Blok is verantwoordelijk voor de steun aan Syrische rebellen, ook al zag zijn VVD nooit wat in het plan

Stef Blok Beeld ANP

Stef Blok draagt de ministeriële verantwoordelijkheid voor alles wat er misging met de Nederlandse steun aan Syrische rebellen. Maar ook de partijen die de leveranties van onder meer terreinwagens vanaf het begin af aan toejuichten, hebben wat uit te leggen.

De eerste die momenteel een groot politiek probleem heeft, is Stef Blok. Als minister van buitenlandse zaken is hij formeel verantwoordelijk voor alles wat er op zijn departement is gebeurd, ook al vond dat voor zijn aantreden plaats. Mocht dus blijken dat Buitenlandse Zaken in strijd met het internationale recht of het strafrechtelijke verbod op hulp aan terreurgroepen heeft gehandeld, dan kan Blok onder druk komen te staan om af te treden.

Hij zou dan vallen over een plan waar zijn VVD nooit de drijvende kracht achter was. Vooral toenmalig coalitiepartner PvdA wilde in 2015 graag Syrische opstandelingen steunen. De liberalen vonden het veel belangrijker dat Nederlandse straaljagers boven Syrië mochten bombarderen.

Verkeerde handen

De discussie over het steunprogramma loopt nu dwars door politieke verhoudingen heen, in de coalitie en de oppositie. Met CDA en ChristenUnie zitten er nu twee partijen in de coalitie die al toen het programma in 2015 begon felle tegenstanders waren. En van de grote voorstanders van destijds zit er een nu in de regering (D66), een zat destijds in het kabinet toen het steunprogramma begon (PvdA), en een bleef voortdurend in de oppositie (GroenLinks).

Maar voordat het tijd is voor een finaal politiek oordeel, moet VVD-minister Blok de Kamer overtuigen dat hij de juiste man is om de waarheid boven tafel te krijgen. Daarbij heeft hij wat uit te leggen. Toen zijn woordvoerders vorige week om wederhoor was gevraagd door Trouw en Nieuwsuur, stuurde Blok snel een besluit naar de Kamer om ook de steun aan hulpverleners in Syrië per direct stop te zetten, met als argument dat deze steun ook in verkeerde handen zou kunnen vallen. 

In de zomer verklaarde hij het steunprogramma al tot staatsgeheim, nadat het Buitenlandse Zaken duidelijk werd dat journalisten er onderzoek naar deden en het CDA kritische Kamervragen bleef stellen. Dit wekt de indruk dat Blok en zijn naaste medewerkers vooral geïnteresseerd zijn in het imago van het ministerie en het onder de pet houden van problemen. Stef Blok heeft de schijn tegen dat de Kamer pas geïnformeerd wordt als het door spitwerk van buitenstaanders echt niet anders meer kan.

Curieus is ook een afgelopen dinsdag door Blok verstuurde brief. Op die dag verliep de deadline om drie weken eerder door het CDA gestelde vragen over het steunprogramma te beantwoorden. Maar dat ging volgens Blok niet lukken, onder meer vanwege 'nog naderende berichtgeving van Nieuwsuur en Trouw'. 

Deze korte passage roept vragen op. Zijn Blok en zijn naaste ambtelijke adviseurs zo slecht op de hoogte dat zij graag eerst in de krant lezen waar hun Syrië-team eigenlijk mee bezig is? Of wil het ministerie voorkomen dat het naar de Kamer scheutiger is met informatie dan wat toch al in de krant staat?

De vraag of Blok nu wel bereid is om openheid van zaken te geven is extra relevant omdat een groot deel van de informatie geheim is verklaard. Documenten en feitelijke gegevens kunnen dus niet zomaar naar de Kamer, maar speciaal bevoegde ambtenaren zullen daarin antwoorden moeten zoeken op de vragen die Kamerleden de komende tijd stellen.

Fors probleem

In die zoektocht heeft het ministerie de schijn tegen. Vorige week vrijdag stuurde Blok ook een rapport van de interne onderzoeksdienst van Buitenlandse Zaken naar de Kamer. Dat concludeerde dat de steun aan Syrische rebellen 'adequaat gemonitord' werd. 

Eind 2016 liet het ministerie al een vertrouwelijke evaluatie door een zelf gekozen extern onderzoeksbureau uitvoeren. Dat bood geen aanleiding de hulp stop te zetten. Sterker nog, de hulp aan de controversiële groepen Sultan Murad en Jabhat al-Shamiya in Syrië vond in ieder geval deels na deze studie plaats.

Mark Rutte Beeld AFP

Als er te weinig vertrouwen is dat het ministerie bereid en in staat is om een goed onderzoek uit te voeren, kan de Kamer in de verleiding komen de controle over de onderzoeksopdracht aan iemand anders te geven. Sadet Karabulut (SP) stelde deze week al voor om een externe controleur naar de zaak te laten kijken. Zoiets is eerder gebeurd. Een jaar na de val van Srebrenica kreeg het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie in 1996 opdracht om een onderzoek in te stellen.

In een dergelijk scenario heeft Blok een fors probleem. Bij zijn eigen departement en in de Kamer staat hij er al niet goed op. Zijn uitspraken in de zomer dat verschillende culturen en etnische groepen niet goed samen kunnen leven, dreunen nog na. Als Blok bij zijn eerste politiek echt gevoelige dossier ook nog eens via een extern onderzoeksteam onder curatele wordt geplaatst, doemt er een scenario op waarin hij als zwakste broeder van de ministersploeg vooral mag hopen dat hij de kabinetsperiode uitzit.

Gevoelig dossier

Een onderzoek naar de in de zomer tot staatsgeheim verklaarde documenten over het steunprogramma brengt voor Blok nog een ander risico met zich mee. Als blijkt dat hier toch aardig wat informatie in staat die helemaal niet zo geheimzinnig hoeft te zijn, wekt dit de suggestie dat Blok documenten rubriceerde om politiek gevoelige zaken weg te moffelen. Dan gaat het debat ook over de integriteit van de minister.

In extremis kan er ook een parlementaire enquête komen. 'De onderste steen moet boven', is de stellige overtuiging van Joël Voordewind (ChristenUnie). "Als dat niet van de minister komt, zou een parlementair onderzoek de volgende stap zijn." Martijn van Helvert (CDA) en Karabulut houden deze optie ook nadrukkelijk achter de hand.

Daarmee zetten zij Stef Blok het mes op de keel. Zodra het parlement op een dusdanig gevoelig dossier onder ede mensen gaat horen om erachter te komen wat er op een ministerie is gebeurd, doemt er impliciet een motie van wantrouwen op richting de minister. De Kamer vertrouwt er dan niet meer op dat de bewindspersoon zelf eerlijk op vragen antwoordt.

Dit betekent ook dat ChristenUnie en CDA voorzichtig moeten manoeuvreren. Zij zijn sinds 2015 tegen het steunprogramma, maar konden als oppositiepartijen vrij opereren. Als zij nu abrupt aandringen op een enquête, kan dat tot een crisis in de coalitie lijden.

 'Nattevingerwerk'

Zodra het debat verschuift naar de opzet van het steunprogramma zelf, gaat het ook over Bert Koenders. Hij wilde als PvdA-minister van buitenlandse zaken Syrische rebellen helpen, dus ook zijn politieke reputatie staat op het spel. In tegenstelling tot de diplomatiek onervaren Blok gold Koenders bij zijn aantreden namelijk als een ervaren rot in conflictgebieden. Hij was eerder gezant voor de Verenigde Naties in Ivoorkust en Mali.

Koenders beloofde de Kamer dat goed in de gaten gehouden zou worden bij wie de hulp terechtkwam. De groeperingen moesten bijvoorbeeld gematigd zijn en geen mensenrechten schenden. Maar de verantwoordelijke topdiplomaat Nikolaos van Dam kan niet precies uitleggen hoe hij uiteindelijk tot de selectie van groepen kwam. Voorstander van hulp Kamerlid Bram van Ojik (GroenLinks) zei deze week dat de uitvoering van het programma neerkwam op 'nattevingerwerk'.

Bert Koenders Beeld ANP

De verantwoordelijke eenheid binnen het ministerie lijkt op eigen houtje en zonder afstemming met anderen gewerkt te hebben. Ze steunden groepen die volgens andere Nederlandse diplomaten ernstige oorlogsmisdrijven pleegden, of volgens het Openbaar Ministerie uit terroristen bestonden.

Daarbij komt nog eens de kritiek van volkenrechtelijk adviseur André Nollkaemper. Hij zegt dat de steun aan gewapende groepen mogelijk illegaal was. Bovendien is het onjuist dat hij nooit om advies is gevraagd.

Pikant is ook dat diplomaat Van Dam suggereert wel degelijk op basis van instructies vanuit de top van het ministerie geopereerd te hebben. Hij geloofde er 'geen bal van' dat groepen die een bepaalde verklaring hadden ondertekend oprecht gematigd waren, maar hij had nou eenmaal opdracht gekregen om hen op grond van die verklaring als potentiële partners te zien.

Dat wijst erop dat Koenders, wellicht in samenspraak met een aantal van zijn topambtenaren, zo zijn eigen ideeën had wie er in Syrië gematigd was. Door die inschatting niet te leggen naast de eigen ambtelijke rapportages en de inschatting van het OM, kan Koenders roekeloosheid worden verweten. Een andere mogelijkheid is dat men deze kritiek wel kende, maar besloot het te negeren. Hoe meer details over dergelijke zaken naar buiten komen, hoe vervelender voor Koenders reputatie.

Debat

Een flink aantal partijen in de Kamer heeft wat uit te leggen. PvdA, D66 en GroenLinks waren indertijd voorstander van het steunprogramma, en onderschrijven de gedachte erachter nog steeds. Er moest een nette oppositiebeweging komen naast het leger van Assad en de extremisten van Islamitische Staat. Maar mogelijk blijkt nu dat een dergelijke wens wel in Den Haag viel te formuleren, maar in de praktijk onuitvoerbaar was. Deze drie partijen hechten bovendien sterk aan een buitenlandbeleid op basis van internationaal recht, dus de kritiek van volkenrechtadviseur Nollkaemper is pijnlijk.

Op dit punt heeft de VVD het makkelijker. De partij vindt dat Nederland sinds de Irak-oorlog te strenge juridische normen voor buitenlandse interventies hanteert, en schampert over 'volkenrechtfetisjisme'.

Ard van der Steur Beeld ANP

De liberalen kunnen ook stellen dat juist hun ministers de afgelopen maanden hebben ingegrepen. Blok beëindigde de steun aan rebellen in maart 2018, de maand waarin hij zelf minister werd. Zijn kortstondige voorganger Halbe Zijlstra had al de samenwerking met de controversiële Sultan Murad-brigade beëindigd, omdat die steun verleende aan de Turkse invasie van de Koerdische enclave Afrin in Noord-Syrië.

Maar de VVD moet zich de komende tijd zorgen maken over meer dan alleen de positie van hun minister Blok. Als de staat een bepaalde strijdgroep steunde, is het onrechtvaardig om een Nederlandse jihadganger die zich bij zo'n club aansloot te vervolgen, zo betogen verschillende advocaten. 

Ivo Opstelten Beeld Novum DIRK HOL

Mochten er inderdaad Syrië-gangers op vrije voeten komen, dan is de vraag waarom drie opeenvolgende liberale ministers (Opstelten, Van der Steur en Blok) niet waarschuwden dat de vervolging van jihadgangers wel eens gevaar zou kunnen lopen. Ook premier Mark Rutte maakt geen beste indruk. Uiteindelijk was hij de enige die gedurende de hele looptijd van het steunprogramma in de ministerraad heeft meebeslist.

Het eeuwige Nederlandse dilemma

De voorstanders van hulp aan Syrische rebellen zien zich eigenlijk geconfronteerd met een voortdurend terugkerend en typisch Nederlands probleem in de buitenlandpolitiek. Aan de ene kant wil men een actieve rol spelen tijdens buitenlandse oorlogen, maar ondertussen moeten de acties wel voldoen aan hoge Haagse standaarden.

In het Afghaanse Kunduz mochten door Nederland getrainde agenten niet tegen de taliban vechten. Nederland zou hun juist leren lezen en schrijven, zodat zij de kentekens van verkeersovertreders konden registreren. In Mali wilde Nederland met commando's in de uitgestrekte woestijn patrouilleren, maar tegelijkertijd moesten de militairen altijd in de buurt van een goed ziekenhuis zijn. 

Dit keer wilde Nederland meehelpen om een dictator in een bloedige burgeroorlog omver te werpen, maar de opstandelingen dienden zich dan wel netjes aan het oorlogsrecht te houden. In het door sektarisch geweld verscheurde Midden-Oosten moesten ze ook nog eens een 'inclusieve samenleving' nastreven.

In ons dossier Nederlandse steun aan Syrische rebellen leest u alle artikelen die verschenen over en naar aanleiding van de onthullingen van Trouw en Nieuwsuur, waaronder:

Lees ook:

Toenmalig minister Koenders kreeg brede steun voor hulp aan Syrische rebellen

Tegenstand was er destijds wel, maar in 2015 stond er een Kamermeerderheid achter de hulp aan Syrische rebellen. En die heeft nu nauwelijks spijt.

De juridische bezwaren tegen de steun van Syrische rebellen waren bekend bij het kabinet

Het kabinet wist al sinds 2013 dat volkenrechtelijk adviseur André Nollkaemper bedenkingen heeft bij steun aan gewapende groeperingen in Syrië.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden