Blut IJsland houdt moed

De Blue Lagoon, een geothermisch bad niet ver van Reykjavik. (FOTO AFP)

IJsland likt zijn wonden. Negen maanden na het instorten van de economie op het eiland begint de mist op te trekken. Veel IJslanders hebben een stap terug moeten doen, maar proberen optimistisch te blijven. Sommigen zien de crisis als ’een zegen van God’. „Ik hoop dat IJslanders weer gaan inzien wat belangrijk is in het leven.”

Vijftig kilometer ten zuidwesten van hoofdstad Reykjavik, in het vissersdorpje Grindavik, nabij de beroemde Blue Lagoon, staat een grijs gebouw met 24 appartementen. Hopen puin en een ingeklapte bouwkraan op de parkeerplaats maken duidelijk dat hier nog het één en ander moet gebeuren. In één huis staat een tv aan. De 51-jarige Birna Sverrisdóttir woont hier met haar hond Paul. „Ik heb anderhalf jaar alleen gewoond in dit complex en heb sinds mei buren gekregen die een huis huren. De overige appartementen staan leeg”, zegt Sverrisdóttir. Ze is inmiddels gewend aan de rust in het gebouw. „Ik woon op de onderste verdieping. Ik denk dat ik moeilijker had kunnen wennen als ik ergens bovenin had gewoond.”

Na het omvallen van drie grote banken en het instorten van de economie in oktober 2008, kreeg de IJslandse bouwsector de hardste klappen te verduren. De verkoop van bouwmachines ligt helemaal stil. Werden er in de eerste vijf maanden van 2008 nog 34 hydraulische graafmachines gekocht, in dezelfde periode een jaar later is dat er welgeteld één. Voor de kreppa –zoals de IJslanders de crisis noemen – uitbrak, waren er 16.000 bouwvakkers werkzaam in de bouw. Er zijn er 3500 over. Dit aantal zal de komende tijd nog verder afnemen. En dit levert bizarre taferelen op. Even buiten Reykjavik zijn asfaltwegen aangelegd en ruim honderd lantaarnpalen geplaatst voor de aanleg van een nieuwe wijk. Het project ging niet door en de grond werd terugverkocht aan de staat. Twee gezinnen die al waren begonnen met bouwen voor de crisis uitbrak, hebben pech. Zij wonen de komende jaren, misschien langer, op een afgelegen heuvel zonder buren. De huizenmarkt is verzadigd en veel mensen hebben geen geld meer om een huis te kopen. Duizenden huizen staan leeg in en rondom Reykjavik.

In de stad Hafnarfjörður, ten zuiden van Reykjavik, sieren zes grote gele bouwkranen de horizon. Op een heuvel staan huizen te koop en veel appartementen moeten worden afgemaakt. De bouwbedrijven die nog niet failliet zijn, bouwen de huizen af aan de buitenkant en moeten hopen op betere tijden. Spookwijken waar bijna niemand woont, ze zijn overal te vinden. In het oosten van Reykjavik wachten honderden witte appartementen met zwarte balkons op kopers. Een frisse poolwind waait door de verlaten steegjes tussen de appartementen, op de vensterbanken ligt een dikke laag stof. Aan de achterzijde is een raam gesneuveld, het glas is niet vervangen.

Het aantal werklozen in IJsland is opgelopen tot 20.000, zo’n tien procent van de beroepsbevolking. De economie zal dit jaar met bijna elf procent krimpen. Goederen zoals elektronica, meubels en auto’s worden nauwelijks nog geïmporteerd. Veel IJslanders kampen met enorme financiële problemen doordat ze hun baan zijn verloren en hun hypotheek op het huis en de lening van de auto afsloten in vreemde valuta. De combinatie Zwitserse franken en Japanse yen was heel populair. Met een sterke IJslandse kroon en een lage rente was de lening goed te betalen. Na het instorten van de kroon, afgelopen oktober, verdubbelde de lening, met als gevolg dat mensen de vaste lasten niet meer konden betalen.

De 29-jarige bouwvakker Gunnar Svavarsson is sinds oktober werkloos en binnenkort zal hij zijn huis gaan verliezen. „Ik kies er voor om mezelf failliet te laten verklaren”, zegt hij. „Het heeft voor mij geen enkele zin om mijn hypotheek af te lossen. Ik heb mijn huis in 2006 gekocht voor tien miljoen IJslandse kronen en had de laatste jaren tweeënhalf miljoen kronen afgelost. Mijn hypotheek is verdubbeld en ik moet nu meer betalen dan toen ik begon in 2006.” Svavarsson is niet bij de pakken neer gaan zitten. „Deze crisis geeft ons ook mogelijkheden. Ik ga weer studeren na twaalf jaar te hebben gewerkt. Weet je, onze generatie heeft nooit problemen gehad, we zijn verwende baby’s. We hoeven ons geen zorgen te maken om hongerwinters: we hebben kabeljauw en energie genoeg.”

Niet iedereen gaat zo luchtig om met de problemen. Een vijftigjarige IJslander, woonachtig in een voorstad van Reykjavik, uitte zijn onvrede op nogal extreme wijze, na het verliezen van zijn huis aan de bank. Van zijn laatste geld huurde hij een shovel en op 17 juni, de nationale feestdag, maakte hij de woning met de grond gelijk. De man werd gearresteerd.

Het aantal IJslanders dat het land uitvlucht en zijn geluk gaat beproeven in het buitenland, is sinds het uitbreken van de crisis verdubbeld. Volgens transportbedrijf Eimskip vertrekt er gemiddeld elke dag een gezin met hun hele hebben en houden naar elders.

De prijzen voor levensmiddelen zijn door de zwakke kroon enorm gestegen. De organisatie Samhjálp biedt al sinds 1973 onderdak aan daklozen en geeft de hongerigen te eten in de gaarkeuken. Samhjálp constateert een stijging van gezinnen die het hoofd niet meer boven water kunnen houden. „Voor de crisis gaven wij zestig mensen per dag te eten. Nu zijn dat er wel tweehonderd per dag”, zegt Theodór Birgisson, sinds januari directeur bij Samhjálp. „Wij hielpen voornamelijk de daklozen, maar vandaag de dag geven we ook gewone mensen te eten. Zij zijn hun baan verloren, hebben een eigen huis en auto, en kunnen hun gezin niet meer onderhouden. Zij hebben grote leningen en kunnen hun huis en auto niet kwijt als ze dat zouden willen.”

De veelzijdige Birgisson, eveneens voorganger in een pinkstergemeente en tot december 2008 werkzaam bij de omgevallen bank Kaupthing, weet als geen ander waar hij over praat, want ook hij verkeert in zwaar weer. „Ik kocht mijn huis in 2006 voor 35 miljoen kronen en nam een lening van 22 miljoen. De lening is nu bijna verdubbeld tot 42 miljoen en het huis is nog 25 miljoen waard. Ik kan het niet meer betalen en ga mijn huis verliezen. En dit is het probleem van heel veel IJslanders. Mensen die nooit financiële problemen hebben gehad, verliezen alles.” Birgisson blijft de toekomst echter positief inzien. „We vechten ons hier doorheen. Petta redast, oftewel: het komt wel goed. Ik zie de crisis als een zegen van God en hoop dat de IJslanders weer gaan inzien wat belangrijk is in het leven.”

De terrassen aan het Austurvöllur-plein in Reykjavik zitten vol. In het grasveld tegenover de Althing, het parlementsgebouw, zitten drie jongeren met gitaren muziek te maken. ’How does it feel to be on your own’, zingt een blonde IJslander symbolisch. In de winkelstraat Laugavegur staan auto’s in de file. De gevolgen van de crisis zijn hier goed zichtbaar. In de eens zo modieuze Laugavegur openen winkels de deuren die tweedehands spullen verkopen. „Twee jaar geleden had iedereen me uitgelachen”, zegt Soley Ingolts, werkloos sinds oktober toen ze haar baan bij Landsbanki verloor. De 35-jarige brunette opende half april haar winkel Kommunan, die tweedehands kleding, schoenen en boeken verkoopt. „Het enige wat ik kan doen, is proberen te overleven. Deze crisis is maar voor een korte periode, het zal beter worden”, zegt ze opgewekt. „In mijn winkel komen niet alleen de armen. IJslanders die niet blut zijn, denken ook twee keer na voordat ze hun geld uitgeven.”

Verderop bij de haven, in een blauw vervallen pand, is het nieuwe onderkomen van de financiële krant Vidskiptabladid. Eén van de eigenaren kreeg financiële problemen na het omvallen van de drie banken. De krant moest noodgedwongen verhuizen van een prachtig kantoorpand van 600 vierkante meter, naar een kleiner onderkomen. Van de 45 journalisten en medewerkers zijn er vijftien over. De krant kwam vier keer per week uit, maar moest worden ingekrompen tot een wekelijkse uitgave.

„En dit is het grote probleem bij de meeste bedrijven in IJsland”, zegt hoofdredacteur Haraldur Johannessen en voormalig analist bij Landsbanki. „En niemand weet hoe we uit deze crisis moeten komen, zelfs de regering weet het niet. Het kan een jaar of drie, vier duren voordat het weer beter gaat, maar in het ergste geval zitten we heel zwaar in de problemen.” IJsland is door de zwakke kroon minder duur geworden voor toeristen. Het aantal passagiers dat vanaf Schiphol vliegt met Icelandair, is in de eerste zes maanden van 2009 met 17,5 procent gestegen ten opzichte van 2008. Johannessen verwacht dat het nog drukker gaat worden op het vulkaaneiland. „Veel IJslanders vlogen voorheen drie keer per jaar naar het buitenland. De komende jaren kunnen we met onze veel te duur betaalde Range Rovers op vakantie in eigen land.”

Op de vraag wat IJsland moet doen om er weer bovenop te komen, moet ook de econoom Gunnar Haraldsson het antwoord schuldig blijven. „Wist ik het maar”, zegt hij lachend. „Ik heb helaas geen magische formule. Het beginnen van gesprekken met de Europese Unie geeft ons hoop en een pad dat we kunnen volgen. De vooruitzichten zijn echter niet goed. We hebben te maken met een wereldwijde recessie, en als het in het buitenland beter gaat, dan wordt het voor ons gemakkelijker om aan te klampen.” Er gaan in IJsland stemmen op om de hardst getroffenen hun schulden gedeeltelijk kwijt te schelden. „Dat is niet rechtvaardig”, zegt Haraldsson. „Want wie moet dat dan betalen? Je geeft geld aan mensen die in de schulden zitten, maar je neemt geld van hen die geen schulden hebben. De IJslanders met schulden hebben geen redenen om optimistisch te zijn. Maar de totale bevolking kan relatief optimistisch zijn. Deze crisis betekent niet het einde van de wereld.”

In het noordelijk gelegen Akureyri gaan ze op een bijzondere manier om met de crisis. In de auto voor het rode verkeerslicht straalt een hart vanuit het rode licht. In de bergen is een elektrisch hart gemonteerd, met de omvang van een voetbalveld, dat in de donkere maanden liefde uitstraalt over de stad. Bedrijven, winkels en gewone mensen hebben symbolische vergeet-mij-nietjes in de vorm van harten op de ramen geplakt. Grafisch ontwerper Bryndís üskarsdóttir was één van de initiatiefnemers van het project Brostu Með Hjartanu (lach met je hart). „Iedereen was down na het uitbreken van de crisis’’, zegt de blonde dertiger. „Het idee was om iedereen weer optimistisch te krijgen en te laten focussen op iets anders. En het werkt, we hebben mensen aan de telefoon gehad die huilden van blijdschap.”

Soley Ingolts (l) verloor haar baan bij Landsbanki en opende een winkel in tweedehands kleding, schoenen en boeken. (FOTO SJAAK VAN DE GROEP)
Als dank voor het elektrische hart (ter grootte van een voetbalveld) dat in de bergen achter hen is gemonteerd, stellen de inwoners van Akureyri zich op in de vorm van een hart. (FOTO LÿRA STEFÿNSDÿTTIR)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden