Boekrecensie Bibberen aan de Berezina met Bart Funnekotter en Sylvain Tesson

ELIAS VAN DER PLICHT

Wandelende skeletten waren het. Nadat ze hun paarden hadden opgegeten, gingen ze over op (zelf)kannibalisme, hun lompen optillend om aan hun eigen stompen te knagen. "Dit waren dezelfden die zes maanden tevoren Europa deden sidderen", getuigde een soldaat. "Nooit was op enig slagveld zo veel gruwzaamheid te zien", vulde een ander aan.

Het is eind oktober 1812. De velden rond het dorpje Borodino, op zo'n honderd kilometer ten westen van Moskou, liggen bezaaid met lichamen in ontbinding van omgekomen soldaten en rottende dode paarden. Vijf weken eerder vond op deze plek de tot die tijd bloedigste strijd ooit plaats: de Slag bij Borodino. Zo'n 75.000 mannen verloren op één dag het leven, een naargeestig record dat een eeuw later zou worden verbroken met de Slag bij de Somme. Een kapitein constateerde na afloop van de gevechten dat het water stonk van het bloed. De paarden deinsden ervoor terug, 'maar door de mens werd het niet versmaad'.

De kannibalen die ruim een maand na de hevige gevechten rondom Borodino zwerven, zijn soldaten uit het leger van Napoleon. In de tussentijd hebben ze huisgehouden in Moskou. Door voedseltekort en een gebrek aan perspectief is de Franse keizer genoodzaakt zich terug te trekken. Gedurende de aftocht wordt zijn leger overvallen door Vadertje Winter.

Hoe deden die mannen dat? Hoe konden ze omgaan met die ellende? Zouden wij dat kunnen? Voor ons is het al bijna onaanvaardbaar dat enkele tientallen van onze militairen hun leven gaven in tien jaar Afghaanse oorlog. Hebben wij in acht generaties zwakkere zenuwen gekregen? Het zijn vragen die de Franse reisschrijver Sylvain Tesson zich stelt. In 'Berezina. Met Napoleon in de zijspan' doet hij verslag van zijn tocht van Moskou naar Parijs.

Deden Napoleons soldaten maanden over de expeditie, Tesson legt in amper twee weken dezelfde route af. Op een oude Ural, een motor van Russische makelij, jakkert hij richting de baguette en de mandflessen wijn. Noem het een eerbetoon aan de mannen die het niet konden navertellen. Noem het een onderzoek naar wat zij moeten hebben doorstaan. Noem het vooral een stoer avontuur. Althans, voor jongens van negentien. Bij veertigers als Tesson heeft het gepoch over waaghalzerij op de weg en de liters wodka die 's avonds wegvloeien ook wat kinderachtigs. Het maakt dat er iets onvolwassens aan zijn boek kleeft.

Waar Tessons reis begint met een fascinatie voor een antieke Sovjet-motorfiets, is het startpunt van Bart Funnekotters belangstelling voor Napoleons mislukte Russische campagne het verhaal dat in zijn familie de ronde doet over luitenant Willem Funnekotter die met het Franse leger tegen de Russen optrok. De zoektocht van de journalist naar de belevenissen van zijn voorvader loopt wat uit de hand met 'De hel van 1812. Nederlanders met Napoleon op veldtocht naar Rusland' als resultaat.

Napoleon was uit op een snelle veldslag waarmee hij tsaar Alexander een lesje kon leren. Daarna zou de vrede worden getekend en iedereen huiswaarts keren. Kwestie van een paar maanden. In februari 1812 vertrokken de eerste regimenten naar de Russische grens. Ongeveer de helft van de ruim zeshonderdduizend soldaten uit Napoleons leger was Fransman. De andere helft kwam uit alle windstreken van Europa. Ook uit Nederland. Vijftienduizend Hollanders vochten mee in Rusland. Sommigen vrijwillig, velen tegen wil en dank, de dupe van de 'soldatenhonger' van de Franse keizer.

Het wekt dan ook geen verbazing dat het met de discipline niet altijd even goed gesteld was. Een horde Nederlandse dienstplichtigen die werden opgeroepen om zich in Parijs te melden, namen het er bij aankomst in de Franse hoofdstad van: plunderingen, opstootjes, dronkenschap. "Ah goed, als uw mannen niet weten om te gaan met het effect van wijn, dan moeten ze zich vanaf nu maar tevreden stellen met bier", zou een gepikeerde Napoleon tegen de officier van het regiment hebben gezegd.

Liefhebbers van militaire geschiedenis kunnen met 'De hel van 1812' hun hart ophalen aan de beschrijvingen van de talloze verplaatsingen van bataljons en batterijen. Voor wie minder is geïnteresseerd in de exacte plaats waar het 123ste Regiment Infanterie van Linie zijn bivak zoal opsloeg, is het af en toe doorbijten. Die lezers worden beloond met vele prachtige citaten uit de memoires, dagboeken en brieven van de soldaten uit Napoleons leger. Daadwerkelijk meevoelen met de aan ontberingen blootgestelde mannen is onhaalbaar vanuit een veilige huiskamer met een warme mok koffie binnen handbereik, maar de quotes maken toch inzichtelijk hoe erg zij moeten hebben geleden.

Net als Funnekotter maakt Tesson veelvuldig gebruik van egodocumenten. Hij pakt de herinneringen van zijn negentiende-eeuwse reisgezel sergeant Adrien Bourgogne erbij en leest over de buit die Bourgogne uit Moskou meetorste: een met goud- en zilverdraad geweven zijden Chinees gewaad, een hazelnootkleurige vrouwenmantel gevoerd met groen velours, een prachtige rok. Mooi spul, maar de sergeant had er beter aan gedaan zichzelf een muts en een paar wanten toe te eigenen: zodra in oktober de eerste sneeuw viel, versteende zijn lijf van de kou onder de verfijnde weefsels.

Duizenden officieren liepen erbij zoals sergeant Bourgogne : een carnavalesk leger gehuld in zijdebrokaat en wandbekleding uit paleizen. De kolderieke stoet probeerde zich 'met allerlei soorten pels en lorren' tegen de kou te wapenen, aldus een door Funnekotter aangehaalde Nederlandse majoor.

Tesson maakt dezelfde fout als zijn landgenoten van twee eeuwen terug: hij is te licht gekleed en zit bibberend op zijn Ural. Wind, regen en sneeuw krijgen vat op de ledematen. Een tamelijk domme blunder voor iemand die in 2010 bij temperaturen van 35 graden onder nul een half jaar doorbracht in een hut aan het Bajkalmeer en daarover de bestseller 'Zes maanden in de Siberische wouden' schreef.

Niet alleen de mens is niet voor de Russische weersomstandigheden gemaakt, ook de dieren moesten het tijdens Napoleons veldtocht ontgelden. Bij aanvang beschikten beide legers in totaal over driehonderdduizend paarden. Na zes maanden waren daar nog maar honderdduizend van over, weet Tesson te vertellen.

Ook de soldaten stierven als vliegen. Funnekotter becijfert dat van de vijftienduizend Nederlandse soldaten twee derde de veldtocht door Rusland niet overleefde. Er waren winternachten waarin de helft van een compagnie doodvroor. De Nederlandse luitenant Melchior Hoek verzuchtte: "Zich op de grond vlijende zag de ene kameraad de andere aan en zei: aan wie zal het nu de beurt zijn? Want bij zulke gelegenheden kon men de volgende morgen stellig rekenen dat ongeveer de helft der slapers de slaap des doods was ingesluimerd." Het noopt Tesson tot de conclusie dat we tegenwoordig maar watjes zijn. Gelukkig maar, zou je hem willen zeggen.

Bart Funnekotter: De hel van 1812. Nederlanders met Napoleon op veldtocht naar Rusland Prometheus; 334 blz. euro 19,95

Sylvain Tesson: Berezina. Met Napoleon in de zijspan (Berezina. En side-car avec Napoléon) Vert. Marianne Kaas. De Arbeiderspers; 207 blz. euro 18,99

Kou, kannibalen en de dood, op veldtocht met Napoleon in Rusland

Gelukkig zijn wij watjes

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden