het nauw gedreven.

Guldemond heeft een net uitgekomen brochure op zijn bureau liggen over proefbedrijf De Marke in Hengelo. Dit melkveebedrijf zaaide tien jaar geleden akkerranden in met bloemen, maakte de slootoever natuurvriendelijker en groef een kikker- en salamanderpoel. In de bloemrijke randen gonst het van de insecten, huizen vele soorten muizen en gedijen de uilen weer. De nieuwe houtwallen beginnen lekker te groeien.

Vrijwilligers turven onder leiding van professionals van CLM en de Universiteit van Wageningen jaarlijks de resultaten. Een hele kluif; alleen al om de 81 bijen- en 87 wespensoorten uit elkaar te houden. Een groot succes is de vestiging van de das. De dassenburcht voelt voor de boer en de vrijwilligers als de slagroomtoef op de taart. „Agrarische natuur werkt, als je het op een slimme plaats aanlegt en goed beheert”, is Guldemonds stelling. De boer moet er plezier in hebben: de vergoeding dekt niet al het extra werk.

In Nederland krijgt een op de vijf boeren subsidie voor natuurgerichte maatregelen op het bedrijf. Het is veel gedoe om aan de voorwaarden te voldoen. Niet altijd is duidelijk welke prestaties worden beloond en achteraf eisen de autoriteiten soms geld terug omdat er iets – vaak een formaliteit – niet in de haak is. Daarom beginnen de meeste boeren er niet aan.

Zij die het wel aandurven haken na de eerste periode van zes jaar massaal af: de helft vraagt niet opnieuw om subsidie. In de meeste andere Europese landen tonen boeren zich veel loyaler aan de biodiversiteit en een mooie omgeving. In Denemarken doet 60 procent van de boeren aan betaald natuurbeheer.

Boeren (of particulieren) kunnen er ook voor kiezen om hun grond uit productie te halen en om te vormen tot natuur. Dat kan alleen in gebieden die onderdeel zijn van een groter plan om planten en dieren meer ruimte te geven, de Ecologische Hoofdstructuur (EHS).

Veel boeren kijken de kat uit de boom. Wel komen rijke particuliere grondbezitters voorzichtig op de regeling af. Zij krijgen van de overheid 85 procent van de grondwaarde als compensatie voor het waardeverlies, terwijl ze toch eigenaar blijven. Dat klinkt als verdienen zonder iets kwijt te raken. Staatssecretaris Bleker was een van de eersten die deze subsidie aanvroeg. Hij wist hoe het werkte omdat hij als bestuurder van de provincie Groningen zelf de beweging in gang zette.

Het groene netwerk, de EHS, dateert uit 1990. De overheid ging 275.000 hectare boerenland ’terugverbouwen’ naar natuur. Wat was ontgonnen voor landbouw, moest nu de soortenrijkdom ondersteunen (zie kader). De helft van die nieuwe natuur zou in handen komen van de grote beheerders als Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en provinciale landschappen. Een zesde (43.000 hectare) mochten particuliere grondbezitters ombouwen en de rest moest in combinatie met het boerenbedrijf worden gerealiseerd. Verwachte kosten: 4 miljard euro.

De plannen liggen niet erg op stoom. Van de 275.000 hectare is 100.000 klaar, terwijl de einddatum 2018 nadert. De grote natuurorganisaties hebben iets meer dan de helft van hun nieuwe gebieden binnen, maar daar weer de helft van moet nog worden heringericht. Natuurbeheerders willen wel sneller, maar het rijk trapt op de rem omdat de aankopen en ombouwplannen veel meer geld kosten dan geraamd was.

Van de particuliere natuur is na twintig jaar nog maar een achtste gerealiseerd door gebrek aan belangstelling. De agrarische natuur ging eerst wel aardig, maar zakt nu in.

Acht jaar voor het einde van de EHS zet Bleker de bijl in het systeem. De ponyhouder uit Wollinghuizen schrapt de meeste aankopen. De EHS kan kleiner, vindt hij. Dat is goedkoper. Bleker wil dat boeren meer natuur maken op hun bedrijf. Maar krijgt hij de boeren mee en, als dat hem lukt, brengt dat de wilde dieren en planten terug?

Het Planbureau voor de Leefomgeving onderzoekt hoe de verwezenlijking van die ambitie vordert en is jaar op jaar behoorlijk negatief.

Guldemond wordt er moedeloos van. „Er zijn agrarische gebieden die hele goede resultaten boeken”, werpt hij tegen. Het Planbureau gaat voorbij aan de goede voorbeelden omdat het rekent met gemiddelden. Zo signaleert het dat sinds 1990 de vogelpopulatie op landbouwgrond met 20 procent is weggezakt. Wat zegt dat over de resultaten van boeren die wel het vuur uit hun klompen lopen om planten en dieren aan een leefgebied te helpen, vraagt Guldemond zich af. Misschien alleen dat het steeds schaarser wordende aantal natuurboeren de teruggang op het erf van hun collega’s niet kan compenseren. „Het kan wel, er zitten parels tussen”, betoogt hij.

Het Planbureau wil niet meewerken aan dit artikel. Onderzoeker J. Wiertz verklaart dat het bureau op korte termijn met een studie komt. We moeten goed begrijpen dat het onderwerp gevoelig ligt.

Duidelijk is dat de beleidswijziging van Bleker niet aansluit bij de conclusies van het Planbureau. Nog in augustus pleitte het voor grotere aaneengesloten natuurgebieden om verder verlies aan biodiversiteit door de klimaatverandering te stoppen. Een jaar eerder trok het bureau aan de bel over de slechte stand van onze natuur door oprukkende bebouwing. Bijna overal doorkruisen wegen de leefgebieden van dieren, woningen – met bijbehorende mensen en huisdieren – rukken op ten koste van wilde dieren. Ook daarom zijn robuuste groenzones nodig, maar die schrapte Bleker met één pennenstreek .

Terug naar de vraag: Werkt boerennatuur? Boeren verdienen hun geld op het land. Zij letten dus allereerst op wat hun grond produceert. De boerenbelangenbehartigers waren in het begin dan ook niet erg geporteerd van natuur op de boerderij. Ze beschouwden dat als schade. Dat is, na 20 jaar EHS, aan het veranderen.

Hoe meer boeren meedoen, des te groter de kans dat de weilanden weer tot leven komen, zegt de Friese melkveeboer Hessel Agema. Hij heeft de eerste kieviten alweer gehoord. In een paar jaar tijd wist hij twee keer zoveel grutto’s en tureluurs naar zijn weilanden te lokken. Hij legt uit hoe: ruige mest op het grasland, maaien in fases, sloten schoonhouden en bomen kappen van waaruit roofvogels de kleine pullen belagen. Het ’grootste en mooiste orkest van de wereld’ biedt hij met veel plezier gastvrijheid.

Natuurwaarden terugbrengen is echter geen simpele zaak. Helemaal niet als de boer ook nog gewas wil telen op datzelfde land. „Je moet goed kijken welke natuur in jouw gebied past en je moet scherp kiezen hoe je je land inricht”, zegt Guldemond. Hoe weet een boer wat wel en wat niet succesvol kan zijn? Zelfs wetenschappers blijken jarenlang met verkeerde aannames gewerkt te hebben. En ook natuurorganisaties zien soms dat hun maatregelen niet direct de gewenste gevolgen hebben.

Guldemond gelooft daarom in bundeling van de krachten. Er zijn 161 agrarische natuurverenigingen waarin boeren – vaak met burgers – werken aan een mooier en levendiger platteland. Het grote voordeel van deze verenigingen is dat boeren in een gebied samen optrekken. Ze delen kennis, zorgen voor grotere aansluitende leefgebieden voor dieren en werken samen met burgers uit de buurt. „Deze verenigingen werken regionaal en zijn in staat om hun leden te motiveren in beweging te komen.”

De Deense overheid zet bij natuurbeheer sterk in op advies aan de boeren. Een legertje natuurgerichte consultants brengt de kennis naar de boerderij. Wellicht is dat mede de bron van het Deense succes.

In Groot-Brittannië bracht de overheid de partijen bij elkaar door de subsidietrekkers te dwingen tot transparantie over hun resultaten. Iedereen kan de dieren- en plantentellingen nalezen. Zo zijn betrokken burgers beter in staat om een rol te spelen bij het natuurbeheer.

In Nederland lopen de Agrarische Natuurverenigingen voorop. Nerus Sytema van Boerennatuur, de koepelorganisatie, is enthousiast over die organisatievorm. „We beginnen het in de vingers te krijgen. Vooral bij het weidevogelbeheer zien we resultaten. We weten nu hoe het moet, maar ik hoop niet dat bezuinigingen dit in de kiem smoren.”

Sytema zegt dat niet voor niets. Het lijkt erop dat Bleker natuurbeheer onderdeel wil maken van het reguliere Europese landbouwbeleid met bijbehorende subsidies. Dan wordt het een generiek systeem waarbij een boer pas subsidie voor zijn melk krijgt als hij bijvoorbeeld 5 procent natuur op zijn land heeft. De eenvoud van de regeling is charmant, zeker als je je realiseert dat het huidige subsidiewoud zo tegenwerkt. Sinds enkele jaren sturen provincies het natuurbeheer aan: in die periode is de efficiency ’niet verhoogd’ zegt Sytema eufemistisch.

Maar een algemene bedrijfstoeslag voor natuur betekent het einde van het maatwerk in de regio’s waar nu de successen geboekt worden. „Agrarisch natuurbeheer aansturen is gewoon lastig. Als je dat oplost met een generiek systeem vrees ik dat je veel ecologische kwaliteit verliest.”

De organisatie van boerennatuur is kwetsbaar, maar als het loopt kunnen gruttokringen, houtwallen en kikkerpoelen belangrijk bijdragen aan de biodiversiteit. „De overheid moet het lef hebben om de verantwoordelijkheid werkelijk bij ons te leggen”, zegt Sytema over belemmerende regelzucht. Al erkent hij: „Boerennatuur heeft een grens. Korhoenders gedijen echt niet op het boerenland, die hebben reservaten nodig. Dus schoenmaker blijf bij je leest.”

Jan Jaap de Graeff, directeur van Natuurmonumenten: „Het helpt niet om een romantisch beeld te schetsen. Je hebt boeren die voor de wereldmarkt produceren. Die gaan voor een hoge productiviteit en daar is niet veel ruimte voor variëteit in soorten. Ze kunnen wel wat doen aan landschappelijke inpassing, maar daar blijft het bij.

„Daarnaast heb je landbouw om natuurgebieden heen waar boeren concessies moeten doet aan de productiviteit, ter wille van de biodiversiteit. Daar kunnen we samen optrekken. Ook in de natuurgebieden zelf kunnen boeren werk doen. Dat gebeurt ook, zij het soms met vallen en opstaan. Maar je moet eerlijk zijn: in een moeras hebben boeren niets te zoeken. We moeten de landbouw dus niet benaderen als een eenheidsworst en natuur en landschap blijven onderscheiden.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden