Boer Geerts is regeltjes moe en begint een eigen golfbaan

TIENDEVEEN - Boer Jan Geerts (44) is er mee gestopt. Nog wel niet voorgoed, maar op dertig van zijn enkele honderden hectaren in het Drentse Tiendeveen zijn aardappels, snijmaïs en koren definitief van het land verdwenen om er een balletje te kunnen slaan.

DICK RINGLEVER

Vanuit het restaurant van zijn hotelletje in aanbouw blikt hij tevreden over het veld, de waterpartijen, de greens, waar sportieve grijskuiven zich naar de holes slaan, pal naast de Goudplevier, het 1200 ha grote terrein van Natuurmonumenten. Op het voormalige boerenerf, waar de mestgeur nog hangt, staan twee Jaguars, maar ook soberder vervoer.

Het is Geerts om het even. De bankdirecteur is hem even dierbaar als de vuttende fabrieksarbeider. Van de elitaire franje, die veel andere golfclubs kenmerkt, moet hij niets hebben. En naar hem is gebleken, de meeste golfers zelf ook niet. “Er lopen hier mensen uit de Randstad, die helemaal naar Drenthe komen, omdat ze de sfeer hier leuk vinden. Informeel, ontspannen, ze kunnen zichzelf zijn.”

Hoewel hij golf “een verschrikkelijk leuk spelletje” vindt, was het niet de reden waarom hij twee jaar terug besloot een deel van zijn akkers braak te leggen. “Ik ben en blijf boer, in hart en nieren. Ik heb ook nog zestig hectare in produktie. Maar als ik zie hoe in Nederland de regelgeving wordt aangescherpt, dan zeg ik: de agrarische branche wordt bewust de nek omgedraaid. Achter elke boer staan twee ambtenaren. Je bent een verlengstuk van de coöperaties geworden. Van ondernemerschap is geen sprake meer. Bovendien kijken ze op je neer.”

“In Amerika sta je als boer nog hoog aangeschreven, in Nederland ben je een milieuvervuiler. Boeren is puur een kwestie van overleven geworden, interen en uiteindelijk stoppen. Als ze de kans zouden krijgen, zou vijftig procent van de boeren vertrekken.”

Geerts zegt er aanvankelijk fors tegenaan te hebben gehikt. “Er is een vermogen in opgegaan. Een baan met negen holes, 3,5 hectare waterpartij. Die wilde ik er per se bij hebben, het moest de mooiste baan van het noorden worden. Een hotelletje met negen kamers, dat volgende maand wordt geopend. Samen met een architect hebben we de plannen uitgewerkt, en nu zeg ik: er moet nu nog geld bij, maar er komt een tijd dat het uit kan.”

Dat laatste hebben ze hem in Tiendeveen meer horen zeggen. En Geerts, die in het Drentse bekend staat als een ondernemende boer die verder kijkt dan de grenzen van zijn erf, zag zijn voorspellingen meestal ook uitkomen. Dank zij zijn vele reizen (“in de tijd van het jaar dat onze lieve heer hier het werk doet, kun je best even weg”) en kennis van de kanalen (“het heeft me twee jaar gekost om er binnen te komen”) slaagde hij erin op het Poolse platteland een landbouwbedrijf van duizenden, voorlopig nog gehuurde, hectaren uit de grond te stampen.

In Portugal bezit hij een veeteeltbedrijf met duizend koeien. Verder mag hij zich de grootste handelaar in eierschalen van ons land noemen (“maken we kalk van voor de bemesting”) en verpacht hij nog een paar cafeetjes in Overijssel en Groningen. Echt onbemiddeld is hij dus niet. In de bubbelbaden in zijn golfhotelletje zit flink wat Pools gewin.

“Ja”, geeft hij toe, “in Polen kun je met de akkerbouw nog echt verdienen. Daar weten ze nog hun eigen bedrijfsleven te beschermen. Waar de Nederlandse boer het nog met zeven cent voor een kippe-ei moet doen, krijgen onze Poolse collega's er veertien; het buitenlandse ei komt er zonder invoerrechten niet aan te pas.”

Geerts ziet het opkomende Oost-Europa met zijn lage lonen en grondprijzen als een van de grootste bedreigingen voor de Westeuropese branche. “Dat geldt ook landen als Marokko. De regelgeving is er soepeler en ook het belastingklimaat is vriendelijker. 't Is dat ik een echte Drent bent, anders was ik hier al lang weggeweest. Oost-Europa, daar ligt toekomst.”

Ter illustratie geeft hij cijfers: “In Polen huur je een hectare prima grond voor 100 gulden per jaar. In Nederland moet je 1000 gulden op tafel leggen. In Polen is het gangbare loon twee gulden per uur, in Nederland betaal je 40 gulden. Daar komen ook nog eens alle heffingen bij.”

Ramp

Een ramp voor de agrarische branche noemt hij ook de tekening, vorig jaar, van de Gatt-akkoorden door Europa. Vrije wereldhandel is wat Geerts betreft een mooi principe, maar niet als dat met oneerlijke concurrentie gepaard gaat. “Europa wordt nu overstroomd met Amerikaanse tarwe, wat de prijzen enorm drukt. Vijf jaar terug kregen we nog 43 cent voor een kilo, nu nog maar 30. Amerikaanse boeren kunnen veel goedkoper produceren, omdat de grondprijzen laag zijn en de, vaak Mexicaanse, arbeidskrachten goedkoop. Bovendien worden ze niet geplaagd door de regelgeving, die we in Europa kennen.”

“Het is toch zot, dat Nederlandse bakkerijen met Amerikaanse tarwe werken, terwijl onze tarwe in het veevoer terechtkomt, of in de spaghetti en de macaroni.”

Naar zeggen van Geerts zijn er veel boeren die weg willen. Dat merkte hij toen hij laatst een advertentie plaatste (“gewoon zo'n vijf gulden-dingetje”). Hij wilde boerderijtjes op zijn Poolse land verpachten. “Binnen een week lagen er al 32 reacties in de bus. De mensen hebben er gewoon genoeg van. Steeds lagere inkomsten, steeds meer kritiek, steeds strengere mestregels.”

Terwijl er, zegt hij, in Nederland geen sprake is van overbemesting. “Misschien bij een enkele veehouder, die eigen mest op eigen grasland dumpt. Een akkerbouwer zou er niet over piekeren zijn land te zwaar te bemesten. Die geeft precies zoveel als het gewas kan opnemen. Iedere boer weet dat, als je teveel bemest, dat schadelijk is voor het gewas. Dan krijg je alleen maar meer loof en minder produkt. Hij kijkt dus wel uit. Die mestmaatregelen zijn daarom volkomen onbegrijpelijk.”

Sceptisch staat hij ook tegenover het nieuwe Haagse beleid, dat boerenland weer in natuurlijke staat wil terugbrengen. “Nog afgezien van het economisch verlies - het in produktie houden van één hectare levert 1,4 manjaar werk op en het kost de staat elk jaar 90 000 gulden subsidie per hectare om natuur in stand te houden - wat zijn per saldo de milieu-voordelen? Ik heb zelf 70 hectare bos geplant, maar dacht je dat dat een beter wapen is tegen het broeikas-effect? Het omgekeerde is eerder waar: een hectare bieten levert 3,5 maal zoveel zuurstof als een zelfde perceel bos. Zelfs aardappelen scoren nog een stuk beter.”

Geerts zegt wel eens de indruk te hebben, dat Den Haag bewust bezig is de boeren de nek om te draaien. Dat hij nu iets heel anders wil, komt daarom niet uit de lucht vallen. Een golflink rond het boerenerf: goed om even in een heel andere wereld te zijn en de ergernis te vergeten.

Wat hem betreft blijft het op Martensplek, zoals de baan is gedoopt, allemaal heel ontspannen. “Geen elitair gedoe, daar heb ik een hekel aan. Iedereen moet hier een balletje kunnen slaan. Daarom houden we de drempels laag. De mensen hoeven zich niet zoals bij veel andere golfclubs duur in te kopen. En wat de uitrusting betreft: doe maar gewoon. Bij ons sta je al voor duizend gulden met alles en erop en eraan op de baan, en na een week poot-aan spelen heeft iedereen zijn golfvaardigheidsbewijs op zak.”

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden