BOEK &

Wat is de beste sleutel om toegang tot de Bijbel te krijgen - vroomheid of een cursus literatuurwetenschap? Of is dit een vals dilemma? Niet voor dr. J. P. Fokkelman. Hij vindt “het kunnen werken met eenvoudige, maar fundamentele werktuigen van vertelkunde (. . .) in de ontmoeting met de bijbel veel belangrijker dan vroom zijn”.

Fokkelman, verbonden aan de Leidse universiteit, is in beperkte maar internationale kring vermaard om zijn vierdelige standaardwerk Narrative Art and Poetry in the Books of Samuel (1981-93). Dat hij zijn bevindingen en ideeën ook helder en levendig kan populariseren, bewijst hij met Vertelkunst in de bijbel (Boekencentrum, Zoetermeer; 222 blz. ¿ 37,50). Het moet, en kan, een breed publiek vertrouwd maken met literaire puzzelmethoden die allang worden toegepast op ongewijde teksten.

Dat zal voor menigeen even wennen worden. Ook omdat Fokkelman een theorie over de status van bijbelverhalen aanhangt waarvan op orthodoxe kansels zelden wordt gerept: deze verhalen scheppen een wereld-in-woorden die niet zomaar zicht geeft op de historische werkelijkheid van toen, maar daarmee slechts “een dun en indirect contact heeft”.

Geen vurig adept van deze theorie lijkt me Ulrich Duchrow, een economisch geschoolde Duitse professor in de theologie en de ethiek. Hij ontleent aan de Bijbel recepten voor een alternatieve wereldeconomie. In Alternatives to Global Capitalism (International Books/Jan van Arkel, Utrecht; 336 blz. ¿ 27,50) legt hij eerst uit waarom het neo-liberale kapitalisme voor de meeste mensen op aarde een vervloekte ramp is. Vervolgens put hij uit de Bijbel richtlijnen voor een rechtvaardiger en duurzamer stelsel, dat hij ten slotte op diverse niveaus enigszins uitwerkt. Een actieprogramma besluit het boek, dat krachtige aanbevelingen meekreeg van Sölle en Beyers Naudé.

Ver vooruit

De kerken ver vooruit op de weg die Duchrow wijst, is Abbé Pierre. In zijn Testament... niet alleen voor de paus een beschamend boek, blikt hij terug op zijn leven ('waar ik voortdurend onder heb geleden, was het gemis van de tederheid van een vrouw') en verheft hij zijn stem tegen onrecht, egoïsme en hardvochtigheid, buiten de kerk én erbinnen (Kok Agora, Kampen; 152 blz. ¿ 35). De dood begroet de hoogbejaarde abbé als “een lang uitgestelde afspraak met een vriend”, want “als je één hand naar de armen hebt uitgestoken, dan vind je Gods hand in je andere hand”.

Evenmin als Duchrow en Abbé Pierre toont Ko Schuurmans veel neiging, de Bijbel te verliteraturen. Om zijn kerkgenoten wat meer met dit boek vertrouwd te maken - Schuurmans is directeur van het Haarlemse Diocesaan Pastoraal Centrum - schreef hij Woorden om te worden (Gooi & Sticht, Baarn; 197 blz. ¿ 37,50). Na een algemene inleiding portretteert hij, bevattelijk en allerminst schools, elk der boeken van het Eerste (bijgenaamd Oude) Testament, en passant allerlei traditionele termen en begrippen afstoffend.

Ooit hervormd predikant, is dr. J. Schipper inmiddels kerk en godsdienst ver voorbij. Veel vragen, enkele vage zekerheden en ontzag voor het Onuitsprekelijk Mysterie en de moderne fysica kenmerken de vrij-religieuze levensovertuiging, door deze sympathieke zwever verwoord in Mistig met enkele opklaringen (Damon, Best; 75 blz. ¿ 18,50).

Een soort katholiek samen-op-weg-proces, met hier en daar een dosis voor protestanten meteen herkenbare frustratie, beschrijft Krachten bundelen (red. Paul Bergmans e. a.; uitg. Diocesaan Pastoraal Centrum Rotterdam, 010-4148213; 110 blz. ¿ 25). Pièce de résistance zijn acht rapportages over samenwerking tussen Nederlandse parochies.

Voor oningewijden: de barre noodzaak achter dit proces onthult de titel van een ander verzamelwerk, Europa zonder priesters? (red. Jan Kerkhofs; Gooi & Sticht, Baarn; 244 blz. ¿ 45). Vijf (oud-)hoogleraren uit België, Duitsland en Oostenrijk bespreken de ambtstraditie en het slinkend priesterdom in de r.-k. kerk vanuit historisch, theologisch, sociologisch en logistiek oogpunt.

Eén conclusie uit ettelijke: “Het veelvuldig inschakelen van leken schept evenveel problemen als het oplost; en toch is dit inschakelen in Europa en elders een levenskwestie”. De gedachte aan vrouwelijke priesters ontmoet wat minder enthousiasme dan bij Abbé Pierre. In diens beleving is een kerk met louter heren in het ambt 'verminkt'.

Daar konden de liefdezusters van de Choorstraat (Den Bosch) en Onder de Bogen (Maastricht) van meepraten. Zoveel mogelijk vanuit hun gezichtspunt belicht José Eijt in Religieuze vrouwen: bruid, moeder, zuster de geschiedenis van hun congregaties in de periode 1820-1940 (Verloren, Hilversum; 457 blz. ¿ 59). Van deze religieuzen werd een geestelijke souplesse gevergd, een spiritueel circus Boltini waardig. In hun werk buiten het klooster creatief en vindingrijk, werden ze daarbinnen onder mannelijke auspiciën onderworpen aan een kadaverdiscipline die in het hedendaagse leger subiet muiterij zou veroorzaken.

Toen Eijt op dit werkstuk in Nijmegen promoveerde, moet een befaamde katholieke historicus zich even in zijn graf hebben omgedraaid. In de jaren zestig, vermeldt Eijt, weigerde L. J. Rogier een vergelijkbare dissertatie over actieve vrouwelijke religieuzen te begeleiden, omdat het onderwerp 'volstrekt oninteressant' was.

Ringeloren

Nog twee kerkhistorische publikaties tot slot. Ruim twee eeuwen geleden was de Oostenrijkse keizer Jozef II druk doende, de r.-k. clerus enigszins te ringeloren. Om de imperiale Verlichtingsactivist tot de orde te roepen, repte een geschokte paus Pius VI zich naar Wenen. De keizer liet hem kletsen - in een brief aan Catharina de Grote vatte hij de pauselijke sermoenen samen als een hoop onzin - en gaf geen krimp. Zich zo nu en dan merkbaar verkneukelend heeft Fook Nederveen deze geschiedenis gereconstrueerd - o. a. op grond van brieven van de toenmalige Hollandse gezant te Wenen - en de hoofdpersonen geportretteerd in Steekspel in Wenen (Siber, Maastricht; 95 blz. ¿ 27,50).

Minstens zo onderhoudend maar van duurzamer glans is de verzameling paarlen die de geleerde stilist C. W. Mönnich (1994) tien jaar geleden in het officiële lutherse kerkblad etaleerde. Th. A. Fafié heeft ze opgegraven en er een uitgever voor gevonden: Een Augustijn in protest (Meinema, Zoetermeer; 68 blz. ¿ 16,50). De ondertitel - Aspecten van Luther's leer en leven - verhult dat Mönnich zijpaden niet schuwde en daar bijvoorbeeld jammerende kerkelijke zielentellers en bedrijvers van Luther-idolatrie de oren waste. Ook deze rubriek komt er trouwens niet ongeschonden af, in zoverre Mönnich de voor menigeen onbarmhartige, typisch reformatorische opvatting bestreed dat de weg ter zaligheid geplaveid is met boeken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden