Bodil de la Parra is toneelschrijfster, maar heeft als actrice prikkels nodig.

'De begingedachte was: als wij die leeftijd zouden hebben, van in de zeventig, en onze eigenschappen zouden meenemen, waar kom je dan terecht.“

'Slangenvel', het nieuwe stuk van Bodil de la Parra (42), gaat over ouderdom, vriendschap en eenzaamheid. Drie vriendinnen kampen met het onvermijdelijke ouder worden en hun onvermogen om tegenspoed te pareren. Helga wordt vlak voor haar vijftigjarige huwelijksfeest door haar man verlaten. De vitaliteit van de met jeugdige vrijers rollebollende Lidwien wordt ingehaald door fysiek verval. En Sofie poogt uit alle macht de wankele rust in haar bestaan te handhaven. Het drietal wordt gespeeld door Bodil de la Parra zelf, Wimie Wilhelm en Margôt Ros.

“Het schrijven“, zegt De la Parra, “was een heel proces. Je hebt een uitgangspunt, gesprekken over het thema, wat niet wil zeggen dat het er ook zo uitkomt. Uit ervaring weet ik dat, als het bij het schrijven een andere dan de gedachte kant opgaat, je dat beter kan laten gebeuren. Het stuk kwam uit op gedrag van mensen van die leeftijd, die over bepaalde dingen helemaal niet meer willen of kunnen praten. Zo vastgeroest. Wat eronder zit zijn angsten, die zij niet bij machte zijn te benoemen. Die toon zit onder de tekst en die moet je met je spel, muziek, ogentaal tevoorschijn halen.“

'Slangenvel' is de vrouwelijke en muzikale variant van 'Hagedissenhuid', twee jaar geleden met Gijs Scholten van Aschat, Geert Lageveen en Porgy Franssen als morsige zeventigers een absolute hit. “De dialogen zijn in één woord meesterlijk“, schreef deze krant. “Tegelijk“, zegt De la Parra, “is 'Slangenvel' heel belangrijk als een volgende stap in de samenwerking tussen Wimie, Margôt en mij.“

“Eens in de zoveel tijd willen wij met elkaar werken, om verschillende kanten van elkaar naar boven te halen.“ Eerder stonden zij samen in tragi-komische stukken van De la Parra als 'De rode urn' ('98), over leed van vrouwen van vijftig, 'Temple, Taylor en Garland' (2001), een hilarische strijd tegen het verval door vervallen sterren, en in het gezamenlijk gemaakte 'Onder vrouwen' ('01), een valse vriendinnentalk over seks, op live-muziek.

“Met z'n drieën“, zegt De la Parra, “hebben we een goede werkvorm gevonden, maar als ik in mijn eigen stuk speel, moet ik een zekere afstand creëren. Dan is het goed om anderen te zoeken voor de regie. Al is de tekst ons op het lijf geschreven, om het je eigen te maken is het noodzakelijk om met elkaar lol te hebben op het podium. Dat vuur, die losheid, daar zijn we in deze laatste repetitiefase vooral naar op zoek.“

“Of ik in de eerste plaats schrijfster ben of actrice? Het schrijven is er later bijgekomen en heeft een grote vlucht genomen. Maar ik schrijf als actrice, moet het niet te ver bij mij vandaan zoeken. Ik schrijf erg op de acteur. Iedereen heeft een kleur en daar moet je de kracht van maken. Ik wordt veel gevraagd, maar zeg best vaak 'nee', omdat ik het gevoel moet hebben dat het uit mij komt, dat het met mij te maken heeft. Bij het spelen is dat ook een beperking. Die Lidwien bijvoorbeeld, die elke keer een ander vriendje heeft, zou ik niet kunnen spelen. Dat is mijn makke. ün mijn drijfveer om zelf te schrijven.“

“Eigenlijk is het het toeval dat mij schrijfster heeft gemaakt. Oud-schoolgenote Carolina Mout en ik wilden per se iets over Suriname maken. Zij, struis en blond, had in Suriname gewoond en sprak de taal vloeiend, ik, klein en donker, had een Surinaamse vader (cineast Pim de la Parra) maar was in Amsterdam geboren. Dat contrast leek ons een mooi uitgangspunt en met dat plannetje zijn we gaan leuren. Bij Bellevue-lunchtheater zeiden ze: Dat is goed, ga maar wat schrijven. Wij: Schrijven?!“

“Mijn eerste poging liet ik aan regisseur Matthijs Rümke lezen, die me doorstuurde naar dramaturg Carel Alphenaar, die met allemaal kritische opmerkingen kwam. Ik raakte eerst compleet in paniek, maar na een nachtje slapen snapte ik opeens wat hij bedoelde. Dat werd 'Orgeade Overzee' met twee lijnen van twee corresponderende pubers en een paar oude Surinaamse tantes. Alles greep in elkaar en het werd zo'n doorslaand succes, dat we er zelfs mee in Suriname zijn uitgenodigd. Dat vond ik best eng, omdat die oudtantes echt bestonden.“

“Als kind ben ik vaak naar Suriname geweest, vóór de onafhankelijkheid en de binnenlandse oorlog. Op mijn 27ste had ik de behoefte terug te gaan, en heb toen heel veel met die tantes, die eigenlijk mijn al vroeg moederloze vader hadden opgevoed, gepraat. Ik kreeg heel erg het gevoel: dit gaat over mij, die hele wereld die daarachter zat. Er ging iets in me open, en daarna is alles uit dat open potje gekomen.“

“'Orgeade Overzee' was een droomstart. Ik had geluk dat ik met Matthijs Rümke meteen een goede regisseur had die oog heeft voor de juiste vorm. Op de Amsterdamse Kleinkunstacademie had ik al 's een schrijfproject gedaan, voelde me door één docent niet serieus genomen, en heb het toen als mislukt laten liggen. Achteraf kun je zeggen dat ik juist door veel te spelen een beter gevoel voor structuur heb ontwikkeld. Gevoel voor hoe stukken in elkaar moeten zitten. Daarom moet ik blijven spelen.“

Bodil de la Parra's droogkomische stijl slaat aan: “Ik krijg zoveel aanvragen, ook voor film en televisie. Daar zou ik van kunnen leven. Maar alleen maar schrijven zou ik niet kunnen. Dan zou ik gek worden. Als ik niet speel, raak ik mijn prikkel kwijt.“

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden