BOEK &

De anglicaanse priester Anthony Freeman werd vorig jaar uit het ambt ontzet, omdat hij, tot zijn opluchting, het geloof in een bovennatuurlijke God was kwijtgeraakt en daar een vreugdevol boek over had geschreven.

JAAP DE BERG

Wellicht om Nederland in die blijdschap te laten delen, heeft Ten Have dat geschrift laten vertalen: God in ons (99 blz. ¿ 24,90). Het maakt reclame voor wat ultra-vrijzinnigen hier te lande allang verkondigen. Godsdienst is een menselijke uitvinding. Alles wat we over boven lijken te zeggen, komt niet alleen van beneden, maar gáát ook slechts over beneden. Het woord 'God' is een parapluterm voor menselijke waarden en idealen. Freeman denkt dat de leer van Jezus tegen deze achtergrond extra-gewicht krijgt. Hij moet toegeven dat Jezus zelf daar vreemd van zou hebben opgekeken.

Om zijn recycling van theologisch erfgoed te verklaren, verwijst de ex-priester o. a. naar de natuurwetenschappen. Die hebben immers flink huisgehouden in het wereldbeeld dat achter veel traditionele theologie schuilgaat. Sommige bèta-specialisten zullen waarschijnlijk antwoorden dat Freeman overdrijft. Neem J. W. Berghuys. Hij is thuis in filosofie, theologie én bèta-wetenschappen. In Mens en kosmos - een groots verband maakt hij voor minder gevorderden de balans op van zijn kennis en inzichten (Kok Agora, Kampen; 216 blz. ¿ 39,90).

Het is een veelomvattende cultuurkritische studie. In korte, bevattelijke hoofdstukken toetst ze natuurwetenschappelijke bevindingen van de laatste eeuwen op hun levensbeschouwelijke waarde. Wat Berghuys - in 1952 gepromoveerd in de wiskunde - verontrust, is dat onze cultuur te veel vertrouwen stelt in wiskundig denken en te weinig in intuïtieve kennis. Aan Freemans goocheltruc met het woord 'God' doet hij niet mee: “Mensheid en kosmos ontspruiten uit een krachtcentrum, een Bron, die alleen kan worden aangeduid in symbolen en met een naam: God.” Een mens kan met deze Bron in existentieel contact komen en ontvangt dan “liefde als van een persoon”.

Filippica

De overtuiging dat God niet te vangen is in menselijke begrippen (of emoties), doordesemt ook Als beelden verstarren van C. G. van Zweden (Kok, Kampen; 97 blz. ¿ 13,90). Notities uit veertig jaar dagboek heeft deze oud-redacteur van Trouw, onder het motto 'geloven is liefhebben', verwerkt tot een filippica tegen religie alias de hebbelijkheid om “het etiket 'God' op een stukje van je innerlijk te plakken”.

Behalve de natuurwetenschap heeft ook de geschiedenis van onze eeuw de theologie ontwricht. Daarvan getuigt Geloof en vertrouwen na Auschwitz, met bijdragen van o. a. oud-hoogleraar Rob Rensen, Huub Oosterhuis (over Lucebert) en Rinse Reeling Brouwer (red. Anton van Harskamp e. a.; De Horstink, Zoetermeer; 96 blz. ¿ 25). De bundel eindigt met een interview met F. W. Marquardt. Hij weet sinds Auschwitz niet meer weet wat hij over God zou kunnen zeggen, maar werkt nochtans aan een dogmatiek waarvan al vijf banden zijn verschenen.

Tot zwijgen

Wel tot zwijgen gebracht is de redactie van de feministisch-theologische serie 'Op reis . . .'. Zelf had ze willen doorgaan, maar uitgeverij Kok zag er geen heil of brood meer in. In de zesde en laatste afevering, Een vreemde vrouw, schetst Anne-Marie de Korte hoe het feministisch bijbellezen zich sinds de jaren zestig heeft ontwikkeld. Het boekje dankt zijn titel overigens aan een andere bijdrage: een bewerkte doctoraalscriptie over - de typering komt voor mijn rekening - de fatale stoeipoes uit Spreuken 7. Mieke Heijerman ontmaskert haar als een produkt van mannelijke fantasie (red. Wil van Hilten; 103 blz. ¿ 24,90). Voor wie in hoog tempo een Tocht door de Tora wil maken, liet de Leidse hoogleraar M. den Dulk, onder deze titel, vijf radioteksten in druk verschijnen (Meinema, Zoetermeer; 60 blz. ¿ 14,95).

Pastorale lectuur. Laura Reedijk, jarenlang pastor in een verzorgingstehuis, bundelde in Helder water 152 meditaties voor ouderen (Kok, 160 blz. ¿ 24,50). Ze werkte ook mee, met o. a. T. Poot, A. A. Spijkerboer en A. W. Vlieger, aan de vijftigste editie van de Bijbelse dagkalender. Wijlen W. R. van der Zee schreef er nog de gebeden voor (red. P. Schelling; Boekencentrum, Zoetermeer, ¿ 11). Carel ter Linden, van de Haagse Kloosterkerk, komt met Een land waar je de weg niet kent velen te hulp in de omgang met mensen-in-rouw. Ook met praktische wenken, waaronder: 'Praten over de overledene is troost' (Meinema, Zoetermeer; 80 blz. ¿ 16,90). Hoe zwaar - en voor gezonden onvoorstelbaar - de beproevingen van een operatiepatiënt kunnen zijn, verdoezelt de journalist Cees Baan allesbehalve in Brief uit een ziekbed, met Psalmen en andere gedichten gelardeerde impressies en dagboeknotities (Boekencentrum, Zoetermeer; 78 blz. ¿ 15,50).

Lang niet iedere geïnteresseerde zal zich de aanschaf, of de lectuur, hebben kunnen veroorloven van J. Ridderbos' lijvige studie over de politieke en kerkelijke worstelingen en capriolen van gereformeerde leidslieden in de jaren 1933-1945. Oud-synodevoorzitter Evert Overeem biedt nu uitkomst. Hij heeft de krenten uit Ridderbos' pap gehaald en opgediend in hakplaar proza dat naar méér smaakt: Een kerk in beroering. Het slothoofdstuk, waarin Ridderbos zelf reageert op commentaren die zijn proefschrift uitlokte, voegt enkele scheutjes azijn toe (Kok, Kampen; 208 blz. ¿ 29,90).

Wat meer ruimte, een heel boek zelfs, had dr. C. Graafland nodig om te reageren op de bundel die hem werd aangeboden bij zijn afscheid, eind 1993, als hoogleraar vanwege de Gereformeerde Bond. Verantwoord gereformeerd - een voortgezet gesprek (Boekencentrum, 176 blz. ¿ 32,50) zal ten kantore van Bondscoach J. van der Graaf niet als manna zijn ontvangen. Graafland verwijt de Bondselite centralisme en machtsbegeerte en wijst de onverkwikkelijke symptomen daarvan ook op de begroting van de Bond aan. Bij de argeloze lezer kan zelfs de indruk post vatten dat ir. Van der Graaf, sociologisch gezien, een soort Abraham Kuyper redivivus is: een alles bedisselende leider, omringd door jaknikkers.

Bemoedigend

De Geschiedenis van de christelijke spiritualiteit van de Vlaming Kamiel Duchatelez, docent in een norbertijner abdij, is vooral een kerkhistorisch overzicht met 'bemoedigende wegwijzers' in de vorm van portretjes van spirituele prominenten. Ook niet-katholieken komen, vluchtig, in beeld. Merkwaardig is dat de schrijver zijn (christelijke) geschiedenis laat beginnen met wat sommige geloofsgenoten niet meer het Oude Testament willen noemen (Gooi & Sticht, Baarn; 290 blz. ¿ 55).

Een co-produktie van Kierkegaard als 'teleurgestelde minnaar van de kinderjaren' en de Deense Grethje Kjaer is Kierkegaards kinderjaren en zijn visie op opvoeding. Kjaer ploos het werk van haar 19e-eeuwse landgenoot na op wat hij over deze onderwerpen te zeggen had en ordende en becommentarieerde het resultaat (Ten Have, Baarn; 160 blz. ¿ 34,50).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden