Boer brengt blauw terug in het veld

In het Overijsselse Salland worden de akkers van Jan Overesch biologisch beheerd. Natuurbeheer is daar een onderdeel van. Het bracht soorten terug in het veld.

Blauw overheerst de velden van de Sprengenberg bij Haarle in het Overijsselse Salland. Het lijkt wel of de zomerse lucht in het land wordt weerspiegeld, want ook de witte wolken zien hun beeld teruggekaatst in oplichtende stukken grond. Het zijn korenbloemen die hun betoverende kleur afgeven. Maar dat niet alleen. Bij een nadere blik staan de bloemen tussen roggearen, die anders dan tarwe ietwat blauw oplichten.

"Dit is nu zeer bijzonder, die combinatie van korenbloemen en granen", zegt onderzoeker Udo Prins van het Louis Bolk Instituut voor biologische landbouw en voeding. "Vroeger was dat vrij normaal, maar door langdurige bemesting en het spuiten van herbiciden heeft de korenbloem het loodje gelegd." Lopend door het graanveld bukt Prins zich plotseling. "Kijk, dit komt ook weer voor op dit veld", zegt hij verheugd. "Slofhak, een plantje dat staat op de lijst van bedreigde soorten."

Volgens Prins kun je zien dat dit veld wordt verzorgd door een biologische boer. "Het heeft ongelijke aren. Daar houden korenbloemen van. Biologische boeren werken veel meer met de natuur mee, terwijl gangbare collega's natuurlijke processen al gauw als ongewenst ervaren. Processen die te vuur en te zwaard bestreden moeten worden met chemicaliën." Die boer is in dit geval Jan Overesch uit het aanpalende Raalte. Al vanaf 1994 beheert hij zijn akkers op een biologische manier. Later zijn daar ook varkens bij gekomen en sinds kort is een van zijn zonen begonnen met brandrode runderen.

"Ons bedrijf is voortdurend in beweging, mede afhankelijk van wat onze afnemers willen", zegt hij aan zijn keukentafel. "Natuurbeheer is daar altijd een onderdeel van geweest. Vanaf 1997 beheer ik gronden van Natuurmonumenten. Grasland rondom havezate de Colckhof bij Heino. Ik zocht ook naar gronden om op mijn bedrijf een gesloten kringloop te krijgen. Dat gras kan ik mooi gebruiken voor mijn varkens. Naderhand zijn er akkers aan de rand van natuurgebieden op de Sprengenberg bijgekomen."

Natuurmonumenten deed eerst zelf het beheer van die akkers. "Dat werd op den duur toch wat bewerkelijk", zegt boswachter Marion Plagge. "Bovendien stegen de kosten. Het werd tijd om een geschikte partner te zoeken. Overesch pachtte al stukjes land van ons en het Louis Bolk Instituut beval hem aan."

Bij verpachten mag de boer niet zo maar zijn gang gaan. Overesch: "Natuurmonumenten heeft haar eisen, zoals ecologisch beheer van het veld. In ieder geval moesten korenbloem en slofhak behouden blijven. Maar ook ik heb mijn wensen. Ik stop er arbeid in en zaaigoed. Die kosten moeten gedekt zijn. Daarnaast moet ik rekening houden met mijn afnemers. Ik kan niet zo maar iets gaan telen. Soms vinden ze mijn product te duur. Of de consument wil het helemaal niet. Het vergt dus twee partijen die bij elkaar passen en vervolgens goede afspraken maken."

Plagge van Natuurmonumenten beaamt dat. "We doen het nu drie jaar en zijn erg tevreden. Er is vertrouwen en waardering en de pegels spelen een ondergeschikte rol. Dat is overigens geen vanzelfsprekendheid, maar door blijvende interesse in elkaars ideeën los je problemen op."

Staatssecretaris Bleker van landbouw en natuur heeft dus wel een beetje gelijk met zijn opmerking dat boeren heel goed natuur kunnen beheren. "Nou, een beetje'', zegt onderzoeker Prins toch wat verrassend. "Iedereen is weer bij de les. Maar als je het alleen aan de boeren overlaat, komt het ook niet goed. Kijk maar wat dat met ons cultuurlandschap heeft gedaan: grote, monotone velden van 'schoon' gespoten gewassen. Het is vooral de samenwerking die de winst geeft: het vakmanschap en de efficiëntie van een boer en het oog voor de natuur van de natuurbeheerder.

"Na de Tweede Wereldoorlog zijn 'de landbouw' en 'de natuur' steeds verder uit elkaar gegroeid. Houtwallen, heidevelden, graasgronden, ze hadden allemaal hun nut en rol in het agrarisch bestaan. Die samenhang in het landschap moet weer terug worden gebracht maar dan in de huidige, moderne realiteit. Dat vergt een stap van Natuurmonumenten richting boeren en een stap van de boeren richting natuur."

Boer Overesch heeft grote twijfels over de wens van Bleker. "Het is lastig voor agrariërs om natuur te beheren. Ze zijn te veel in beslag genomen door de productiedruk. Dat zijn de gas-geef-boeren. Ook biologische boeren hebben dat nog wel."

En Overesch zelf dan? "Ik heb het moeten leren. Hoe dieper je duikt in de extensieve, biologische manier van boeren hoe meer je ervan wilt weten. Door mijn contacten met Natuurmonumenten ben ik anders gaan kijken. Zo heb ik vele vogelsoorten leren kennen en ik volg nu een bijencursus, die me laat zien dat alles met alles samenhangt. Ik kijk nu ook heel anders naar mijn bedrijf. Voorheen was ik toch nog te veel producent."

Uiteindelijk heeft Natuurmonumenten haar akkers bij Haarle 'om niet' in pacht gegeven aan Overesch, in ruil voor zijn ecologische manier van beheren. Hij teelt er rogge, maar ook veel oude graansoorten als spelt, emmertarwe en eenkoren. De granen worden dunner ingezaaid en schraler bemest dan normaal zodat de korenbloemen en bepaalde kruidensoorten een kans krijgen. Door die teeltmethode zijn de opbrengsten lager. Overesch: "Een hectare kost zo'n 700 euro aan beheer. In de overgang vanuit het oude beheer zijn de opbrengsten zo laag dat die kosten maar voor de helft gedekt worden door de opbrengsten. Dit komt omdat er de afgelopen jaren voornamelijk naar de natuurwinst is gekeken en te weinig naar de kosten. Natuurmonumenten legt nu het verlies bij en zo'n regeling geeft vertrouwen dat je er samen uit wilt komen.

"Toch moet er iets veranderen, want ook voor Natuurmonumenten is een negatief saldo niet lang houdbaar. Daarom zijn we op zoek gegaan naar een afnemer, die past in de samenwerking tussen mij en Natuurmonumenten. Iemand die weet wat de markt wil en die het mooie bijzondere gewas uit zo'n mooie, bijzondere omgeving op waarde kan houden door daar een mooi en bijzonder product van te maken. Dat is belangrijk."

Ze hebben hem gevonden, net over de grens in Duitsland: de Konsequente Biobacker in Ahaus. "Die levert aan natuurvoedingswinkels in Noordrijn-Westfalen, Nederland en België", zegt Jan Overesch. "Het is een zeer meewerkende en meedenkende partner gebleken. Die bakker zoekt naar rassen die vooral goed smaken en goed bakken. Vaak zijn die minder productief, maar dat maakt hij goed in de prijs. Extra voordeel van dit soort rassen is dat ze minder voor de productie zijn veredeld. Ze groeien makkelijker onder de schrale omstandigheden van onze natuurakkers."

De Biobacker is gek op oude rassen, soms rassen die nauwelijks meer geteeld worden in heel Europa. Overesch: "Ik ben nu voor het tweede jaar bezig met huttentut, een oliehoudend zaadje voor in zijn brood. Een lastig gewas dat nog niet goed lukt. Maar de bakker wil het erg graag en dan doe je dat. Financieel is hij altijd bereid om mee te denken. Onze driehoek werkt erg goed. Ik heb er veel plezier in, ook al geven graanhalmen je geen schouderklopje."

Als vierde partner in de samenwerking is het Louis Bolk Instituut ingeschakeld. Om uit te zoeken welke graansoort het best past bij de schrale grond op de Sprengenberg, het klimaat in Overijssel én de eis dat er korenbloemen terugkomen. Udo Prins: "Daar zijn we nog volop mee bezig. Korenbloemen en slofhak terugkrijgen in de graanvelden, zonder naar de productie te kijken wordt door natuurbeschermingsorganisaties al wel veel gedaan, maar het spannende is nu juist het vinden van de juiste balans." Hij wijst weer naar beneden. "Kamille, echt een plantje van de graanvelden dat geur en kleur geeft aan zo'n gewas." Terwijl hij dat zegt springt er ietsje verder een ree op uit het veld met Sallandse aren.

Koekje van eigen deeg
Om de samenwerking naar de consument uit te dragen hebben boer, bakker en Natuurmonumenten in Salland samen een koekje bedacht. De eerste exemplaren zijn op 1 juli verkocht onder de naam 'Buitenluitjes'. Via een fietsroute langs de velden van de boer en van Natuurmonumenten en verder het coulissenlandschap van Salland in, leert de consument dat zijn koopgedrag kan leiden tot behoud van het landschap en de bijbehorende biodiversiteit. De koekjes zijn in een mooie verpakking bij verscheidene horecagelegenheden langs de route te koop. Meer informatie bij www.natuurmonumenten.nl (Nationaal Park Sallandse Heuvelrug).

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden