Review

Boe- en bravogeroep voor wisselvallige Maurizio Pollini

Het Beethoven-recital van Maurizio Pollini zondag in het Concertgebouw in Amsterdam was verreweg het onevenwichtigste in de serie Meesterpianisten van dit seizoen. Gezien de enorme naam van de Italiaanse pianist is dit verbazingwekkend.

In de stilte tussen de eerste twee delen van Beethovens Sonate in C, opus 2 nr. 3 klonk zelfs boegeroep uit twee hoeken van de zaal. Het is ontoelaatbaar en schandelijk onbeleefd om de concentratie van een musicus op die manier te storen, maar inhoudelijk terecht was het afkeurend geroep wel.

Maurizio Pollini is het boegbeeld van de moderne pianistengeneratie bij wie objectief en technisch loepzuiver spel prevaleert boven het demonstreren van een eigen persoonlijkheid en het tonen van een fraaie toon. Nog steeds is dat Pollini's benadering, maar in het begin van het recital was zijn legendarische techniek ver te zoeken. Niet alleen sloeg hij vaak mis, de rake tonen klonken onafgewerkt en gehaast.

Van Beethovens Sonate in f, opus 2 nr. 1 overtuigde alleen de prestissimo finale. 'Prestissimo' betekent dat je het zo snel als je kunt dient te spelen. Dat deed Pollini en daardoor was er geen ruimte meer voor versnellingen en haastpartijen, die beide sonates voor de pauze ontsierden. Daarin leek het wel of Pollini bloednerveus was. Stellig lijdt hij onder de druk te moeten concurreren met zijn spatgave plaatopnamen. Een andere verklaring voor het teleurstellende resultaat in de twee vroege Beethoven-sonates kan zijn, dat Pollini zich teveel bezighield met de grote klus die hem na de pauze te wachten stond: de megalithische Sonate in Bes, opus 106 'Hammerklavier'.

Kennelijk was het publiek nieuwsgierig of Pollini in dit werk zou recupereren, want ik had niet de indruk dat er veel mensen in de pauze naar huis waren gegaan. En dat terwijl alom gemor waar te nemen was geweest. Het was goed dat men bleef, want het wonder geschiedde, maar niet meteen. In de heftige openingsmaten ging Pollini nog enigszins ongecontroleerd tekeer, met enkele door verkramping gemiste tonen als gevolg.

Maar toch werd duidelijk dat wat hem in relatief eenvoudige sonates niet lukte, in dit grootse, late stuk wel zou gebeuren: het publiek op sleeptouw nemen. Vooral in het Adagio sostenuto. Hierin herrees de grote kunstenaar als een ware feniks. Met ingetogen stijlmiddelen en adem (eindelijk!) wist hij er een optimum aan expressie aan te geven. Tenslotte slaagde hij er in om in de complexe slotfuga het hoofd koel te houden. Deze grillige muziek klonk alsof ze uitgehouwen was uit het blankste carrara-marmer.

Nu verstomde het boegeroep om plaats te maken voor een luid bravo. Een Bagatelle uit opus 126 van Beethoven, was Pollini's antwoord als toegift op het warme onthaal.

Liefhebbers van Pollini kunnen volgend jaar dubbel genieten. Uit het eind vorige week gepresenteerde programma van het nieuwe seizoen van de serie Meesterpianisten blijkt dat Pollini in twee weken twee verschillende recitals in deze serie zal geven (4 en 18 februari 2007). Hij doet dat eenmalig ter gelegenheid van het vierde lustrum van deze serie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden