Bob D., profeet

Nu het Nobelcomité een internationaal arrestatiebevel tegen zanger Bob D. heeft uitgevaardigd - de man heeft zich schuldig gemaakt aan 'arrogantie en onbeleefdheid', zei een comitélid dit weekeinde - begin ik steeds meer sympathie te krijgen voor de stuurse superster en zijn streven naar onvindbaarheid. Ik zie hem voor me, zwervend door een of andere woestijn, gehuld in een mantel van kamelenhaar en sprinkhanen etend, zoals ooit Johannes de Doper - al droeg die geen cowboyhoed en zonnebril, en de zanger wel, altijd, dag en nacht, binnen en buiten, come rain or shine.

Vindt de grommende bard zelf ook dat hij de Nobelprijs voor de literatuur nooit had mogen krijgen? Is hij op de vlucht voor de camera's van de internationale pers? Heeft paniek hem bevangen nu hij weet dat elk woord dat hij uitbrengt voortaan zal worden begrepen als grote kunst, al verstaat niemand iets van zijn binnensmondse geluiden? Of is hij gegriefd omdat de Nobelbonzen hem hebben overgeleverd aan een wereldwijd debat over het literaire gehalte van zijn songs? De zanger schopt met zijn laarzen in het woestijnzand, een wolk van stof volgt hem op zijn pad, en verder doet hij er het zwijgen toe - de profeet lijkt behoorlijk beledigd.

Ik las zaterdag in de trein onderweg naar Zwolle hoe de 75-jarige D., wiens echte naam Robert Zimmerman is, op de website van Foreign Policy werd geportretteerd als een godsman in de traditie van Elia en Jeremia. 'Dichterbij zullen we niet komen als we zoeken naar een profeet, levend in ons midden', schreef publicist Eric Alterman. Als de trein me niet al dichter bij mijn jeugd had gebracht, dan hadden die woorden dat wel gedaan. Voor ons, scholieren in het strikt gereformeerde Zwolle van de late jaren zeventig, was Bob profeet nummer 1. Met zijn bekeringsalbums 'Slow Train Coming' en 'Saved' verschafte hij ons geweldige argumenten in de strijd tegen ouders en dominees om naar popmuziek te mogen luisteren, al bleef het Nederlands Dagblad beweren dat elektrische gitaren en drumstellen instrumenten van de duivel waren.

In de loop van de jaren verloor ik de zanger een beetje uit het oog, en voor zover ik nog naar popmuziek luisterde, nam een andere Joodse profeet zijn plaats in: Leonard Cohen, die vorige week op zijn 82ste een nieuw album heeft uitgebracht. Sommigen ervaren zijn werk als muziek om je polsen bij door te snijden, maar ik word juist vrolijk van Cohens ironische melancholie, en ik beschouw hem als de betere dichter en misschien ook wel als een interessantere profeet, zeker na een lang en prachtig stuk in The New Yorker, dat een ontroerend beeld schildert van de oude zanger en diens spirituele omzwervingen.

Ik las het in de trein die me 's avonds Zwolle weer uitvoerde, en dat was passend: een Joodse profeet voor de heenreis en een Joodse profeet voor de terugreis.

Maar de Nobelprijs voor de literatuur had natuurlijk naar Philip Roth gemoeten. Ook een Joodse profeet, trouwens.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden