Blowen en doelloos op straat hangen

(Trouw) Beeld Patrick Post
(Trouw)Beeld Patrick Post

Verslaggever Rob Pietersen ging twee maanden op pad met hulpverleenster Fatimazohra Hadjar om van dichtbij te ervaren wat er mis gaat in en rond multiprobleemgezinnen in Amsterdam-Slotervaart. Hij stuitte op huiselijk geweld, criminaliteit en verveling, schaamte en eer, verslaving en schuldenlast, falende ouders en stuntelende hulpverleners. En hij hing rond met de jongens van de criminele Piet Mondriaangroep, die beroemd werd door buurtgenoten Mohammed B en Samir A.

Rob Pietersen

Het August Allebéplein in Amsterdam-Slotervaart, hangplek van de criminele Piet Mondriaangroep, lijkt soms de eerste 24-uurs openlucht coffeeshop van Nederland. Hier wordt gehandeld en gerookt. Openlijk. Vraag maar aan de Turkse groentenboer van Versshop Ilkner en de bakker van Eethuis Burcu die elke ochtend bergen wietzakjes en aluminiumfolie bij elkaar vegen.

Hang eens een paar dagen in de buurt van die jongens rond en je krijgt bijkans respect. Je hebt nogal wat doorzettingsvermogen nodig om dagenlang op een houten bankje te zitten, tegen een muur te leunen, wat doelloos heen en weer te slenteren. Het vraagt een ’ander soort conditie’. Een ongeoefende hangjongere krijgt last van doorgezakte voeten, knieën, rug, alles. En dan wordt de bijwerking van grote hoeveelheden drank en drugs nog buiten beschouwing gelaten.

Drank en drugs zijn een nieuw, extra probleem in de multiprobleemgezinnen in achterstandswijken. Iets verderop in Slotervaart wordt vanavond een debat gehouden over verslaving. In het ’huis van de barmhartigheid’, de Poldermoskee. Er is toch geen mooiere plek denkbaar om een groot taboe in Marokkaans Nederlandse families te bespreken, stelt gastheer Hans Krikke.

Eigenlijk was zo’n beetje de hele Marokkaanse gemeenschap in Amsterdam-Slotervaart bij de organisatie betrokken. „We hadden dan ook gerekend op driehonderd bezoekers”, verzucht Krikke. „Drugs, alcohol en tabak zijn haram, zondig. En dat er vandaag zo weinig mensen zijn gekomen, is hèt bewijs van de ontkenning. Het toont aan dat er nog bergen werk te verrichten zijn.”

„Laten we eerlijk zijn: we zijn een schijnheilig volkje”, zegt buurtvader Saïd. „Onze eigen zonen zijn geen verslaafden. Het zijn zogenaamd altijd de buurjongens.”

Driss Kaamouchi, Marokkaans preventiemedewerker bij de Amsterdamse instelling voor verslavingszorg Jellinekmentrum, weet als geen ander hoe moeilijk de doelgroep te bereiken is. Hij trekt al jaren met ’de koffer van de Satan’, met bolletjes cocaïne, hasj en crack door de wijken om ouders te laten zien hoe ’het’ er uit ziet, en om op gevaren te wijzen. Hij heeft wel vaker voor lege stoelen staan preken. „Marokkaanse jongens in Slotervaart drinken vrijdag en zaterdag dertig glazen alcohol per avond. En dat in combinatie met hasj”, zegt hij.

„Ik hoor die meneer over het weekeinde praten”, zegt moeder Naziha Aloued later. „Maar ik woon hier en ik zie dat die jongens zeven dagen per week, 24 uur per dag stoned zijn. Je ziet het aan hun ogen: ze zijn in hun eigen wereldje.”

Naziha Aloued is een alleenstaande moeder van tien kinderen en vertelde eerder op tv, bij Premtime en Pauw & Witteman, over hoe moeilijk het is om haar kinderen op het rechte pad te houden. Die openheid maakte haar niet geliefd. „Op tv en nu over haar blowende zoon... Naziha is altijd heel open. Dat is dapper. Maar ik heb ook ongelooflijk veel moeders horen zeggen dat zij een schande voor de Marokkaanse gemeenschap is”, zegt Fatima Sabah, oprichtster van Nisa for Nisa (vrouwen voor vrouwen).

„Laten we eens stoppen overal schande van te spreken en ons overal voor schamen. Open je ogen: we hebben allemaal zonen met problemen”, zegt Naziha kritisch. Maar ook de overheid moet het ontgelden: „Als ouder ben ik kansloos: mijn blowende zoon is 19 jaar. Hij kan pas geholpen worden als hij dat zelf wil. Maar hij heeft geen eigen wil meer.”

Youssef (23) wint de hasjquiz op de voorlichtingsavond over verslaving. Hij kent de gevaren, weet precies wat hij, als frequent roker, riskeert. Maar wiet is een way of life geworden voor veel Marokkaans Nederlandse jongens in Slotervaart. Het hoort bij het doelloos rondhangen, het mopperen op alles en iedereen. Deze jongens hebben stress van het niets doen, van de uitzichtsloosheid, van het gevoel dat niemand hun ooit een kans op een opleiding, een stageplek of baan gunt. Van het idee dat ze overal de schuld van krijgen. „Van zo’n sigaretje word je even rustig”, zegt zijn vriend Iliass. „Iedereen doet het. Het helpt. En als je veel drinkt en laat naar bed gaat, kun je lekker uitslapen en hoef je je ’s ochtends niet te vervelen.” Het is de logica van de straat. En waar het geld voor die vrijetijdsbesteding vandaan komt, is het geheim van de straat. „Iedereen heeft wel eens iets. En dan wordt er gedeeld.”

Het is de continuïteit van het neerhalen, zo noemt Fatimazohra Hadjar van stichting KAP (kinderen in achterstandsposities) het. „Deze jongens horen iedereen altijd klagen over hun gedrag. Drank en drugs zijn de middelen om het niet meer te horen.”

Hadjar is één van de weinigen die zich nog om de Piet Mondriaangroep (veertig jongens, met een flink percentage ’draaideurcriminelen’) bekommert. „Veel van deze jongens zijn al jaren in beeld bij hulpverlenende instanties. Zij zijn het bewijs van falend beleid. Ze worden nu met de nek aangekeken, gestigmatiseerd en gediscrimineerd, niemand voelt zich verantwoordelijk. Iedereen kijkt toe hoe ze de weg kwijt raken, hoe ze het vertrouwen in de medemens verliezen, en al blowend en drinkend afdwalen richting zelfvernietiging.”

Zelfvernietiging: dat is niet eens zo heel overdreven. Want drank en drugs zijn dure hobby’s voor jongens die geen cent te makken hebben. Of die zelfs dreigen te verdrinken in de schulden, door een niet afgemaakte opleiding, op krediet gekochte spulletjes en achterstallige verzekeringspremies.

Daarnaast is er cameratoezicht en zijn er altijd en overal agenten. Deze jongens worden de hele dag in de gaten gehouden door agenten in uniform of –bijna net zo herkenbaar– in burger. Door rondrijdende Golfjes, waarvan ze de nummerborden uit hun hoofd kennen. Jongens hebben de bekeuringen in hun achterzak. Mohammed laat er drie zien, vlak achter elkaar, in een tijdsbestek van tien minuten uitgeschreven. Voor het neergooien van een peuk, het rondhangen in een portiek en wat al te nadrukkelijk protesteren tegen de druk schrijvende ambtenaar in functie. „En als ik die peuk niet op de grond had gegooid maar in de prullenbak, dan had ik die boete waarschijnlijk voor een poging tot brandstichting gekregen”, klaagt de tiener.

Drie bekeuringen: 270 euro. Slotervaart wil ook kale kippen nog plukken. De maand juni is een ’zero-tolerance-maand’. Een blikje cola op de grond gooien, levert al een bekeuring op. Dat wordt weer een dure maand.

„De politie erkent dat van de veertig jongens uit de Mondriaangroep er ook flink wat meelopers zijn. Die hebben nog niets crimineels op het kerfstok, maar krijgen wel diezelfde keiharde aanpak. Waar halen die jongens het geld voor al die boetes vandaan? Die jongens duw je toch bijna het verkeerde pad op, achter hun vriendjes aan?” zegt Hadjar die ziet dat steeds meer blowende jongens van hun hobby hun beroep maken en gaan handelen.

Het is kritiek op stadsdeelvoorzitter Ahmed Marcouch. Vragen bij het stadsdeel over de Mondriaangroep werden de afgelopen maanden steevast beantwoord met: ’die groep is crimineel, daar gaan wij niet over, daarvoor moet je bij de politie zijn’. Politiechef Gerard Kuijn zei eerder in deze krant dat de aanpak in Slotervaart veel te rigide is. „We hebben ze als groep afgeschreven, terwijl we met sommige individuutjes best successen hadden kunnen boeken. We moeten de criminelen hard aanpakken, maar het stadsdeel moet wel weer energie in de meelopers steken om ze op het rechte pad te houden. Ze moeten uitzicht op werk, stage en school geven”, verklaarde Kuijn in februari.

Marcouch reageerde toen verbolgen op de kritiek: „Ik vind niet dat we de groep niet-criminele meelopers hebben genegeerd en aan hun lot hebben overgelaten. Ik benader de jongens wel degelijk als individuen. Alle deuren staan bij ons en al die welwillende welzijnswerkers al twintig jaar open”, zei hij. Maar Nourdin El Otmani heeft, net als Hadjar, andere ervaringen. Hij geeft sinds oktober vier avonden in de week kickbokstrainingen in Slotervaart. Om zich vervelende jeugd van de straat te houden, gaf het stadsdeel hem 40.000 euro subsidie. Maar de voormalig, meervoudig wereldkampioen botste met het stadsdeel die niet wilde dat er ook harde kernjongeren in de gymzaal van de Mondriaanschool meetrainden. El Otmani zwichtte niet voor de druk een groep uit te sluiten: „Bij mij is iedereen welkom.”

„We moeten deze jongens niet uitsluiten, maar perspectief bieden: dat is het breekwijzer”, zegt Hadjar die een kantoortje heeft in de Poldermoskee. Daar ontvangt ze ook ’haar’ jongens van de Mondriaangroep, ze treft ze bijna dagelijks op het Allebéplein, gaat met ze mee naar de rechtbank, bezoekt ze in de gevangenis en onderhoudt contacten met de reclassering.

Waar stadsdeelvoorzitter Ahmed Marcouch tekort schiet, wil zij wel aan de slag met de Mondriaangroep, zegt Hadjar. De Surinaamse moslima voelt zich soms een klaagmuur. Deze jongens mopperen de hele dag over van alles en nog wat. Ze zijn ervan overtuigd dat ze worden genegeerd, gestigmatiseerd en gediscrimineerd. Bijvoorbeeld door roc’s, waar ze zich inschrijven voor een opleiding maar waar ze, in hun ogen, slechts een bepaald percentage ’vervelende Marokkaanse mannetjes’ toelaten: de Marokkanenstop.

Hadjar luistert naar hun klachten, komt bij het stadsdeel op voor hun belangen en regelde op het stadhuis geld voor een project: ’het benutten van onbekend talent’. Voor een paar jongens uit de groep, met strafblad maar volgens haar ook met onbekend talent, regelde ze een training. Ze worden opgeleid tot ervaringsdeskundige coaches, die andere jongens moeten behoeden voor de fouten die zij wel begingen.

De eerste training was, na maanden voorbereiding, screening, gesprekken en overleg, eind mei gepland. De opkomst was ronduit teleurstellend. Een week later kwamen er nog minder. Voor Hadjar is dat een bewijs dat deze jongens al te veel teleurstellingen hebben moeten slikken. Er is meer nodig om het vertrouwen terug te winnen. En alleen de volhouder wint, zegt ze. Voor anderen is dit ongetwijfeld de bevestiging dat er met deze jongens niets meer te beginnen is.

Van Marcouch willen deze jongens niets weten. Hij heeft het laatste restje krediet verspeeld met zijn pogingen twee broers uit de Mondriaangroep, twintigers die hier al vijftien jaar wonen, uit te laten zetten naar Marokko. Marcouch liet ze op de zwarte lijst zetten bij het buurthuis, én stuurt de overijverige politie en vermaledijde straatcoaches steeds weer op hun af, menen zij.

Die zijn op het Allebéplein het gesprek van de dag. „Ze hebben vandaag laten weten dat we, als we met meer dan vier jongens staan te praten, zullen worden bekeurd”, zegt Mourad (17). Nee, hij was er niet bij toen er werd gewaarschuwd, maar ’een paar van mijn vrienden’. Zelf werd hij eerder deze week wel door agenten aangesproken: ’Je gedrag bevalt ons niet. We houden je in de gaten’, hadden ze hem gezegd. „Dat slaat toch nergens op?” Zo houden ze elkaar de hele dag in de gaten. En bezig.

Zomaar een zaterdagavond aan het Allebéplein. De Mondriaangroep schuilt voor de regen onder het afdak bij de Albert Heijn. Twee straatcoaches komen eraan, parkeren hun fietsen en gaan bij de groep staan. Landjepik in Slotervaart. De jongens vragen eerst nog best beleefd of de straatcoaches geen ander plekje kunnen zoeken, maar als ze dat weigeren, wordt het hommeles. Ze voelen zich uitgedaagd en hebben een kort lontje, deze gefrustreerde jongeren. En ze hebben drugs en drank achter de kiezen.

Hoeveel Marokkaanse jongeren in Slotervaart verslaafd zijn aan alcohol, softdrugs en harddrugs is niet bekend, zegt Kaamouchi. „Bekend is wel dat drugs- en verslavingsproblemen een zware wissel trekken op de Marokkaanse gemeenschap. Het taboeonderwerp komt bovenop de alom bekende problemen van schooluitval, armoede en criminaliteit.”

„Iedereen heeft het hier over de probleemjongens, maar laten we de meiden niet vergeten. Soms zijn ze van top tot teen in het zwart, zien ze er supervroom uit. Maar dat versluiert soms bergen problemen. Zo’n gewaad blijkt een prima dekmantel voor drugsproblemen”, zegt een bezoekster van de informatieavond over verslaving in de Poldermoskee.

De buurtvaders zijn dan bijna allemaal al lang naar huis naar huis. Die vinden het te lastig, weten de blijvers. Qua taal én inhoud. Dit is voor hun de ver van mijn bed show, die toch akelig dichtbij is.

Ze krijgen vaak de schuld, de ouders, falende opvoeders. Vooral de vaders moeten het ontgelden als het over ontsporende jongeren gaat. Aan het eind van de informatieavond wil Youssef – één van de jongens die niet kwam opdagen bij de eerste training van Hadjar – daar nog wel iets over kwijt: „Jullie zijn allemaal veel te negatief over onze ouders. Die krijgen overal de schuld van. Maar God heeft ons jongeren ook hersens gegeven. En een mond om hulp te vragen.”

De namen van Iliass, Mohammed, Mourad en Youssef zijn gefingeerd

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden