Boeiende metafoor van innerlijke zoektocht

Nanette Edens in 'Hé jij daar'. (FOTO REYN VAN KOOLWIJK )

’Hé jij daar’ door De Voortzetting; tekst/regie: Frans Strijards; tournee t/m 22-4; inl.: www.devoortzetting.nl

Ze staat op het toneel alsof ze op het startschot voor de hordeloop wacht. Het zaallicht is nog niet uit of daar gaat ze, als een speer ervandoor. Wat een haast om weg te rennen van haar milieu, van haar thuis, van haar jeugd. Om zo snel mogelijk een nieuw leven te kunnen beginnen. Maar hoe doe je dat, wat heb je daarvoor nodig?

Op de vloer heeft actrice Nanette Edens slechts een stoel en een bril nodig om verschillende stadia en personages uit een turbulente fase in het leven van haar personage vorm te geven. En een kartonnen bekertje als praatpaal, al geeft ze die „jij”-rol vrij snel over aan het publiek.

Het publiek wordt alzo deelgenoot van een even heftig als intiem levensrelaas, en tegelijk de machteloze toeschouwer, die haar niet kan behoeden voor enige misstap. Een dubbelrol die je met de neus drukt op het gegeven, dat elk mens zijn eigen hobbels – of horden – zelf moet nemen.

’Hé jij daar’ is een droom en nachtmerrie tegelijk. Een droom, waar aan het einde de verlangde ontmoeting met een jeugdidool wacht, een nachtmerrie, omdat elke nieuwe stap een volgend struikelblok blijkt. Nog maar net de deur dichtgeslagen van het ouderlijk huis, en bevrijd van het geruzie dat door geen scheiding opgelost kon worden, of de eenzaamheid van een zolderkamer vol verhuisdozen dwingt tot andere plannen.

Via het kroegadvies van een stamgast belandt de jonge vrouw in een avontuur, dat haar in het calamiteitenspoorboekje van de NS doet verdwalen, haar eigen ring in het bloed van een pas gepleegde moord laat vinden, zich onder de zwoegende kots van een verlopen kunstenaar vandaan laat worstelen.

Het is afwisselend meeslepend, beangstigend en geestig. Minder virtuoos dan ’Dankwoord?’, het eerste deel (met Helmert Woudenberg) van een vierluik, waarmee Frans Strijards zijn belang als schrijver/regisseur onderstreept. Wel weer uiterst talig en gelaagd, en doorspekt met eigenwijs gehanteerde citaten en verwijzingen als las tussen de gewone en de culturele wereld. Niet alleen Hannibal of Ingmar Bergman, maar ook de vreemde richtlijnen van de overheid bij rampen komen langs.

Soms lijkt Strijards iets te weinig te vertrouwen op de kracht van zijn taal en laat hij zich verleiden tot verklarende tussenzinnetjes. Dat is onnodig, net zoals het jammer is, dat hij Nanette Edens te duidelijk onderscheid laat maken tussen de diverse personages in de monoloog. Haar stem en uitstraling zijn expressief genoeg om hulpmiddelen als tics of brilletjes overbodig te maken. Hoe snel zij kan schakelen, soms om de zin, is een lust om te zien.

’Hé jij daar’ is het boeiendst als metafoor van een innerlijke zoektocht, een eeuwig verlangen naar stabiele volwassenheid. Want zonder dromen kom je nu eenmaal nergens.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden