Blok: Syrische strijdgroepen blijven staatsgeheim
De regering maakte in november ‘per abuis’ staatsgeheimen openbaar omtrent de Nederlandse hulp aan Syrische strijdgroepen. Die informatie is opnieuw tot staatsgeheim verklaard.
Minister Stef Blok blijft weigeren om de namen van de door zijn ministerie gesteunde Syrische strijdgroepen bekend te maken of te bevestigen. Uit eerdere berichtgeving van Trouw en ‘Nieuwsuur’ bleek dat zijn eigen ministerie ‘per abuis’ documenten openbaar had gemaakt waarin namen van door Nederland gesteunde groepen voorkwamen. Vandaag verklaarde Blok dat die namen staatsgeheim blijven, zo valt te lezen in zijn antwoorden op 167 nieuwe Kamervragen over het hulpprogramma. De wob-documenten werden al eerder offline gehaald, en er wordt nu een onderzoek ingesteld naar het datalek.
Kamerdebat
De antwoorden op de Kamervragen komen een week voor het geplande Kamerdebat, waarin Blok zich opnieuw moet verantwoorden over de Nederlandse hulp aan Syrische strijdgroepen. Maar nu Blok de meeste informatie opnieuw in de vertrouwelijke sfeer houdt, zullen veel vragen onbeantwoord blijven.
Een van de belangrijkste kwesties die Kamerleden aan de orde willen stellen is de Nederlandse hulp aan strijdgroepen die betrokken waren bij de Turkse invasie in Afrin, in januari 2018. Toenmalig minister van buitenlandse zaken Halbe Zijlstra verzekerde destijds dat Nederland geen opstandelingen zou steunen die een rol speelden bij die inval, en dat, als ze dat wel deden, de hulp onmiddellijk gestopt zou worden.
Maar uit de door Trouw en Nieuwsuur opgevraagde overheidsdocumenten bleek dat dit niet het geval was. Zo heeft de strijdgroep Levant Front (Jabhat al-Shamiya) in februari 2018 in het geheim nog voertuigen van Nederland ontvangen. Het zal moeilijk worden voor Kamerleden om over deze zaak te debatteren. Blok weigerde vandaag alle vragen te beantwoorden over de Nederlandse hulp aan deze organisatie, omdat die nog steeds als staatsgeheim gelden.
Kamerleden stelden ook veel vragen over het beloofde ‘civiele’ karakter van het steunprogramma. Uit de door Trouw en Nieuwsuur opgevraagde wob-stukken kwam namelijk naar voren dat vrijwel alle door Nederland geleverde goederen zijn ingezet voor de militaire strijd, en dat het ministerie van buitenlandse zaken daar tot in detail van op de hoogte was. In de wob-documenten staat bijvoorbeeld beschreven dat de pick-up trucks werden gebruikt voor ‘frontline improvement’, en voor ‘offensieve missies’.
Context
Blok schrijft de Kamer vandaag dat het niet de bedoeling was dat de geleverde hulpgoederen aan Syrische rebellen ‘offensief’ werden ingezet, maar dat hij ‘niet kan uitsluiten’ dat dit wel is gebeurd vanwege de ‘context van een gewapend conflict’. Met ‘frontline improvement’ wordt volgens Blok ‘bevoorrading’ bedoeld - geen offensieve activiteiten. Volgens Blok vallen de geleverde pick-up trucks en tactische vesten voor automatische wapens, zoals de AK-47 en de M16, onder ‘civiele’ goederen. Dat de voertuigen gebruikt werden voor bijvoorbeeld het vervoer van munitie is volgens Blok ook niet in strijd met de ‘civiele’ aard van het programma of de leveringsovereenkomsten.
Kamerleden wezen Blok erop dat in de de wob-documenten duidelijk staat beschreven dat de pick-up trucks die aan Syrische rebellen werden geleverd positief bijdroegen aan het vertrouwen van strijders in de capaciteit van hun groep, waaronder ‘offensieve missies’. Blok erkent dat het zo in de stukken staat, maar schrijft desondanks dat dit niet betekent dat de door Nederland geleverde voertuigen ook zijn ingezet in deze betreffende missies.
Lees ook:
Staatsgeheimen over Nederlandse steun aan Syrische rebellen zijn per ongeluk onthuld
Trouw en ‘Nieuwsuur’ onderzochten de afgelopen twee weken alle van de in totaal 1866 pagina’s aan wob-documenten minutieus, en troffen daar opmerkelijke feiten aan.