Bob Dylan

Jarenlang was ik een der braafste kinderen. Mama's meisje. Papa's hommel. Ik kon geen kwaad doen. Maar op mijn vijftiende kwam daarin plotseling verandering. Ik liet mijn vlechten afknippen en ik trok een in chloorwater gebleekte spijkerbroek aan. Ik sloot vriendschap met een groep oudere jongens die muziek maakten. Ze noemden zich The Wizards of Oz en ze speelden hoofdzakelijk nummers na van Cream. Wekelijks oefenden ze in een loods op het autokerkhof, een donkere ruimte waar het stonk naar rubber, roest en olie. In die mistroostige omgeving hoorde ik voor het eerst de betoverende klanken van I Feel Free.

Tussen de bedrijven door werden er platen gedraaid. Zo raakte ik vertrouwd met het geluid van Frank Zappa en Janis Joplin, Pink Floyd en Bob Dylan. Vooral Dylan met zijn stem van prikkeldraad stond bij de jongens in hoog aanzien. Ze legden me uit dat hij veel meer was dan zomaar een zanger of een angry young man. Hij was Che Guevara, Robin Hood en Groucho Marx in één persoon verenigd, hij was een rebel, de aanzegger van een nieuwe tijd, iemand die schijt had aan alles en terugdeinsde voor niets.

Een van de jongens was in het bezit van een songbook van Dylan. Daaruit schreef hij geduldig een twintigtal teksten voor me over in een gelinieerd schoolschrift. Die moest ik, zo zei hij, aandachtig bestuderen. Dan zou ik vanzelf overtuigd raken van het volstrekt unieke karakter ervan. Ik deed wat hij me had bezworen. Van mijn spaargeld kocht ik twee elpees van Dylan. Thuis, in mijn kamertje, speelde ik die achter elkaar af. Liggend op bed, met het schoolschrift tegen het heuveltje van mijn knieën, las en luisterde ik gelijktijdig. Nadat ik alle platen had gedraaid, schrijnde mijn hart alsof het langdurig met schuurpapier was bewerkt. De liederen van Dylan raakten me, daar was geen twijfel aan, maar niet omdat ze nieuw of uniek waren. Integendeel, ik vond ze mooi omdat ze aansloten bij wat ik al kende. Deels vertoonden ze overeenkomst met de boeken van de profeten en met andere bijbelteksten, deels leken ze op de middeleeuwse balladen die wij op school in de Engelse literatuurles hadden behandeld. Sommige, zoals A Hard Rain's A-Gonna Fall, waren daaraan woordelijk ontleend. Nog later zou ik ontdekken dat Dylan een navolger was van Woody Guthrie. Bovendien bleek hij schatplichtig te zijn aan Allen Ginzburg en andere schrijvers van de Beatgeneratie. Hoe het ook zij, ik heb hem nooit als een een held vereerd. Dwepen ligt niet in mijn aard.

Deze week, ter gelegenheid van Dylan's zestigste verjaardag, stonden er weer overal dwepers op om hem te bewieroken. In de Frankfurter Allgemeine Zeitung werd hij zelfs vergeleken met Jezus Christus. Dat is het treurige lot van idolen. Ze zijn machteloos uitgeleverd aan hun aanbidders. Die omstandigheid is het enige dat Dylan met Christus gemeen heeft. In mijn studietijd maakte ik daarvan een sterk staaltje mee. Ik was uitgenodigd voor een feestje bij een medestudent, een zekere Philipe Duchamps. Philipe was een fanatieke liefhebber van Bob Dylan. De muren van zijn kamer waren behangen met foto's en posters van Dylan en er werden ook uitsluitend platen van Dylan gedraaid. Het was een geslaagd feestje. Totdat de gastheer het nodig vond om zijn denkbeelden over joden uiteen te zetten. Joden, zo sprak hij luid, waren allemaal leugenaars en bedriegers. Het schuim der aarde. Niet voor niets had Adolf Hitler alles in het werk gesteld om ze uit te roeien. 'Nergens heb ik zo'n hekel aan als aan joden', zei hij gewichtig. 'Ik heb er een neus voor, ik ruik ze op een kilometer afstand. Zodra er een jood in mijn buurt komt, voel ik een spontane lichamelijke walging. Dan draait mijn maag om.' Ik deed een paar stappen in zijn richting. 'Als jij misselijk wordt van joden', zei ik, 'waarom heb je dan je kamer behangen met de foto's van een jood?' Hij verbleekte. Bob Dylan een jood? Het was of ik hem een emmer koud water in het gezicht had gegooid. In diepe afschuw keek hij naar de posters aan zijn muren. Ik weet niet of hij ze nadien heeft verwijderd, want ik heb nooit meer voet in zijn kamer gezet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden