Blunderaar heeft golf van afgrijzen veroorzaakt

Vorige week beschreef ik hier de lotgevallen van een vrouw die zo dement was dat ze haar doodswens niet meer kon formuleren. Ze was al jarenlang in gesprek met haar huisarts over euthanasie. Haar echtgenoot was hier nauw bij betrokken. Zij wilde dat haar leven beëindigd werd als ze geestelijk zo ver was afgetakeld dat ze haar kinderen niet meer herkende, totaal afhankelijk werd en naar een verpleeghuis moest.

De eerste geraadpleegde SCEN-arts, die in zo'n geval een tweede mening komt geven, vond dat mevrouw te ver heen was en dat levensbeëindiging niet meer kon.

De tweede SCEN-arts zei dat het wel kon. Zij vond dat het schriftelijke verzoek geldigheid behield, al vroeg de vrouw nu niet meer om de dood. De huisarts handelde hiernaar en beëindigde haar leven, ondanks het feit dat zij tijdens deze levensbeëindiging tegenstribbelde.

Ik was in mijn column van vorige week eenduidig in mijn oordeel: dit is niet hoe je met wilsverklaringen bij dementie moet omgaan. Als een man of vrouw opschrijft: 'Als ik helemaal dement ben en het echt niet meer weet, dan wil ik dat de dokter mijn leven beëindigt' dan is het enig juiste antwoord van de arts: 'Als u zo ver heen bent, dan is euthanasie onmogelijk'.

Ik kreeg veel kritische reacties op mijn standpunt in deze kwestie. Het viel daarbij op dat vooral mensen die nog nooit iets anders hadden doodgemaakt dan kleine insecten overtuigd waren van mijn ongelijk, terwijl artsen, die de ernstig gedementeerde medeburgers-met-wilsverklaring moeten gaan doodmaken en bloc zeiden: roep in godsnaam dat dat niet kan.

Er was ook een tussenreactie: probeer je in te leven in die vrouw, die man en die huisarts. Zij hebben heel gewetensvol jarenlang gesproken over de vraag of het tijd werd voor levensbeëindiging. Hoe bitter dat haar op het allerlaatste moment de kans ontnomen zou worden om die nare verpleeghuisopname te vermijden.

Ik kan mij goed vinden in deze begrijpende houding, waarbij de betrokken collega vergevingsgezind tegemoet wordt getreden, onder voorwaarde dat we met ons allen publiekelijk onderschrijven dat dit volkomen fout is gegaan en dat het nooit meer zo mag gebeuren. Mijn grote angst is namelijk dat veel buitenstaanders, die geen ervaring hebben met dementie of levensbeëindiging op verzoek, maar die wel bang zijn om in dementie te eindigen, in deze gebeurtenis de aankondiging zien van een geheel nieuwe beleidslijn.

Zo schreef Christa Anbeek (docent bestaansfilosofie en remonstrants predikant) in Trouw van 11 februari dat zij de huisarts in de hierboven beschreven situatie beschouwt als een man 'die bereid is om moedig zijn nek uit te steken... een huisarts die trouw bleef aan de doodswens van zijn patiënt'. Da's nog eens iets anders dan de blunderaar die ik aan de gang meen te zien.

En in Trouwvan 15 februari uit een lezeres haar verontwaardiging over mijn eis dat je bij je volle verstand moet zijn om een euthanasieverzoek te laten slagen: "Daarvoor wordt nu juist dat verzoek van te voren bij de huisarts ingeleverd, voor het geval dat je niet meer als een weldenkend mens maar meer als stervend vogeltje naar een verpleeginrichting wordt gebracht". Zij wil dan niet naar een verpleeghuis waar ik werk, omdat ik haar dan niet op grond van haar wilsverklaring zal doodmaken.

Ik stel voor dat we terugkeren naar planeet aarde: mevrouw, er is in heel Nederland niet één verpleeghuis te vinden waar artsen bereid zijn u om te brengen omdat u uw verstand kwijt bent en hebt opgeschreven dat ombrengen in die toestand uw wens is. En tegen mevrouw Anbeek zou ik willen zeggen: de handelwijze van uw moedige huisarts heeft een golf van afgrijzen veroorzaakt in medisch Nederland, met name onder artsen die werkzaam zijn in de ouderenzorg. U lijkt niet te beseffen welk een enormiteit hier werd begaan. Een mens werd omgebracht, die daar niet meer om vroeg.

Ik herhaal mijn angst: dat we het vergeeflijke klungelen van collega X niet beschouwen als een hoogst onfortuinlijke gang van zaken, maar als een goed idee, een ontwikkeling die zelfs moed vereist.

Ik blijf zeggen dat collega X heeft laten zien hoe je niet moet omgaan met wilsverklaringen bij dementie. Zijn ongelukkige handelen bevat indrukwekkend moreel onderricht voor wilsverklaringinvullers en voor artsen die de invullers moeten helpen om in te zien wat hun verklaring kan betekenen.

Die verklaring kan niet betekenen dat een arts je wel doodmaakt als je je verstand helemaal kwijt bent en niet meer weet dat het om doodmaken gaat. Besef wel dat de meeste dementerenden, ook in het begin van hun ziekte, helemaal buiten dit bestek vallen, omdat ze niet weten wat ze overkomt. Dat is het intens trieste van deze rotziekte.

Van degenen die hun dementie wel degelijk als zodanig ervaren, wordt, bestaansfilosofisch gesproken, de hoogst denkbare vorm van moed vereist als ze hun verdere teloorgang willen voorkomen: zij zullen het leven moeten verlaten op een punt waarop ze het nog op waarde weten te schatten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden