Bloesem en graniet

Het sneeuwde bloesems in de ochtend, de zon scheen fel, en Günter Grass was dood. Zijn sterfbed was kort geweest, een infectie vorige week veranderde in een longontsteking en dat was het dan. In de kliniek in Lübeck had men hem niet meer kunnen redden.

Hij woonde, samen met zijn tweede vrouw Ute, vlakbij de stad in Behlendorf. Huis, grote tuin rondom. Ook hier de lente. In Lübeck stond een grote conferentie van G7-ministers van buitenlandse zaken op punt van beginnen. Er was veel politie in de stad, en rumoerige tegenstanders van het kapitalisme.

Toen kwam het nieuws van Grass.

Over die G-7 bijeenkomst in 'zijn' stad had Grass vast nog wel iets willen zeggen. Aan de Spaanse krant El Pais had hij op 21 maart thuis nog een interview gegeven waarin hij zijn bezorgdheid uitsprak voor een mogelijke Derde Wereldoorlog, verwijzend naar Israël en de Palestijnen, naar de wandaden van IS en Syrië, en naar Oekraïne. 'Overal is oorlog; we lopen het risico om dezelfde fouten te maken als vroeger; dus voor we het weten geraken we slaapwandelend in een wereldoorlog.'

Mahner, Warner, Weltgewissen, zo stond gisteren te lezen boven het commentaar op de voorpagina dat de Frankfurter Allgemeine aan zijn dood wijdde. Vermanen, waarschuwen, het geweten van de wereld zijn - dat is de hoogst bereikbare positie van de na-oorlogse Duitse intellectueel, die geleerd heeft zichzelf, zijn land en de wereld te wantrouwen.

Günter Grass, geboren in 1927, bracht zijn jeugd door in het Derde Rijk, dat rijk waarin hij als tiener geloofde, zozeer dat hij zich gretig aanmeldde voor een dienst op een onderzeeboot. Het lot beschikte anders; als 17-jarige moest hij in 1944 dienst doen bij de Waffen-SS, aan het Westfront, in een overigens destijds begeerd uniform. In april van '45 viel hij in handen van de Amerikanen.

Grass, dat geweten van Duitsland, verhaalde hierover pas terloops in zijn autobiografische 'De rokken van de ui' in 2006, en die late bekentenis schokte velen. Grass zelf bracht het ontstane tumult nauwelijks uit evenwicht, er was aan hem, inmiddels drager van de Nobelprijs, iets onverwoestbaars. Nu hij is gestorven beheersen de laatste oorlogsmaanden van die amper volwassene zijn necrologieën bijna meer dan zijn enorme literaire nalatenschap. En die is vol en zwaar.

Niet dat je daarvan gisteren in de plaatselijke boekhandel veel merkte. Er lag een stapeltje van zijn laatste, juist vertaalde, werk 'De woorden van Grimm' en één exemplaar van 'De blikken trommel', de roman waarmee hij debuteerde en doorbrak. In 'Grimm' stond een nawoord van vertaler Jan Gielkens. Het vertalen gaat niet vanzelf, schreef hij. 'Zelfs het lezen van de boeken van Grass is geen lichte arbeid.' Hij somde op: 'de lange en moeilijke zinnen, de afwijkende inversies, de verwijzingen, de vertekening enzovoort.'

En toch was daar de liefde van de vertaler voor die labyrintische structuren, verknoopt met het autobiografische en het historische.

Grass was een wereld, in één man samengebald. En een literaire rots - graniet - waarop de golven van kritiek leken stuk te staan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden