Bobslee / Glas volgt route met hindernissen

Hij begint aan zijn laatste olympische campagne. Arend Glas, bobsleeër (37), volgt zijn eigen weg naar Turijn, ondanks alle beperkingen. „Weerstand maakt me scherp, maar soms ook moe."

Gedoe met de bond: het zal bij Arend Glas blijven horen tot hij zijn laatste afdaling door een ijskanaal heeft gemaakt. Hij weet zelf dat hij ’niet de gemakkelijkste’ is. Waar anderen sneller hun schouders ophalen, trekt hij zijn mond open. „Ik weet na veertien jaar zelf heus wel wat goed voor me is. Dat hoeft de voorzitter van de bond, die zelf ooit een blauwe maandag in een bobslee heeft gezeten, mij echt niet te vertellen. Ik pas me niet aan de grootste gemene deler aan.”

Op de berg van Sestrières wil de eigenzinnige Fries er in februari bij zijn. Vanaf morgen kan hij in Calgary zijn nominaties in de twee- en viermansbob omzetten in een olympisch startbewijs (beste twaalf). Op weg naar zijn laatste grote seizoen voelde hij zich vaak beperkt. „Het idee van Joop Alberda dat je in de topsport onbegrensd moet denken is mooi, maar in de werkelijkheid blijkt het vaak moeilijk. Het is de kunst om met de beperkingen te leren omgaan.”

Door een gebrek aan sponsors moet Glas met een veel kleiner budget werken dan vier jaar geleden voor Salt Lake City. Hij is veelal afhankelijk van de steun van sportkoepel NOC-NSF. Alles moet lopen via de bobsleebond (BSBN) en daar wringt volgens Glas de schoen. „Dat is een vrijwilligersorganisatie, bestuurd door mensen die overdag moeten werken. Er gaapt een kloof tussen hen en de piloten, die dag en nacht met de sport bezig zijn. Dat geeft wrijving.”

Zo had de bond bepaald dat Glas het laatste deel van zijn voorbereiding op het seizoen in het Duitse Königssee moest doen. Hij wilde echter naar Lake Placid, waar de tweede World Cup wordt gehouden. Dus moest hij alles zelf betalen, zo’n 3000 euro. „Ik wilde naar Lake Placid om ervaring met die afdaling te krijgen, optimaal te kunnen klussen aan het materiaal en zonder jetlag naar Calgary te reizen. Het werd mij klakkeloos verboden. Maar ik doe geen concessies.”

Er was meer onenigheid. De teams van Arend Glas en Eline Jurg hadden graag hun eigen atletiektrainer Vince de Lange opgenomen in de begeleidingsstaf. De hele zomer betaalden ze hem uit eigen zak, maar vanaf september verkeerden ze in het buitenland. Jurg en Glas boden aan zijn hotel- en reiskosten te betalen, waardoor alleen het loon voor rekening van NOC-NSF zou komen.

„Dan praat je over hooguit 8000 euro. Alle buitenlandse teams hebben hun eigen fysieke trainers er permanent bij in de winter. Vince had ons de ultieme scherpte bij kunnen brengen voor februari. We komen gewoon één persoon in de begeleiding tekort.”

De verzamelde piloten, Glas, Van Calker, Jurg, Broeders, hadden bij de bond hun wens voor meer technologische ondersteuning neergelegd. „Maar omdat de bond daar niets mee deed, hebben we uiteindelijk zelf maar het initiatief genomen. Dat werd mij weer kwalijk genomen. Eigenlijk zijn we nu twee jaar te laat.”

Zijn onvrede over het gebrek aan waardering zit diep. Na de Spelen van Salt Lake kwamen bij de evaluatie alles op tafel dat volgens Glas mis was gegaan. Een van de punten was het gebrek aan communicatie met de bond. Op weg naar Turijn constateert Glas dat er niets is verbeterd. „Gelukkig zijn we als teams zelfstandig en professioneel. We hebben nog nooit zo goed samengewerkt met die meiden. En, weerstand maakt mij ook scherp. Maar soms word je er heel moe van. Het had allemaal idealer gekund.”

Jurg: Als ik in Turijn geen medaille haal, ben ik teleurgesteld

Voor de Nederlandse vrouwenteams van Eline Jurg en Ilse Broeders begint het seizoen vandaag in Calgary. Jurg keert terug op de baan waar ze vorig seizoen faalde in de strijd om de wereldtitel (negende). Nu wil ze zich kwalificeren voor de Winterspelen met een plaats bij de beste twaalf op de geschoonde uitslag van de wereldbekerwedstrijd. Dat hoeft geen probleem te zijn.

Jurg (32) was er in 2002 in Salt Lake City ook al bij, toen het vrouwenbobben voor het eerst olympisch was. Ze eindigde als zesde.

„Ik ben nu zeven jaar bezig. Fysiek en mentaal ben ik een stuk sterker dan vier jaar geleden. En ik heb vier jaar meer ervaring aan het stuur. Ik ga naar Turijn om te scoren. Als ik geen medaille haal, ben ik teleurgesteld.”

De concurrentie is de laatste jaren echter zwaarder geworden, vooral vanuit Duitsland, Groot-Brittannië en Amerika. „Er zijn nog steeds mensen die vinden dat vrouwen niet in een bob horen, maar de sport heeft zich door de olympische status enorm ontwikkeld. De kwaliteit en kwantiteit is flink gestegen”, zegt Jurg die na vorig seizoen brak met trainer Rob Geurts.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden