Blowverbod in Heerlen is er alleen op papier

Blowers maken zich geen zorgen over het Heerlense blowverbod, nu de politie geen bonnen uitschrijft. "Misschien laten ze ons alleen maar dénken dat er een blowverbod is."

Twee meiden van zestien en één van vijftien schuilen voor de regen in de portiek van een winkel. Ze halen hun schouders op over het blowverbod in de stad. "Soms vraagt een agent wat ik aan het doen ben. Dan zeg ik gewoon: 'Een sigaretje roken, meneer.' En dan stop je die joint snel in je bh", vertelt Valerie. "We zorgen wel dat we niet gesnapt worden", zegt Myrthe. Ze willen niet met hun achternaam in de krant.

Sinds anderhalve week is het in de hele gemeente Heerlen verboden om wiet te roken op straat. Dat mag alleen nog in de coffeeshops. Het verbod ging in op de dag dat de Raad van State - als hoogste bestuursrechter - het blowverbod in tientallen Nederlandse gemeenten ongeldig verklaarde. Heerlen gaat als enige gemeente toch door met het verbod. De politie heeft echter aangekondigd geen bekeuringen uit te schrijven.

Na de uitspraak van de Raad van State zou de rechter die bekeuringen namelijk van tafel vegen. De gemeente wil juist graag een proefproces voor de strafrechter uitlokken, om te weten te komen wat kan en wat niet. Maar dan moet er wel eerst een boete worden uitgeschreven.

Valerie, Myrthe en hun vriendin Isabeau blowen soms meerdere keren per week, soms een paar weken niet. Veel is er niet veranderd met het verbod, denken ze. Ook vroeger sprak de politie hen aan als ze een joint opstaken in het zicht, in het centrum. "Dan vragen ze of je ergens anders gaat zitten", zegt Isabeau. Meestal roken ze echter bij iemand thuis, of op een rustig plekje, zoals de Brunsummerheide.

"Ik snap één ding niet", zegt Isabeau. "De gemeente zegt dat het niet mag. Maar de rechter is het daar niet mee eens, en de politie geeft je er geen bon voor. Zeggen ze dan niet alleen dat er een blowverbod is, om ons te laten dénken dat dat zo is?"

In de binnenstad is in ieder geval geen spoor van het blowverbod te bekennen. De Amsterdamse rood-omrande borden met een joint zijn hier afwezig. Evenmin zijn ergens blowers te zien, maar het is dan ook een regenachtige middag. De 'burgerlijke ongehoorzaamheid' van hun gemeente houdt weinig Heerlenaren bezig.

In haar chique lunchroom Cappuccino Lounge is gastvrouw Marie-Louise Linssen druk in gesprek met een klant, terwijl haar man Mathieu ontspant op het terras voor de zaak. Het echtpaar is het niet eens over het blowverbod. Volgens Mathieu veroorzaakt de coffeeshop op de hoek geen overlast. "De lucht van blowers in de stad is wel eens irritant. Maar of een blowverbod de oplossing is... Dan roken ze stiekem en heb je er nog minder controle op."

Volgens Marie-Louise veroorzaken blowers wél overlast, al is het pas 's avonds, na het sluiten van hun lunchroom. "Ze zitten dan wel eens te blowen op het stoepje hier tegenover. Ik stoor me dan aan het lawaai."

Marie-Louise is vóór het blowverbod en ze vindt het goed dat Heerlen zich verzet tegen de uitspraak van de rechter. "Er wordt steeds meer getolereerd, op den duur heb je het niet meer in de hand", vindt ze.

Heerlen had ooit een reputatie als drugsstad, maar sinds de aanpak van de gemeente onder de naam Operatie Hartslag gaat het beter, zeggen veel Heerlenaren. De politie treedt hard op tegen illegale handel in soft- en harddrugs. De afgelopen zes jaar is de overlast flink afgenomen.

Astrid van Kuijk begrijpt dan ook niet waarom het blowverbod nog nodig is. "Laat die jongens toch hun wietje roken. Je houdt het toch niet tegen. Laat ze zich met belangrijkere zaken bezighouden. Als je door Amsterdam loopt, merk je wel aan de geur dat er geblowd wordt. Maar hier heb ik er bijna nooit last van."

Bij coffeeshop The New Capricorn staan om half vier al de eerste klanten te wachten voor de deur. De tent gaat pas over een half uur open. Binnen bereidt het personeel zich voor, te midden van boeddhabeelden en banken met comfortabele kussens. "Geen kwaad woord over onze burgemeester hoor", waarschuwt Verona Weerts, vrouw van eigenaar Herman Weerts. Het softdrugsbeleid van de gemeente is prima en er is veel overleg met de coffeeshophouders, vertelt ze.

Maar het blowverbod begrijpt het stel niet. "Ik kan me voorstellen dat je wilt voorkomen dat mensen op het terras een jointje roken, of in de buurt van schoolpleinen", zegt Herman. "Je wilt niet dat jonge kinderen die lucht binnenkrijgen. Maar een blowverbod in de hele stad werkt niet."

Volgens hem wil de gemeente vooral de drugsrunners in de omgeving van het station aanpakken. Zij tronen toeristen mee naar drugspanden, waar ze wiet en sterkere drugs kunnen krijgen. "De gemeente heeft de beste bedoelingen, maar niet alle runnertjes blowen. Vaak hebben ze niet eens wiet op zak. Hen pak je er dus niet mee. Je kunt beter preventief fouilleren, laten zien dat je ze in de gaten houdt. Daar worden ze onzeker van."

De coffeeshop hangt vol met bordjes die de bezoekers manen tot goed gedrag. Het personeel tipt de politie over foutparkeerders. Als groepjes in de buurt van de coffeeshop blijven rondhangen, stuurt Weerts ze weg, met een beroep op het samenscholingsverbod.

Maar nu de politie weigert het blowverbod te handhaven, zal ook hij de gemeente daarmee niet helpen. "Als iemand in zijn eentje een joint rookt op straat, zal ik daar niets van zeggen. Ik liep gisteren nog met een joint van mijn auto naar de shop", lacht Weerts. "Eigenlijk was ik ook in overtreding."

Zo'n vijftien klanten staan voor de coffeeshop te wachten als de deuren opengaan. Een paar twintigers, maar ook een lange man met een bril en een grijs baardje en een vrouw van middelbare leeftijd.

De Duitse toerist André Schubert stond een uur geleden al tevergeefs aan de deur. Met het blowverbod heeft hij geen moeite. "In Duitsland is blowen helemaal verboden. Daar rook ik ook thuis, of in de tuin. Als je blowt op straat geef je het verkeerde voorbeeld", zegt hij voor hij The New Capricorn binnenstapt.

Venlo was het eerst. De Limburgse gemeente besloot - de overlast van jointgebruikers zat - in 2001 een blowverbod in te voeren. Er mochten op straat geen joints meer worden gerookt.

Tientallen gemeenten volgden het Venlose voorbeeld. Eind 2009, zo bleek toen een promovenda het uitzocht, kenden meer dan tachtig gemeenten een blowverbod. Op tal van plekken verschenen verbodsborden: een joint in een rond wit bord met een rode rand. Even zo vaak verdwenen die ook weer, overigens. De borden bleken gewilde objecten: er werden er talloze van gestolen.

In de ene gemeente mocht helemaal niet meer op straat worden geblowd, in de andere gold het verbod alleen bepaalde wijken, buurten of pleinen. Voor het Amsterdamse Mercatorplein besloot de Amsterdamse gemeenteraad in 2005 dat daar niet meer mocht worden opgestoken. Met succes: de overlast nam af. De diefstal van blowverbodsborden besloot Amsterdam overigens tegen te gaan door de borden te koop aan te bieden. Voor 90 euro kon de liefhebber een bord aanschaffen.

Overigens leden lang niet alle blowverbiedende gemeenten onder overlast van jointgebruikers, zoals in bijvoorbeeld Venlo wel het geval was. In de bijbelgordel bleek het verbod ook populair. Daar leek het vooral bedoeld om een norm te stellen: dat jointgebruik eenvoudigweg wordt afgekeurd.

De gemeenten regelden de verboden in hun Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Precies zoals toenmalig justitieminster Donner dat eind 2005 bepleitte. De Tweede Kamer had een motie aangenomen die het roken van joints in de openbare ruimte moest verbieden. Maar Donner voerde de motie niet uit: bestrijding van overlast is primair een taak voor het lokale bestuur, zei hij, en de APV is daarvoor het instrument bij uitstek, "omdat het geheel kan worden toegesneden op de overlast zoals die zich in de desbetreffende gemeente voordoet". Een algehele strafbaarstelling, aldus Donner, heeft geen toegevoegde waarde in de aanpak van overlastgevend drugsgebruik.

Dat was buiten de Raad van State gerekend. Die zette op 13 juli een streep door het blowverbod. Aanleiding was de weigering van de Amsterdamse burgemeester om op een speelplaats in de Amsterdamse Pijp een softdrugsverbod af te kondigen. Buurtbewoners gingen tegen die beslissing in beroep en belandden uiteindelijk bij de Raad van State.

Die gaf hun ongelijk. De redenering van de Raad: de Opiumwet verbiedt zowel het bezit als het gebruik van softdrugs. En je kunt nu eenmaal niet verbieden wat al verboden is. Dat softdrugsgebruik in Nederland wordt gedoogd, doet daar volgens de Raad van State niets aan af.

Kort na de uitspraak liet het parket-generaal van het Openbaar Ministerie al weten dat de blowverboden uit de APV's niet meer gehandhaafd zullen worden.

De uitspraak van de Raad van State - waartegen geen beroep mogelijk is - betekent overigens niet dat gemeenten nu met lege handen staan in de bestrijding van softdrugsoverlast. De Raad wees daar in de uitspraak zelf ook al op: de burgemeester kan op grond van de Gemeentewet optreden tegen personen die, al dan niet onder invloed van softdrugs, de openbare orde verstoren. Dat kan door bijvoorbeeld gebiedsverboden uit te vaardigen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden