'Bloeddoping is een mythe'

Promovendus: Wielrenners geloven dat je van epo hard gaat fietsen, maar bewijs is er amper

Thee is het voorbeeld dat sportpsycholoog Bram Brouwer graag aanhaalt om zijn these te onderbouwen dat de sportieve winst ontleend aan bloeddoping niet meer is dan een ongefundeerde aanname. "Thee met suiker doet waarschijnlijk meer dan epo." Brouwer verdedigde gisteren in Heerlen zijn promotieonderzoek met de titel 'De mythe van de rode bloedcel'.

Brouwer is kritisch. Kritisch over de vraag of de verhalen over epo wel juist zijn. Acht jaar stak hij in een onderzoek naar de vermeende werking van bloeddoping. Epo met name, het geneesmiddel waaraan duursporters zich laafden alsof het het heilige bloed was. Epo, het wondermiddel waarmee Lance Armstrong zeven keer de Tour de France won.

Brouwer blaast in zijn proefschrift alle veronderstellingen omver. "Over bloeddoping wordt gesuggereerd dat de prestaties van een topsporter tussen de acht en twintig procent verbetert. Terwijl in de topsport een à twee procent al enorm is. Als schaatser Jorrit Bergsma op de tien kilometer Sven Kramer met 40 meter klopt, noemen wij dat een geweldige race." Wie weet waar Bergsma zou uitkomen als hij acht procentpunten harder schaatst dan zijn conculega, wil Brouwer duidelijk maken.

"Neem wielrenner Alejandro Valverde, in 2010 voor twee jaar geschorst vanwege bloeddoping", zegt Brouwer over zijn twijfels. "In 2006 en 2008 was Valverde de beste coureur ter wereld. Dat herhaalde hij vorig en dit jaar. Het zijn dit soort voorvallen die mij als sportliefhebber aan het denken hebben gezet of alle verhalen over epo wel correct zijn."

Wat Brouwer in zijn proefschrift aanvoert, is dat nog nooit is onderzocht of bloeddoping de wedstrijduitslagen heeft beïnvloed. De schaarse onderzoeken waarop onder meer de juridische kaders rusten in de strijd tegen doping, zijn of onvolledig of weinig valide. Onvoldoende in elk geval om als wetenschappelijk door het leven te kunnen gaan, meent Brouwer.

"Ik heb gekeken of de argumenten die worden gepresenteerd als feiten juist zijn. En dat zijn ze nauwelijks. Cruciaal is het idee over de werking van rode bloedcellen. Als je er meer hebt, kan het bloed zich binden. Tot zo ver klopt het verhaal. Waar het misgaat, is in de relatie tussen hematocriet (de verhouding rode bloedlichaampjes en bloedvolume, red.) en de hoeveelheid zuurstof dat het bloed kan transporteren. Ergens ligt een optimum. De vraag is waar. Het is complex, maar bij goedgetrainde atleten lijkt dat te liggen net onder onze natuurlijke hoeveelheid bloedcellen. Boogerd en Armstrong hadden dus wellicht net zo goed geen bloeddoping gebruikt om tot dezelfde prestaties te komen."

De volgende vraag is dan ook waarom renners als Boogerd en Armstrong hun carrières in de waagschaal legden. Volgens Brouwer, in een ander leven schaats- en wielertrainer, moet je daarvoor vooral naar de geslotenheid van de sportwereld kijken. "Ze dachten dat het werkte. Er deden in die jaren gigantische verhalen de ronde in het peloton over een wondermiddel. Dat noemen we collective storytelling: mensen geloven dingen die er niet zijn. Renners zijn geneigd te zien wat ze willen zien."

Waar dat beeld precies vandaan komt, is niet helemaal duidelijk. "Dat wordt mijn volgende studie. Maar volgens mij is het een complex aan factoren die samenvielen ergens begin jaren '90. Het waren destijds vooral de Italianen die hard fietsten. Daarna kwamen de verhalen: dat je van epo ineens kon doodvallen."

Soms voelt Brouwer zich een roepende in de woestijn. In 2009 studeerde hij af op het onderwerp 'doping als drogreden'. Het onderzoek was een van de eerste kritische kanttekeningen bij de populaire aannames ten aanzien van bloeddoping. Een bronnenonderzoek onder leiding van de Leidse hoogleraar klinische farmacologie Cohen in 2012, onderschreef de conclusies van Brouwer. Aan epo worden bijna magische werkingen toegedicht zonder sluitend bewijs, concludeerde Cohen.

Nog steeds doen hardnekkige verhalen de ronde over bloeddoping, merkt Brouwer op. Een is de zogenaamde hausse aan wielerdoden in België en met name Nederland rond 1990. "Het aantal slachtoffers van epo onder sporters varieert volgens de overlevering van vier tot veertig. Maar in veel verhalen blijft het bij achttien. De Spaanse onderzoeker Bernat López heeft ze in 2011 stuk voor stuk onderzocht maar vond niets dat wees op dood door dopinggebruik."

"De enige naam die in dit verhaal steeds terugkomt is van Johannes Draaijer. Hij overleed op zijn 26ste in zijn slaap aan een gescheurde aorta. Bij zijn broer waren de medici er wel op tijd bij. Hij draagt nu een plastic aorta. Dat Draaijer is overleden aan een hartkwaal willen wij niet horen. Hij paste namelijk precies in het plaatje. In de psychologie heet dat bevestigingsvertekening."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden