Blindvaren op een plus is niet altijd verstandig

Scholen die het beste uit hun leerlingen halen, lijken daarvoor te worden gestraft. Ouders wordt aangeraden zich niet blind te staren op het eindoordeel uit Trouws schoolprestatie-onderzoek.

De manier waarop in Nederland de onderwijskwaliteit beoordeeld wordt, is in orde. Dat zegt staatssecretaris Van Bijsterveldt vandaag in een interview in deze krant. „Als de inspectie een school als ’zeer zwak’ beoordeelt, is die echt niet goed.”

De gegevens die de inspectie verzamelt – en waarop Trouw zijn jaarlijkse Schoolprestaties baseert – geven inderdaad een nauwkeurig beeld van de resultaten die scholen boeken. Maar betekent dat ook dat ouders die een school voor hun kind zoeken, blind kunnen varen op de plusjes en de minnetjes die Trouw als eindoordeel uitdeelt?

Nee, moet het antwoord luiden, de verzamelde gegevens moeten met verstand worden gebruikt. Niet alleen omdat de plusjes en minnetjes weinig zeggen over de sfeer op school – dit terwijl ouders dat juist belangrijk vinden bij de schoolkeuze. Maar ook vanwege de manier waarop dat eindoordeel is opgebouwd. Sommige leerlingen komen namelijk wellicht beter tot hun recht op een school die geen plus als eindoordeel krijgt, maar op bepaalde onderdelen wél goed scoort.

Trouw doorzocht de inspectiegegevens dit jaar, op zoek naar scholen die veel leerlingen op een hoger niveau weten te krijgen dan verwacht. Dat zogeheten ’opstromen’ komt vaak voor. Van alle leerlingen die in de derde klas van het vwo zitten, bijvoorbeeld, is een kwart van de basisschool gekomen met het advies om naar de havo te gaan. En in klas drie van de gemengd/theoretische leerweg van het vmbo (vmbo-gt), kreeg 18 procent ooit een lager advies (vmbo-basis of –kader).

Maar met de scholen die erin slagen veel leerlingen in een hogere schoolsoort te krijgen, is iets merkwaardigs aan de hand. Zij krijgen van de inspectie (en van Trouw) op dit specifieke onderdeel een plusje, omdat zij het uiterste uit hun leerlingen weten te halen. Desondanks is het eindoordeel over deze scholen vaak niet positief.

Dat effect doet zich bijna overal voor, maar het sterkst in de gemengd/theoretische leerweg van het vmbo. Van alle vmbo-gt-afdelingen met bovengemiddeld veel opstromende leerlingen geeft de inspectie 19 procent het eindoordeel ’onvoldoende’ voor hun resultaten. Dat is drie keer zo veel als afdelingen met weinig opstromende leerlingen. Het lijkt of scholen ’gestraft’ worden als ze veel leerlingen een kans geven op een hoog niveau.

Dat negatieve eindoordeel is verklaarbaar. Wie veel leerlingen laat opstromen, loopt een groter risico dat leerlingen die misschien toch net iets boven hun macht grijpen, een keer blijven zitten of met matige cijfers hun examen halen. En die gegevens wegen zwaar voor de inspectie.

Eén keer zittenblijven is geen probleem, zegt de inspectie zelf, maar als het op meerdere fronten mis gaat – én in onderbouw, én in bovenbouw, én bij het examen – dan wordt de ambitie van ’kansen bieden’ niet waargemaakt. Hoe dan ook, er zijn scholen die opstromen daarom ontmoedigen. Maar er zijn ook scholen die zeggen: het risico van een keertje zittenblijven nemen we voor lief, want zo helpen we onze leerlingen aan het hoogst haalbare diploma. Van Bijsterveldt nodigt zulke scholen vandaag uit „fier rechtop te staan om hun eigen verhaal te vertellen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden