Bloed van toneelfamilies en pure imitatie als basis van het ware kabuki-theater.

Kabuki is mannentheater. Kleren maken er de vrouw. Hoewel in obscure groepen weleens vrouwen acteren, worden in de ware kabuki-ensembles alle rollen uitsluitend door mannen gespeeld.

De onnogata, de speler van vrouwenrollen, is zelfs een van de belangrijkste karakteristieken van kabuki. Amper dertig jaar geleden was de onnogata bovendien verplicht zich in het dagelijkse leven eveneens als onnogata te gedragen. Ook thuis droeg hij vrouwenkimono’s, en als hij vrouw en kinderen had, mocht hij zich nooit in het openbaar met hen vertonen.

Kabuki is in Japan een nog altijd populaire en, zeker vergeleken met het elitaire noh, relatief levendige theatervorm. Geen wonder dat het Holland Festival, dat al vaker aandacht aan de traditionele Japanse theaterkunst besteedde, weer voor dit genre heeft gekozen. Ditmaal, en dat is interessant, gecombineerd met een moderne variant. De Zwitserse regisseur Jossi Wieler verplaatste de handeling van een klassiek samoerai-verhaal, ’Tokaido Yotsuya Kaidan’ (’Yotsuya Ghost Story’) naar een modern Japans metrostation.

Wieler maakte de voorstelling in Tokio met een aantal vooraanstaande Japanse acteurs. Enkel mannen uiteraard. Onder hen Yoshi Oida, een in het hedendaagse Japan gevestigde theatermaker, die jaren met de toonaangevende Engelse regisseur Peter Brook heeft gewerkt en dertig jaar geleden (in 1975 en 1978) al met zijn groep naar het befaamde avant-gardetheater Mickery werd gehaald. In zijn werk was zijn klassieke scholing te herkennen. Een mooie kans nu om een theatrale relatie te trekken tussen de roots en de vererving van kabuki.

Kabuki kent een onstuimig verleden, met ontucht en schandknaperij. Het ontstond in het begin van de 17de eeuw als reactie op noh – het aan hof en aristocratie voorbehouden vermaak. Kabuki werd het amusement voor het gewone volk. De groepen speelden op voor iedereen toegankelijke plaatsen, vaak in droge rivierbeddingen met de oever als tribune, en moesten doorgaans leven in de getto’s van steden. De relaties met de rosse buurten waren weldra niet alleen indirect.

De voorstellingen bevatten steeds meer scènes over hoerenlopers in theehuizen of schelmen die net uit bad stappende dames tegen het lijf liepen. Niet alleen de nabije prostitutie voer wel bij zulke ’opwarmers’. Om de favoriete actrices werd gevochten, letterlijk – reden waarom officieel werd ingegrepen. De vervolgens in plaats van vrouwen ingezette jongelingen bleken als lustknapen echter dezelfde wanordelijkheden uit te lokken. Zodoende mochten vanaf 1653 alleen nog volwassen mannen met afgeschoren voorhoofdhaar optreden.

Acteurscarrières zijn van oudsher gebonden aan toneelfamilies. Tradities worden overgedragen van vader op zoon. Via pure imitatie. Imiteren is in Japan niet alleen een hoog gewaardeerde eigenschap, maar zelfs de leermethode bij uitstek. In het dagelijkse leven is het principe van exacte nabootsing in alle mogelijke details en rituelen terug te vinden. Alleen al daarom is het traditionele theater meer dan een curiosum. Het is een wezenlijk element van de Japanse cultuur. De levensstijl van de Japanner in gesublimeerde vorm.

De scholing van de acteur begint heel vroeg, vanaf het derde of vierde levensjaar. Huishoudelijk werk vormt een voornaam bestanddeel van het begin van de leerperiode. Het systeem is een kwestie van uiterst zorgvuldig nadoen. Er wordt niets uitgelegd. De Japanner acht woorden te beperkt om tot het wezenlijke begrip van handelingen, tekst en geluid te geraken. Het telkens weer nadoen is de sleutel tot het beheersen en perfectioneren.

In het traditionele theater ligt alles – gebaren, mimiek, stemgebruik, kostumering–­ vast volgens uiterst gedetailleerde voorschriften. De verschillende karakters, of liever standaardrollen – schurk, held, dame, heks – kan het publiek onmiddellijk herkennen aan kostuum, pruik en kleur van make-up. Naar een voorstelling gaat men dan ook niet om geboeid te worden door het drama of de psychologie van de karakters, maar om de haarzuivere prestatie van de vertolking te bewonderen. Wat de vertolker een sterrenstatus kan bezorgen.

Immens populair is momenteel de mee naar Nederland gekomen Ebizo XI, een telg uit de beroemde Ichikawa-familie, die al van generatie op generatie de meest fameuze kabuki-acteurs levert. Twintig jaar geleden, in 1985, is hier een andere Ichikawa, Ennosuke III, te bewonderen geweest. Ebizo XI is met zijn 28 jaar een jonkie, volgens de normen althans van de 14de-eeuwse noh-beschrijver Zeami, die stelde dat een acteur voor zijn vijfendertigste nog niet rijp genoeg is om de ’ware bloesem’ te vinden en pas rond het vijftigste levensjaar de absolute beheersing van de kunst kan bereiken. Maar met het toneelbloed van een zo met kabuki vergroeide familie bereik je wellicht eerder het hoge niveau.

Op zijn leeftijd is Ebizo XI natuurlijk bij uitstek geschikt als onnogata, vertolker van vrouwenrollen. Behalve in het samoerai-verhaal ’Kasane’ speelt hij in ’Fuji Musume’ het heldinnetje. ’Fuji Musume’ behoort tot de zogenoemde sewamono –, zedenschilderingen over liefde en bijbehorend leed.

Het kabuki-repertoire bevat al eeuwenlang dezelfde stukken, al worden die zelden of nooit meer integraal opgevoerd. Dat zou doorgaans een dag duren. Ook de moderne Japanner kan daar het geduld niet meer voor opbrengen. Tegenwoordig bestaat een voorstelling bijna altijd uit een combinatie van fragmenten.

Muziek en dans spelen in alle kabuki-stukken een belangrijke rol. Muzikanten en zangers zitten gewoonlijk links voor, achter een lattenscherm. Het belangrijkste speelvlak op het podium is een draaitoneel, een al eind 18de eeuw uitgevonden kabuki-fenomeen.

Even karakteristiek is de hanamichi, een verhoogd plankier door de zaal naar het podium, in oude tijden door het publiek gebruikt om de acteurs cadeaus te geven, of in de benen te knijpen als het spel niet beviel. Nu is het vooral de plaats voor dramatische opkomsten of afgangen.

De decors zijn naturalistisch, maar vlak, nooit met perspectief, en vaak achter elkaar gezet op verschillende weg te schuiven of dicht te klappen panelen. Een zwart achterdoek is nacht, een blauw de dag. De eenvoud van de decors is een passende achtergrond voor de kleurrijke en gecompliceerde kostuums, voor de soms in meerdere kimono’s over elkaar ingepakte acteur, die deze al dansend moet afleggen om ontwikkelingen in de rol te illustreren. Oneerbiedig gezegd: kabuki is zeer decoratief theater.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden