Boemannen

De oorspronkelijke horrorclown was in onze streken natuurlijk Zwarte Piet, met een jaarlijks optreden vol gerommeldebommel en bangmakerij. Maar sinds deze oude boeman, nu alweer decennia geleden, gedomesticeerd en inmiddels ook kleurloos gemaakt is, kwam zijn plaats vrij en je hebt het gevoel dat de niet-leuke grappenmakers van nu die met fopneus en nepmes stukjes Nederland onveilig maken, het gat in de markt hebben ontdekt.

Het is als met 9/11 waarna je nooit meer argeloos een vliegtuig langs een flatgebouw kunt zien vliegen: de horrorclowns hebben ons vertrouwen in de grappige clowns geschaad. Ik kan al niet meer zonder achterdocht naar het tv-clowntje Bumba, 'de ondeugende maar immer vrolijke clown', kijken; is-ie wel zo onschuldig, heeft zijn mond geen nare trekjes, flitst er niet iets vervaarlijks door zijn ogen en wat heeft-ie daar in z'n handjes?

Zelfs voorbije clowns als Pipo of Bassie zijn besmet geraakt. De coulrofobie doet zijn werk. Ooit waren mijn eigen kinderen bang voor een clown op straat. Gedegen pedagogen als we waren maakten we vervolgens clownsmaskers met ze om te laten zien dat het allemaal nep en onschuld was, maar toen ze die vrolijk opzetten vlogen de katten weer krijsend in de gordijnen. Misschien deugt er toch iets niet aan clowns. In mijn vroegste jeugd werd onder de Nederlandse bevolking het boek 'De bonte droom van het circus' uitgereikt, met twee clowns op het omslag. Het was een plaatjesalbum, een toentertijd populair genre dat een soort spaarzin veronderstelde. In het hoofdstuk 'De clown is een bijzonder mens' niets dan goeds over de clown die 'de ziel van het circus' wordt genoemd. 'Zijn verschijning en optreden appelleren aan iets, dat in alle mensenharten leeft, de hunkering naar het bevrijdende woord en gebaar, waarvan de clown het geheim bezit. Hij is het, die de betrekkelijkheid leert van alle dingen, een karikatuur maakt van heel ons gewichtig doen en laten, maar tegelijk bij al zijn grollen en fratsen ook de zielepoot uitbeeldt, die wij allemaal zijn, op een of andere manier.'

Ach, goeie ouwe tijd. De bonte droom van het circus lag bij mijn grootouders en het is mijn enige paspoort naar het circus gebleven want een circusganger ben ik nooit geworden, sterker nog, ik ben nog nooit een circustent binnengeweest. Maar clowns heb je ook buiten het circus en daar zit 'm geloof ik de kern van het probleem; als je ongeregisseerd grollen komt maken bestaat het gevaar dat het uit de hand loopt, allerlei beunhazen meten zich een pak en schmink aan en: lollig doen maar!

Wat dat betreft kan de negentiende-eeuwse Franse clown Auriol als voorbeeld dienen. Hij schminkte zich nooit en kwam gewoon met zijn alledaagse gezicht opdraven. Dat zou de horrorclowns leren die het louter van hulpmiddelen moeten hebben. Het woord 'clown' komt trouwens van het Engelse 'clowne' voor boerenpummel dat weer afkomstig is van het latijnse 'colonus': boer. Denk aan 'kluns' bij ons. Wist ik allemaal niet maar een snelle blik op internet leert veel. Zo steek je in elk geval nog iets op van de horrorclown, die boerenpummel.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden