Boeken maken uit overtuiging

Christoffel Plantijn wilde uitgeven, koste wat kost. Daar kan het boekenvak in deze tijd troost uit putten

Hij geloofde in de kracht van het woord, drukker en uitgever Christoffel Plantijn. Terwijl de Nederlanden ten prooi vielen aan religieuze twisten, bracht hij zijn Polyglotbijbel op de markt, Gods woord in vijf talen (Grieks, Latijn, Aramees, Syrisch en Hebreeuws). Taal en kennis konden een duchtig wapen zijn tegen onbegrip en misleiding. Het geloof hoorde het cement van een samenleving te zijn. In die tijd was het vooral een splijtzwam.

Plantijn (1520-1589) had weinig op met radicalisering, of die nu van calvinistische of katholieke zijde kwam. Dat was niet alleen een kwestie van overtuiging, maar ook ingegeven door zijn zakelijke belang. Zijn handel rendeerde het beste in een rustig, enigszins liberaal klimaat. De dreigende burgeroorlog kon hem ruïneren.

Voor zijn bedrijf verloochende hij als het moest ook zijn principes. Toen in het Vaticaan twijfels bestonden over de goede katholieke intenties van de Polyglotbijbel prees Plantijn het boek aan als uiterst geschikt voor bestrijding van de Reformatie: "Ketters beginnen beslist weldra te luisteren, wanneer ze zien dat hun waanbeelden, klatergoud en ijdele praatjes, die berusten op valse lezingen van de oude talen, en waarmee ze misleide mensen plegen te imponeren, door mijn Koningsbijbel worden ontmaskerd en duidelijk worden weerlegd."

Er was de ondernemer Plantijn alles aangelegen om zijn 'koninkrijkje' te verdedigen tegen krachten die het konden vernietigen, zo blijkt uit de door Sandra Langereis geschreven biografie 'De woordenaar'. Met veel durf en doorzettingsvermogen had hij zijn bedrijf opgebouwd. Een studie was geen optie, nadat hij jong wees was geworden. Plantijn begon onderaan. Via het gildesysteem leerde hij het boekbindersambacht en hij werkte als gezel bij een drukker. Voor het opzetten van een eigen bedrijf verliet hij zijn geboorteland Frankrijk en koos voor Antwerpen, een havenstad vol economische dynamiek. Daarmee was de metropool ook een gewilde prooi voor de strijdende partijen, die bij verovering nog wel eens brandschattend de ronde deden.

Aanvankelijk combineerde Plantijn zijn geliefde vak met de lucratieve kanthandel. Zijn eerste drukwerk was betrekkelijk risicoloos: onder meer almanakken, waar veel vraag naar was. Maar al snel toonde hij meer ambitie. Hij bracht het eerste woordenboek in de volkstaal, het Nederlands, uit. De redacteuren van de in 1637 verschenen Statenbijbel zouden er gebruik van maken.

Standaardisering van de taal kon bovendien bijdragen aan meer eenheid tussen de zeventien provinciën van de Nederlanden, hoopte Plantijn. Eigenlijk waren de woordenboeken een vingeroefening voor de bewerkelijke Polyglotbijbel. 'Hardlopers' bleef hij ook maken. Zo groeide het bedrijf uit tot de belangrijkste drukkerij-uitgeverij van haar tijd. Antwerpen eert hem tot op de dag van vandaag met een museum, dat op de werelderfgoedlijst van de Unesco staat.

De Nederlandse historica Sandra Langereis, die eerder schreef over Hollands drukkerstrots Laurens Janszoon Coster, levert met 'De woordenaar' een zeer complete biografie af. Ze brengt behalve Plantijn ook zijn bedrijf, vak en tijd tot leven. "Deze man is niet van deze wereld; alles is geest aan hem; hij eet niet, hij drinkt niet, hij slaapt niet", schreef de Spaanse theoloog Benito Arias, bijgenaamd Montanus. De geestelijke was door de autoriteiten naar de Antwerpse drukkerij-uitgeverij gestuurd om als een soort waakhond toezicht te houden op het Polyglotbijbel-project, maar groeide uit tot een vriend.

"Je weet: die man is zo mager als een lat", schreef een andere bekende over Plantijn. Een van diens schoonzonen merkte op dat alle gedrevenheid ten koste ging van zijn gezondheid. Plantijn voelde zich goed buiten Antwerpen, maar kreeg weer last van zijn maagklachten zo gauw hij voet op de werkvloer zette.

Zelfs Plantijns dochters hoorden min of meer toe aan het bedrijf. Ze werden al jong ingezet voor klussen en zoveel mogelijk gekoppeld aan mannen die ook iets konden betekenen voor de handel.

'De woordenaar' is ook inspirerend en troostrijk voor iedereen in het boekenvak. Ja, de markt hapert. Maar ook in Plantijns tijd ging niets vanzelf en was het metier volop in ontwikkeling. De politieke onrust kwam daar nog bovenop. Toch wist de drukker/uitgever zich te handhaven.

Waar het boekenbedrijf nu vaak wat achter lijkt te blijven bij de voortschrijdende technologische mogelijkheden, had Plantijn te maken met het conservatisme van het meest vermogende deel van zijn klantenkring. Vorsten en edelen wilden forse bedragen betalen en waren in sommige gevallen belangrijk als geldschieter voor grote projecten. Maar vervelend genoeg bleef hun smaak ouderwets.

Een serieproduct, al was het nog zo luxe uitgevoerd, vonden de aanzienlijken eigenlijk te min. Ze eisten een werk met ouderwets patina. Boeken moesten op zijn minst lijken op de handschriften zoals die al eeuwen werden vervaardigd. Zowel de hertog van Beieren als de Spaanse koning Filips II vroegen om een exclusief perkamenten exemplaar van Plantijns Polyglotbijbel ter opluistering van hun bibliotheek.

Sandra Langereis: De woordenaar. Christoffel Plantijn, 's werelds grootste drukker en uitgever (1520-1589). Balans, Amsterdam; 400 blz. euro 29,95

Religievrede

Op 8 augustus 1566 uitte Plantijn in een brief zijn zorgen over de religieuze spanningen: "Wat de troebelen in de lage landen betreft, die zijn zo groot dat ik momenteel niet voldoende verkoop om mijn drukkerij draaiende te houden. Ik zal een deel van mijn drukpersen stil moeten laten staan zolang de tijd zo onzeker blijft, en dat zal me dunkt net zolang duren tot de door de adel en het volk verlangde Staten-Generaal gehouden is - of liever gezegd, tot men zekerheid heeft gegeven aan de mensen van de opstandige, zich hervormd noemende religie. Want zij zijn sterk en groot in getal, en bereid om eerder te sterven dan zich nog langer gevangen te laten zetten et cetera vanwege hun geloof."

Plantijn was voorstander van een religievrede: "Ik bid dat God onze landsbestuurders de wijsheid zal geven om zich te gedragen naar het voorbeeld van onze buren, en om deze komedie aan te pakken zoals onze buren dat hebben gedaan. Want ik ben bang dat het uiteindelijk niet slechts op een tragedie uitloopt, met het beetje vredige rust dat ons nog rest de nek omgedraaid, maar op een dolle furie en de dood van duizenden goede mensen, zowel bij de ene als de andere partij."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden