Boeddha is verdrongen door Mao

De Tibetaanse cultuur verdwijnt langzamerhand. Boeddhistische tempels worden musea, mede op aandrang van China. Een expositie over de dalai lama’s in het Wereldmuseum Rotterdam toont wat er nog is.

door Henny de Lange

Kort voor de opening van de tentoonstelling over Tibet en de 14 dalai lama’s meldde zich een delegatie van de Chinese ambassade in het Wereldmuseum Rotterdam. De Chinezen waren niet gelukkig met sommige teksten op de expositie. Zo vielen ze over de tekst dat de dalai lama met 100.000 Tibetanen het land was ontvlucht.

Gastconservator Hugo Kreijger: „Aanvankelijk leek het om kleine wijzigingen te gaan. Ze vroegen ons bijvoorbeeld om 100.000 vluchtelingen te veranderen in vele vluchtelingen. We wilden daar wel even over nadenken, per slot van rekening hebben Rotterdam en de Rotterdamse haven nauwe banden met China. Maar bij de tweede ontmoeting kwamen ze met heel andere eisen. Ze wilden niet dat wij vermelden dat China Tibet had aangevallen en veroverd. Dat moest veranderd worden in het woord bevrijd. Toen hebben we gezegd: Daar beginnen we niet aan, we leven hier in een vrij land.” Het eind van het verhaal was dat de Chinezen onverrichter zake vertrokken. Kreijger: „We hebben uiteindelijk niets veranderd in de teksten.” Volgens directeur Stanley Bremer van het Wereldmuseum is het einde zoek als toegegeven wordt aan censuur. „We zijn een culturele instelling en doen niet aan politieke statements.”

Een duidelijke politieke lading mag de Tibet-tentoonstelling dan niet hebben, voor de goede verstaanders heeft het die impact natuurlijk wel. Het scherpst komt dat tot uiting in het werk van enkele hedendaagse kunstenaars, die subtiel maar onmiskenbaar refereren aan de huidige politieke situatie. Maar in feite is de hele tentoonstelling doordrenkt van de dreigende teloorgang van de Tibetaanse cultuur door de Chinese overheersing.

Kreijger: „Toen ik enkele jaren geleden voor het laatst Tibet bezocht, was er al zoveel cultuur weggedrukt in vergelijking met tien, vijftien jaar geleden. De boeddhistische tempels worden nu wel gerestaureerd door China, maar vervolgens worden het een soort musea. Het is de Tibetanen verboden ze daadwerkelijk te gebruiken voor hun tempelrituelen.”

Blikvanger op de expositie is een compleet ingerichte tempel. Je kunt je er niet alleen vergapen aan de kleurrijke attributen en kostbare beelden. Er staan ook bankjes en er liggen kleden om bezoekers in de gelegenheid te stellen te mediteren. Er wordt wierook gebrand en er klinkt Tibetaanse tempelmuziek. Eén van de bijzonderste voorwerpen in de tempel is de bel met diamantscepter die wordt geluid bij bepaalde rituelen. Kreijger: „Buiten Tibet is dit waarschijnlijk het enige exemplaar.”

Met schilderijen, beelden, voorwerpen, foto’s en filmbeelden wordt een boeiend beeld gegeven van de Tibetaanse cultuur, de geschiedenis van het land en het boeddhisme, waarbij de veertien mannen die sinds 1391 de titel van dalai lama hebben gedragen, de rode draad vormen. Niet eerder werden ze zo uitgebreid ’geportretteerd’ in Nederland. Schilderingen en beelden tonen de afzonderlijke leiders, daarnaast worden hun levens ingekleurd met historische documenten, filmbeelden en foto’s. Een groot deel van deze voorwerpen komt uit privé-collecties en was zelden of nooit eerder te zien.

Lang niet alle dalai lama’s waren overigens mannen van groot religieus en politiek gezag. De vijfde incarnatie wordt meestal gezien als de grootste onder hen. Hij heeft het instituut van dalai lama definitief neergezet. Vaak lag de macht in handen van regenten uit het kabinet van de dalai lama. Met name de achtste tot en met de twaalfde dalai lama hadden weinig in te brengen. De dertiende daarentegen was weer iemand van groot gezag. De veertiende en huidige incarnatie, Tenzin Gyatso, is internationaal bekend met zijn vredelievende uitspraken. Met zijn boodschap van mededogen en verdraagzaamheid reist de spiritueel leider van de Tibetanen de wereld rond. Onlangs nog was hij in België waar duizenden mensen aan zijn lippen hingen. In 1989 kreeg hij de Nobelprijs voor de Vrede, die nu ook te zien is op de expositie in het Wereldmuseum.

Sinds 1959 woont de huidige dalai lama in India. Daar vluchtte hij naar toe gevolgd door 100.000 landgenoten, die genoeg hadden van de onderdrukking door de Chinezen, die in 1949 Tibet hadden veroverd. In 1965 werd Tibet een autonome republiek binnen de Volksrepubliek China. De tentoonstelling maakt duidelijk dat de overheersing door China ook grote gevolgen heeft gehad voor de kunst. Niet de religie maar de politiek werd de belangrijkste inspiratiebron, waarbij Mao Boeddha verving en het sociaal realisme de overheersende stijl werd. In de jaren tachtig vond een liberalisering plaats van het politieke en culturele leven. Jonge Tibetaanse kunstenaars kregen de mogelijkheid naar de kunstacademie in China te gaan, waar ze in aanraking kwamen met verschillende stromingen, waaronder het westerse Modernisme.

In Tibet zelf zijn de mogelijkheden voor kunstenaars niet groot. De meesten wonen en werken daarom elders, vertelt Kesang Lamdark (1963). Hij werd geboren in Noord-India, waar zijn ouders kort tevoren hun toevlucht hadden gezocht. Vier jaar later kreeg zijn familie politiek asiel in Zwitserland. Lamdark studeerde in Amerika en werkt tegenwoordig als kunstenaar in Zürich. Via zijn werk stelt hij de Chinese overheersing aan de kaak, zij het op subtiele wijze, laat hij zien tijdens een rondwandeling over de expositie in Rotterdam. Eén van zijn installaties heet ’Nutteloze wapens’, die Lamdark maakte door messen, zwaarden, hamers en pistolen te bespuiten met een plastic laagje, dat hij er vervolgens afhaalde. De flubberige plastic hoesjes zonder inhoud, die nog wel duidelijk verwijzen naar de vorm van de wapens, hangen doelloos in een rol prikkeldraad. Een ode aan de geweldloosheid en verdraagzaamheid die de dalai lama predikt, maar ook een verwijzing naar de vaak stokoude wapens die veel Tibetanen in huis hebben om zichzelf mee te verdedigen.

Zijn vader is een geïncarneerde lama, vertelt Lamdark. Enkele jaren geleden keerde hij terug naar Tibet, waar hij een klooster opende voor nonnen. Dat wordt getolereerd door de Chinese overheid, al worden er wel limieten gesteld aan het aantal nonnen. „Er mogen tachtig nonnen in zijn klooster wonen, maar hij is voortdurend aan het onderhandelen of dat er niet meer mogen zijn.” Lamdark fotografeerde de nonnen en ze kijken de bezoekers in Rotterdam devoot en verlegen aan.

Nonnen en monniken zijn ook een belangrijk thema in het werk van de Tibetaanse fotograaf Sonam Zoksang (1960). Een paar maanden na zijn geboorte vluchtten zijn ouders naar India, waar hij opgroeide in vluchtelingscholen en afstudeerde in boeddhistische studies. In 1985 vertrok hij naar New York, maar hij reist sindsdien regelmatig naar Tibet om te fotograferen. Het landschap neemt een belangrijke plaats in zijn werk in. Daarnaast probeert hij zoveel mogelijk vast te leggen van de Tibetaanse gebruiken en religieuze rituelen, „voordat ze voorgoed verdwijnen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden