Bodyscan maakt van het lichaam een voorwerp

In het Filosofisch Elftal analyseren twee denkers een actuele kwestie. Minister Schippers overweegt de 'total bodyscan' toe te staan. Levert zo'n scan waardevolle kennis op?

TEKST MARC VAN DIJK

Zonder concrete aanleiding je hele lichaam laten doorlichten op aanwezigheid van eventuele ziektekiemen, zorgwekkende afwijkingen of ander sluimerend gevaar - in Nederland is dit vooralsnog verboden.

Minister Schippers (VVD, Volksgezondheid) laat nu onderzoeken of en hoe ze daar verandering in kan brengen. Wat zou erop tegen zijn: hoe meer kennis, hoe beter. Of kan (zelf)kennis ook omslaan in iets negatiefs?

Hans Achterhuis, voormalig Denker des Vaderlands, emeritushoogleraar systematische wijsbegeerte in Twente: "Ik betwijfel of dit wel de juiste vraag is bij dit onderwerp. De 'total bodyscan' líjkt namelijk kennis op te leveren, maar in veel gevallen word je er niet wijzer van. Er worden vaak kleine of grote lichamelijke afwijkingen gevonden die vervolgonderzoek noodzakelijk maken. Daarna blijkt in de meeste gevallen dat er toch niets aan de hand is.

"Zo'n scan medicaliseert mensen dus veelal onnodig en creëert vooral een hoop extra onrust en kosten. Bovendien biedt zo'n momentopname nooit uitsluitsel over de toekomst. Het gaat dus in de meeste gevallen om overbodige kennis en schijnzekerheid."

Paul van Tongeren, hoogleraar wijsgerige ethiek in Nijmegen en Leuven: "Overbodige kennis of niet, de vraag doet mij denken aan twee oude filosofische adagia. Aristoteles schrijft in zijn metafysica dat de mens van nature naar kennis verlangt, en de Stoa leert dat alle weten de smart vermeerdert ('scientia auget dolorem'). Die twee lijken met elkaar in strijd, maar zijn dat niet als je er een volgens mij essentieel onderscheid aan toevoegt: het onderscheid tussen soorten van kennis.

"De eerste vorm van kennis kan je samenvatten onder de noemer 'verzamelkennis'. Denk hierbij aan de nieuwsgierigheid van de wetenschapper, die nooit bevredigd kan worden. Elk antwoord levert weer nieuwe vragen op. In het geval van de 'total bodyscan': je kunt altijd weer nieuwe meetgegevens over je lichaam verzamelen.

"De tweede vorm van kennis valt onder de noemer 'inzicht', waarbij dat inzicht uiteindelijk niet veel anders is dan de erkenning en aanvaarding van wat het geval is. Deze vorm van zoeken naar kennis vraagt niet naar bloedwaarden en röntgenfoto's, maar stelt bijvoorbeeld de vraag: hoe moet ik me verhouden tot mijn lichaam? Wat betekent het dat mijn lichaam veroudert, dat het geleidelijk aan krachten en vermogens inboet?"

Achterhuis: "Het probleem is dat over dit soort medische technieken om kennis te verwerven al heel lang überhaupt weinig vragen worden gesteld. Ik heb een keer een proefschrift beoordeeld over de psychologische begeleiding van vrouwen rond grootschalig borstkankeronderzoek. Ik vroeg de onderzoekers daarbij of ze wel eens hadden nagedacht over de vraag of zo'n bevolkingsonderzoek eigenlijk wel zinvol was. Mijn vraag werd weggehoond. De onderzoekers vonden de vraag gevaarlijk en dom.

"In mijn boek 'De markt van welzijn en geluk' (1980) heb ik ook over deze vragen geschreven. Destijds was de techniek nog bij lange na niet zo ver als nu. Maar de SP, toen nog een kleine lokale partij, pleitte ervoor om de hele bevolking jaarlijks aan een preventief medisch onderzoek te onderwerpen. De argumentatie luidde: 'U laat uw auto elk jaar helemaal nakijken, maar uw eigen lichaam niet, terwijl uw lichaam toch veel belangrijker is?'

"Het probleem van dit argument is dat ons lichaam helemaal niet te vergelijken is met een auto, die je naar de monteur kan brengen. Het is een teken dat we ons lichaam zijn gaan beschouwen als een object. Marx zei: 'We maken als mensen gezamenlijk de economie en vervolgens worden we beheerst door de wetten van 'Het Kapitaal'. Zo is het ook met objecten: we maken ze, en we raken ervan in de ban. Maar je lichaam is veel meer dan een technisch object."

Van Tongeren: "Ik deel je bedenkingen over de vanzelfsprekendheid waarmee we de 'verzamelkennis' over ons lichaam blijven bevorderen, zonder ons af te vragen of die kennis ons werkelijk zal helpen. Alleen denk ik dat ook dit soort kennis onvermijdelijk is, omdat ze van nature door de mens wordt gezocht.

"De technologie zal zich verder ontwikkelen door dezelfde nieuwsgierigheid als waardoor we ook geïnteresseerd zullen blijven in de toepassing van die technologie in onze eigen situatie. Ook naar deze kennis verlangt de mens, ongeacht het effect van die kennis. Ze zal ons in zekere zin ongelukkig maken ('smart bezorgen') omdat het met kennis net als met bezit is: hoe meer je ervan hebt, hoe meer vragen en zorgen je krijgt."

Achterhuis: "De belangrijkste bron van kennis over ons eigen lichaam zijn we nog altijd zelf. Uit onderzoek blijkt dat er meer knobbeltjes worden gevonden door vrouwen die hun eigen lichaam in de gaten houden, dan door grootschalig borstkankeronderzoek. Je eigen houding is dus essentieel. Zelfonderzoek zou ik niemand afraden. Maar dat is iets anders dan je lichaam laten doorlichten alsof het een apparaat is. Alsof je de zorg voor je eigen lichaam kunt uitbesteden aan een expert.

"Gezondheid heeft veel te maken met de manier waarop je zelf in het leven staat - voeding, lichaamsbeweging, matigheid. Ziekenhuizen zijn gevaarlijke plekken; hoe langer je erbuiten kunt blijven, hoe beter. Toen ik een keer klachten had, heb ik slechts met grote moeite een vervolgonderzoek kunnen afslaan. Het was naar alle waarschijnlijkheid niet nodig, de ongemakken waren allang verholpen, maar men wilde het tóch doen - medici gaan het liefst tot het uiterste, zodat in elk geval alles gedaan is wat mogelijk is. Terwijl dit voor de gezondheid niet per definitie het beste is. Je moet sterk in je schoenen staan om daar tegenin te durven gaan."

Van Tongeren: "Precies, en dat kunnen alleen mensen die zich, zoals jij, verdiept hebben in de tweede vorm van kennis: het inzicht. Kennis die ons helpt onszelf te verzoenen met zaken als lichamelijk verval en sterfelijkheid. Ook dit soort kennis of inzicht zoekt de mens van nature. Maar het verlangen hiernaar is veel minder sterk ontwikkeld dan dat naar het eerste soort van weten: het verzamelen van gegevens.

"Wat van nature bestaat, vraagt erom gecultiveerd, gevormd, opgevoed te worden. Doordat het wetenschappelijke, technische weten heersend is geworden in onze cultuur, worden we voortdurend gestimuleerd in de verdere ontwikkeling van die eerste vorm van kennis: feiten, cijfers, data. De tweede vorm van weten dreigt ons te ontglippen als we er niet bewust aandacht aan besteden."

filosofisch elftal

Haring - Achterhuis

Gude - Roeser - Ankersmit

Van Tongeren - Spruyt - Groot

Van Brederode - Huijer Noordegraaf - Gescinska

MRI-scan die de interne opslag van vet laat zien.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden