Review

Blur werpt steen in kabbelende kweekvijver

Een natie door water omgeven schijnt niet anders te kunnen dan alarm te roepen wanneer al een golfslagje richting kust spoelt. Des te interessanter is het daarom te kijken wat er bij windstilte gebeurt. Nu de Britpop over haar hoogtepunt heen is, reduceert de kunstmatige media-controverse tussen de spraakmakende antagonisten Oasis en Blur zichzelf tot een storm in een 'pint of bitter'. Het blijkt dat bij het afnemen van stormen van buiten, die van binnen des te harder toenemen. Althans in het geval van Blur, die op hun nieuwste album verslag doen van een louterende worsteling tussen wanhoop en berusting.

Het scheelde een dag of 13 maart jl. - de datum waarop '13' (Food/ EMI - 4991.292) verscheen - was een vrijdag. De plaattitel is een speelse combinatie van het ongeluksgetal en de beginletter van de groepsnaam. Ook al is die titel formeel ontleend aan het cijfer van de opnamestudio, Blur blijft met symbolische raadsels stoeien. Zo heet het door gitarist Graham Coxon vervaardigde schilderij dat de cover siert 'Apprentice', 'leerjongen'. Een wellicht ironisch bedoelde maar na beluistering terechte aanduiding voor de plek die Blur zich na tien jaar toedicht.

De groep is als het ware opnieuw begonnen dankzij het inhuren van een volslagen buitenstaander, lees 'nieuwe producer'. Maar bovenal is dit 'afscheid-van-de-Britpop' document de weerslag van het proces, dat de creatieve spil van Blur doormaakte. Damon Albarns achtjarige relatie (met Elastica-zangeres Justine Frischmann) die zich parallel ontwikkelde aan het succes van Blur, kwam ten einde. De gevolgen hiervan keren in alle toonaarden terug.

Op dit zesde album zijn de typische Britpop-ingrediënten nagenoeg afwezig. Pakkende melodieën met hoog meezinggehalte maken opeens plaats voor lang uitgesponnen nummers waarin experiment en controverse om voorrang strijden.

De vanzelfsprekende referenties aan de 2-minuten-luchtigheid van de vroege jaren '60 ruilen ze in voor de zwaarmoedige 7-minuten-experimenten van de late sixties en begin jaren '80. Dus geen inspiratie meer bij The Kinks, de vroege Beatles of het gestoei met de Britse music-hall traditie. In ruil daarvoor laat Blur zich in met de neurose van psychedelica, minimal music en electro-wave. Veel songs bezitten een pastoraal aandoende opening en vervloeien gaandeweg in tartende chaos vol 'feedback' en 'distortion'. Invloeden van Jimi Hendrix ('Distance left to run'), Terry Riley ('Mellowsong'), Jesus & The Marychain ('Trimm Trabb') en vroege Simple Minds ('Battle') laten hun sporen na. Zelfs de minimal-principes die Philip Glass in 1981 op de rockband Polyrock uitprobeerde keren met krachtige echo's terug ('Coffee & TV'). En dat alles geklemd tussen een symbolische ouverture en finale. '13' begint met de 'healende' gospel-canon 'Tender', die John Lennons 'Give peace a chance' in herinnering roept, en eindigt met een vervormde kermiswals ('Optigan I').

De aarzelende klungeligheid van dit geheel instrumentale (13de) nummer openbaart de kwetsbare koers die Blur wil varen. ,,We willen geen fanfare noch applaus, maar een oase van rust en bovenal eindelijk serieus genomen worden'', zo lijkt het kwartet te willen zeggen. Hmmm, eindelijk weer eens een controversiële plaat die vriend en vijand zal maken. Keiharde noodzaak in de kabbelende kweekvijver die Engeland omgeeft. Misschien is '14' de juiste titel voor het volgende Blur-album, Cruijff-fans weten wel waarom.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden