Boekverbranding

Naar blinde woede wordt slecht geluisterd. Die roept alleen onverschilligheid op

Bij het Slavernijmonument in het Amsterdamse Oosterpark werd vorig jaar juni een boek verbrand, of eigenlijk de kopie van de titelpagina, waarop 'Het negerboek' te lezen viel, de corrrecte vertaling van een Canadese roman van Lawrence Hill. De term 'neger' werd door een deel van de Creools-Surinaamse gemeenschap als zo grievend ervaren dat de emancipatoire inhoud van de roman (over een ontsnapte slavin) al niet meer relevant leek.

Moeten we begrip opbrengen voor zulke acties, omdat we hebben geleerd waar ze uit voortkomen? Of mogen we toch kritiek uiten op de methode?

De begin vorig jaar gestorven schrijver Anil Ramdas, zelf van Hindostaans-Surinaamse afkomst, had daar wel een antwoord op. In zijn essay 'Madame Bovary' onderscheidt hij verschillende stijlen waarin de migrant zijn ervaringen kan verwoorden. In een daarvan, de politieke stijl, herkennen we de boekverbranders: "Het is een boze, aanvallende stijl, krachtig en krachteloos tegelijk, als een boa constrictor die een zeekoe kan wurgen, maar niet tegen een speldeprik kan." Overontwikkeld historisch bewustzijn gaat hier gepaard met een onderontwikkeld sociaal bewustzijn, schrijft Ramdas. De beledigde bevolkingsgroep begrijpt niet dat hun felheid en verbittering eerder onverschilligheid oproept dan solidariteit.

Zelf had Ramdas meer vertrouwen in wat hij de literaire stijl noemde; inspiratie daartoe vond hij bij Flauberts 'Madame Bovary'. Dat klinkt misschien als een vreemde associatie, maar Ramdas maakt heel goed duidelijk dat de Franse klassieker eigenlijk handelt over verlangen en teleurstelling - en daarmee ook over migranten. Zoals Flauberts plattelandsmeisje Emma dankzij haar romantische lectuur ging fantaseren over een grootser leven in de provinciehoofdstad, zo verslonden Surinaamse jongens als Anil Ramdas de romans van W.F. Hermans en Jan Wolkers en droomden zij van het land van Cultuur, dat ordelijker zou zijn, en vrijer.

Net als Emma werden ze natuurlijk teleurgesteld. Nederland voldeed niet aan de hooggestemde verwachtingen. Zo cultureel en vrij waren de bewoners van het moederland bij nader inzien ook weer niet. Maar de teleurstelling daarover kun je ook stijlvol en ironisch verwoorden, vond Ramdas, zoals Flaubert deed. Zelf leefde hij naar dat credo, als lichtvoetig essayist en stijlvolle tv-persoonlijkheid.

Totdat de linkse intellectuelen waartussen de immigrant-schrijver zich thuisvoelde het multiculturele ideaal na de moord op Theo van Gogh begonnen aan te vallen. Toen moet Ramdas zich gedwongen hebben gevoeld om tegenwicht te bieden, om een loden politieke stijl te adopteren die niet paste bij zijn gevoel voor humor. Zijn polemiek (onder meer met Joost Zwagerman) klonk verbetener. Niemand luisterde meer; hij was zijn stijl kwijt. Op 18 februari 2012 pleegde hij zelfmoord.

Wat valt daarvan te leren? Misschien dit: ironie, meerduidigheid en elegantie zijn essentiële kenmerken van elke literatuur die die naam verdient. Het blijven ook de effectiefste stijlmiddelen om discriminatie mee aan te kaarten. Juist de speelse Anil Ramdas zal de komende Boekenweek worden gemist.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden