Boekrecensie Alberto Angela, Mary Beard en Vincent Hunink over Pompeï

De uitbarsting van de Vesuvius in 79 en het onder as bedolven leven in Pompeï blijven intrigeren

Het was niet de eerste natuurramp die Pompeï trof, de uitbarsting van de Vesuvius in 79 na Christus. Zeventien jaar eerder werd de stad opgeschrikt door een zware aardbeving. "Een groot deel van Pompeï stortte in", schreef de Romeinse geschiedschrijver Tacitus.

Kwam dat noodlot misschien nog even onverwacht als de beving die Midden-Italië vorige week trof, het vulkanisch geweld van de Vesuvius kondigde zich van tevoren aan. Rotsen voelden warmer aan, net als water. Planten verdroogden. Wormen kwamen uit de grond gekropen. Er hing op veel plekken een zwavelgeur. De aarde trilde steeds vaker. Wie de voortekenen een beetje verstond, wist dat er iets akeligs stond te gebeuren.

De mensen die hun heil niet tijdig elders zochten, wisten daarna niet wat ze meemaakten. Toen de Vesuvius ergens tussen eind augustus en eind november 79 vuur, gesteente en lava begon te spuwen, kwam een hoeveelheid mechanische en thermische energie vrij die gelijkstond aan 50.000 atoombommen van Hiroshima. Met het verschil dat bij de nucleaire bom alle kracht in een oogwenk vrijkomt. De vulkaan deed daar een stuk langer over. Puimsteen werd tot meer dan 70 kilometer ver weg gespuugd. De as daalde neer tot op de gletsjers van Groenland.

De apocalyptische gebeurtenissen volgden elkaar in Pompeï in rap tempo op: de eruptie, een regen van rotsblokken en puin, gedreun, gedonder, enorme onweersbuien, opzuigende winden, een adembenemende lucht en een brandende lawine met temperaturen tot zeshonderd graden Celsius die met honderd kilometer per uur naar beneden gleed.

Dat het verhaal van de vernietiging van Pompeï en Herculaneum blijft intrigeren heeft alles te maken met al dat nauwelijks voorstelbare natuurgeweld. Maar er is meer dan die ietwat morbide belangstelling voor de ramp. De aantrekkingskracht zit hem ook in het conserverende werk dat de vulkaan deed. Het verhaal van de Vesuvius brengt geschiedenis dichtbij. De uitbarsting heeft volop indrukken nagelaten van echte mensen, echte levens.

De roman 'De laatste dagen van Pompeï' (1834) van Edward Bulwer-Lytoon werd een van de bestsellers van de negentiende eeuw. En nog steeds laten literatoren en filmmakers zich inspireren door de eruptie van toen. Wetenschappers doen ook een duit in het zakje. Onlangs verschenen weer drie titels.

De Italiaan Alberto Angela, paleontoloog en ervaren in het populariseren van wetenschap, neemt zijn lezers in 'De drie laatste dagen van Pompeii. 23-25 oktober 79, van uur tot uur' mee naar het Pompeï en Herculaneum van vlak voor, tijdens en na de uitbarsting. Die opzet slaagt slechts ten dele.

De schrijver brengt straat voor straat, bijna huis voor huis de ten onder gegane maatschappij tot leven. Dat lukt hem een stuk minder goed bij het beschrijven van de wederwaardigheden van een deel van de inwoners. Waarschijnlijk wreekt zich hier de redelijk beperkte omvang van het bronnenmateriaal. Angela gaat daar weliswaar redelijk vrij interpreterend mee om, maar waakt voor al te veel fantasie. Het aantal opgevoerde personages bevordert meeleven ook niet echt.

Ronduit hinderlijk is dat Angela zijn tekst nodeloos oprekt met stoplappen en quasi-poëtische passages. Dat leidt tot zinnen als: "Het lijkt bijna of de zon het dodelijke gevaar dat de Pompeianen boven het hoofd hangt wil signaleren. Als een stille getuige van naderend onheil ... Maar naar de waarschuwing en naar dit advies - een smeekbede om zo snel mogelijk te vluchten voor een wreed lot - wordt niet geluisterd, met fatale gevolgen." Zonnestralen met kosmische boodschappen! Qua bijgeloof doet de schrijver hier niet onder voor de Romeinen van toen.

Voor wie minder is geïnteresseerd in de details van de ramp in 79 na Christus, maar wel in de dagelijkse gang van zaken in het plaatsje dat op dat moment werd bedolven, is 'Pompeii. Het dagelijks leven in een Romeinse stad' van Mary Beard een prima alternatief.

Van de Britse historica verscheen dit jaar het voortreffelijke 'SPQR. Een geschiedenis van het Romeinse Rijk'. Haar 'Pompeï' is een heruitgave van een boek dat al eens in 2009 verscheen. Ook deze auteur, professor aan de universiteit van Cambridge, leidt rond door de stad, zij het wat meer themagewijs.

Op romantiseren heeft ze het niet zo. Ze benadert het onderwerp met een gezonde dosis scepsis en bekritiseert verdichting, te gemakkelijke aannames en andere pseudowetenschappelijke kronkels. Een voorbeeld? Beard rekent af met de mythe dat gladiatoren een enorme aantrekkingskracht uitoefenden op Romeinse vrouwen.

Als bewijs voor die vermeende adoratie voerden anderen in Pompeï aangetroffen graffiti aan. In de stad vond men teksten als 'Celadus, droomprins van alle meisjes' en 'Cresces, de netvechter, maakt het goed met de nachtmeisjes, de ochtendmeisjes en alle andere meisjes'. Maar vertellen ze wel iets over blinde adoratie?, vraagt Beard zich af. Waarschijnlijk niet, concludeert ze. Want de graffiti werd aangetroffen in gladiatorenbarakken. Ze verwoorden de fantasieën van jonge vechters. 'Brallerige mannenpraat' noemt de auteur het.

Met dezelfde nuchterheid rekent ze af met kletsverhalen die de gidsen in Pompeï graag vertellen (schilderingen in bordelen zouden klanten in staat stellen hun wensen kenbaar te maken bij prostituees die geen Latijn spraken) en durft ze te benoemen wat we simpelweg nog niet (zeker) weten over het leven in de stad. Het leesplezier lijdt daar geen moment onder, want er blijven genoeg interessante feiten en verhalen over en Beard weet ze met kennis en smaak op te schrijven.

De lezer krijgt in het boekje 'De Vesuvius in vlammen' een van de belangrijke tekstuele bronnen voorgeschoteld, die getuigen over de gebeurtenissen in Pompeï. Het is fraai gebonden en met een eenvoudig en krachtig beeld van Anneke Germers op de voorzijde alleen al een lust voor het oog. Het bevat zestien brieven van Plinius de Jongere. Elf zijn gericht aan de grote Romeinse geschiedschrijver Tacitus. In twee lange beschrijft Plinius hoe hij de uitbarsting van de Vesuvius beleefde: "Qua vorm en gestalte leek de wolk nog het meest op een pijnboom: een heel lange 'stam' die omhoog rees en zich daar in allerlei 'takken' verdeelde."

Alberto Angela en Mary Beard maakten, als zoveel schrijvers voor hen, dankbaar gebruik van deze getuigenissen. Maar met hun beperkte lengte en soms alledaagse onderwerpen valt uit de brieven nog veel meer te halen, maakt classicus Vincent Hunink, verantwoordelijk voor de toelichting en annotatie, duidelijk.

Welbeschouwd was Plinius een beetje een starfucker, een man die hoopte dat iets van de faam van Tacitus ook zou afstralen op hem. En - het moet gezegd worden - dat is hem eigenlijk best aardig gelukt.

Alberto Angela: De drie laatste dagen van Pompeii. 23-25 oktober 79, van uur tot uur Vert. Hans van den Berg. Athenaeum - Polak & Van Gennep; 416 blz. euro 24,99

Mary Beard: Pompeii. Het dagelijks leven in een Romeinse stad (Pompeii: The Life of a Roman Town) vert. Boukje Verheij. Athenaeum - Polak & Van Gennep; 458 blz. euro 19,99

Plinius: De Vesuvius in vlammen. Brieven aan

Tacitus Vertaald en toegelicht door Vincent Hunink. Athenaeum - Polak & Van Gennep; 94 blz. euro 10

De wormen voelden het onheil naderen

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden