Blinde vlek wordt 'hotspot'

Defensie stoot marineterrein af, dat nu eindelijk bij Amsterdam moet gaan horen

Ooit vertrok Michiel de Ruyter vanaf deze plek voor zijn zeeslagen en ook de eeuwen daarna bleef het marineterrein. Al die tijd lag het achter dikke muren. Maar nu verlaat het ministerie van defensie voormalig 's Lands Dok, meteen tegen de Amsterdamse binnenstad aan. Wat eeuwenlang een blinde vlek was, ontoegankelijk voor burgers, moet straks echt bij de stad gaan horen.

Belangrijk voor Amsterdam, zegt wethouder Maarten van Poelgeest. "Rond dit gebied is de afgelopen jaren veel gebouwd, de openbare bibliotheek en het Muziektheater bijvoorbeeld. Daardoor ligt het marineterrein nu nog meer in de weg dan het al deed."

De aanleiding voor het vertrek van de marine is simpel: het ministerie van defensie wil af van het terrein omdat het moet bezuinigen. Volgend jaar begint het met de ontruiming, halverwege 2018 is die afgerond. Er ligt nu een 'strategienota' klaar over wat er daarna moet gebeuren. Gisteren werd die besproken in de gemeenteraad, over een week ondertekenen gemeente en Rijk er een overeenkomst over.

Het marineterrein is een 'geschenk', heet het in die nota. Maar veel zekerheid over de inhoud van dat geschenk is er niet. De vastgoedmarkt lijdt zwaar onder de crisis en aan kantoren en winkels is voorlopig weinig behoefte in dit deel van de stad.

Het concreetste onderdeel van de plannen is dan ook een park: het zuidwestelijk deel van het terrein, waar weinig bebouwing staat, blijft open. Met wat café's en restaurants eromheen kan dit volgens de plannenmakers een 'hotspot' in de stad worden. Middenin dat park blijft het bestaande haventje liggen. In het water van het Oosterdok, er vlak naast, kan misschien zelfs gezwommen worden.

Voor de rest van het gebied wordt de komende tijd vooral gezocht naar tijdelijke bestemmingen. De gebouwen die daar nu staan, zijn deels geschikt als kantoor of als klein hotel. In sommige panden kan onderwijs gegeven worden, in andere kunnen appartementen komen. Een klein deel blijft een militaire enclave: onder meer de marechaussee houdt er een onderkomen.

Architectonisch zijn veel gebouwen op het terrein 'minder geslaagd', vinden Rijk en gemeente. Ze hopen dat kunstenaars de gevels wat kunnen opkalefateren, maar uiteindelijk zal driekwart tegen de vlakte gaan en plaats maken voor nieuwbouw, bijvoorbeeld woningen. Dat gebeurt naar verwachting pas over een jaar of vijftien. Eerder is er waarschijnlijk niemand te vinden die erin wil investeren.

Rijk en gemeente steken nu alleen geld in zaken die nodig zijn om de ontwikkeling van het gebied op gang te brengen, zoals de aanleg van een brug voor fietsers en voetgangers van en naar het Centraal Station en het herstel van kademuren. De kosten, 11 miljoen euro, verdelen ze.

Rijk blijft eigenaar
Amsterdam en het Rijk hoefden er niet eens serieus over te onderhandelen: de gemeente heeft geen geld om het aan te kopen en daarom blijft het marineterrein voorlopig eigendom van het Rijk - want ook andere kopers staan niet in de rij. Om te zorgen dat er toch iets gebeurt, draagt het Rijk de zeggenschap over het terrein over aan een stuurgroep van gemeente en Rijk samen. Dat is de kern van de overeenkomst die beide partijen volgende week ondertekenen.

De verwachting is dat de verkoop van grond pas tien jaar na het vertrek van Defensie op gang komt, niet eerder dus dan vanaf 2028. De gemeente heeft het recht van eerste koop, maar mocht zich tussentijds een koper aandienen, dan is het Rijk vrij daarop in te gaan.

Voor Defensie staat er veel op het spel. Het ministerie stoot meer locaties af, maar geen daarvan ligt zo gunstig als het marineterrein in Amsterdam. En zelfs daar blijkt het niet eenvoudig er financieel goed uit te springen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden