Boer, kip, klant: iedereen is blij met het rondeel-ei

Eieren uit legbatterijen zijn niet meer van deze tijd, vinden veel consumenten. Dus stappen zij over op biologische of vrije-uitloopeieren. Sinds kort is daar een diervriendelijke variant bij gekomen: het rondeel-ei.

Over weinig pluimveebedrijven is zo nagedacht als over het rondeel, een ronde stal voor 30.000 leghennen. Rondeelkippen krijgen geen biologisch voer en ze mogen niet vrij door een weiland rennen. Maar verder komen ze niets tekort. Ze schijnen zelfs gelukkig te zijn.

Sinds enige maanden liggen er rondeeleieren bij Albert Heijn, in een rond, bruin doosje. Bruine eieren, want wit associëren Nederlanders met legbatterijen. En zeven stuks: voor elke dag één. Ze kosten 1,89 euro per doos (0,27 euro per stuk) en zijn iets goedkoper dan biologische eieren (0,30 per stuk) en wat duurder dan vrije-uitloopeieren (0,23 euro). Het doosje is gemaakt van kokos, dat valt op in de schappen.

„Je wilt toch iets onderscheidends hebben”, zegt marketing manager Niels Geraerts. We hebben ook gras, stro en hennep geprobeerd, maar dat viel snel uit elkaar.” Er staat een 2 op de eieren gestempeld, net als bij gewone scharreleieren. Volgens de leverancier zouden een hogere kwalificatie moeten hebben. De stal in Barneveld biedt namelijk veel licht en ruimte en voldoet aan allerlei duurzaamheidseisen.

Het rondeelsysteem is ontwikkeld door Wageningen Universiteit, samen met boeren, de Dierenbescherming en consumenten, om maar zoveel mogelijk wensen in te willigen. Wat wil de eiereter, kan het dier zich natuurlijk gedragen en kan het economisch gezien? Oftewel: hoe zorg je voor tevreden burgers, gelukkige kippen en trotse boeren.

De Venco Group heeft het concept geadopteerd en opende in het voorjaar de eerste stal in Barneveld. Het Brabantse bedrijf heeft verstand van klimaatbeheersing, maar ontwikkelt en bouwt ook eier-inpakmachines en legnesten met lopende band. „Onze directeur zag het helemaal zitten,” vertelt Geraerts. Het rondeel biedt kippen minder loopruimte dan ze bij vrije-uitloop (ei klasse 1) krijgen of bij een biologisch werkende kippenhouderij (klasse 0, de hoogste klasse), maar voegt wel wat toe aan de markt. „Het gaat niet alleen om het leven van de kip, we pakken veel breder uit. Boer Brandsen krijgt een eerlijke prijs voor zijn werk, we kijken naar energieverbruik en er is minder uitstoot van schadelijke stoffen.” Enthousiast weidt hij uit over de buitenlucht, die vrij naar binnen kan en ventilatie overbodig maakt, waardoor er ook minder fijn stof wordt rond geblazen.

Warmte uit het nachtverblijf wordt opgevangen en gebruikt om die buitenlucht op temperatuur te brengen. Dat zorgt voor droge mest en minder ammoniakuitstoot. Bovendien is de stal rond. Dat zal de kip een zorg zijn, maar enquêtes wijzen uit dat mensen ze een stuk minder lelijk in het landschap vinden staan dan grote vierkante schuren. Van de Dierenbescherming kreeg het rondeelei de maximale score op het gebied van dierenwelzijn. Ook is rondeel het eerste productiesysteem met een milieukeur.

Echt mooi, zegt Marion Besseling. Ze woont in Barneveld en komt even kijken met haar ouders. Ook dat kan namelijk. Buitenom is een wandelpad en dwars door het bedrijf loopt een tunnel met glazen ramen. Bezoekers kunnen er recht in de pientere kippenogen staren.

Niels Geraerts: „Dat vonden we belangrijk: dat iedereen kan zien wat we doen. We willen niet alleen op een goede manier produceren, maar ook open zijn. De pluimveehouder heeft het hartstikke druk, maar op grote gele borden geven we uitleg. Je kunt gewoon naar binnen lopen.” Niet op zondag, voegt hij daaraan toe. In Barneveld wordt bezoek op zondag niet gewaardeerd.

Marion Besseling heeft zelf sinds kort drie kipjes in haar tuin lopen. „Daardoor let ik meer op de hoeveelheid vlees die ik eet.” Ze heeft kennissen met een reguliere legstal. „Dat noemen ze scharrel, maar daar zitten de kippen behoorlijk dicht op elkaar. Dan heb ik hier een beter gevoel bij. Vooral omdat ze in de buitenrand kunnen graven en zonnen.”

Die buitenrand heet officieel veranda of zelfs bosrand, maar helaas hebben de hennen de meeste boompjes al gesloopt. De stofbaden worden nog niet veel gebruikt. Wel hebben de beesten de randen omgespit en voorzien van kuilen, waar ze lekker in luieren. De rest van het dagverblijf is bedekt met kunstgras.

„Voordeel is dat de mat goed blijft, we hebben geen problemen zoals in de Amsterdam Arena, verklaart boer Gerard Brandsen. „De kippen kunnen er goed in pikken, elke dag strooi ik wat graan, dat houdt ze bezig.” Nog een voordeel: kunstgras is makkelijk schoon te houden.”

De pluimveehouder is druk. Hij heeft net eieren in staan pakken – in het rondeelconcept ontbreekt de tussenhandel. Nog steeds lopen mensen van Vencomatic in en uit om de techniek te verbeteren. Als er straks nieuwe stickermachines bijkomen, zijn er nog maar twee mensen nodig om dagelijks 28.000 eieren in te pakken. Nu staan ze dat nog met z’n zevenen te doen.

Brandsen voelt zich veel meer dierenhouder dan voorheen. De nachthokken verschillen nauwelijks met de stellages in andere stallen. De hennen kunnen er eten, drinken, slapen en ze leggen er haast elke morgen een ei, dat via een band wordt afgevoerd. Het dak van het buitenverblijf is van lichtdoorlatend zeildoek, de zijkanten zijn van gaas.

Brandsen: „Er is veel meer invloed van licht en lucht. In een biologische stal moeten de luiken dicht als de vogelpest uitbreekt. Omdat het bij ons overdekt is, kunnen de hennen buiten blijven.”

Vindt Brandsen dat de kippen nou echt gelukkiger zijn? „Ach je ziet in ieder geval dat ze natuurlijk gedrag vertonen. Ze zijn rustig, lopen niet opgewonden of hard te kakelen. Het mooiste is als ze liggen te zonnebaden, één vleugel uitgespreid, helemaal ontspannen.”

Brandsen is nuchter. „Mensen zeggen wel dat deze eieren lekkerder smaken, maar eerlijk is eerlijk, het is vooral het voer dat de smaak bepaalt en dat verschilt niet veel van andere bedrijven. Lekker eten zit nu eenmaal voor een deel tussen de oren.”

Zelf is hij niet overdreven met duurzaamheid bezig. „We kopen geen vlees bij de kiloknaller, maar vooral omdat we goed willen eten. Dat mag als je zeven dagen werkt. Maar het hoeft ook niet zo goedkoop mogelijk, waarom zou je de aarde uitbuiten.”

Brandsen begon in 1982 met een gewone kippenstal. „Op den duur ging het me wel tegenstaan dat er altijd meer wordt verwacht. Het is logisch dat je streeft naar een scherpe prijs, maar waarom zouden de afnemers bepalen dat er elk jaar een stal bij moet?” Nu varieert de prijs van zijn eieren met de prijs van het voer. Meedoen aan rondeel was een persoonlijke keuze, benadrukt Brandsen.

„Iedereen moet zelf weten of hij kiest voor verbreding of voor nóg meer dieren. Je moet het ook leuk vinden om dicht bij de consument te staan, om mensen op je bedrijf te ontvangen.

Uiteindelijk is het ook gewoon een mogelijkheid om een goed inkomen te verdienen. Doordat ik met rondeel begon, kon mijn zoon de oude scharrelstal overnemen. Een pluimveehouderij is geen liefdadigheidsinstelling.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden