Review

Blik op de wereld van een zwartkijker

Schopenhauer staat bekend als de filosoof van het pessimisme. De Duitse ethicus Dieter Birnbacher ontleedt haarfijn het zwartkijkerschap van de filosoof en legt uit wat daarachter zat.

Het schijnt dat er vroeger in het Spanderswoud bij Hilversum een ’ouwe wijvenmolen’ heeft gestaan (naar een liedje van Jaap Molenaar), waar oude besjes zich konden laten ’overmalen’: je ging erin als oud wijf en kwam eruit als een jonge deerne. Toch was er weinig vraag want de molenaar liet de oudjes eerst een contractje tekenen dat ze na hun wedergeboorte hun vroegere leven weer helemaal moesten overdoen, met alle misstappen, domheden en ellende die ze eerder hadden begaan of meegemaakt. Daarom was het helemaal niet druk, daar in het Spanderswoud.

Arthur Schopenhauer (1788-1860), de filosoof van het pessimisme, wist niets van die ’ouwe wijvenmolen’ in het Spanderswoud, maar hij wist wel waarom mensen hun leven niet zouden willen overdoen. Omdat het leven zinloos is. Omdat, in tegenstelling tot wat theologen beweren, dit de slechtste van alle mogelijke werelden is. Omdat het leven in alles tekortschiet en zich slechts ternauwernood kan handhaven, zodat de wet van de jungle heerst en „ieder verscheurend dier het levende graf van duizend andere is”. En omdat „het leven een transactie [is] die niet kostendekkend is”: de lusten wegen niet op tegen de lasten en iedereen die bij zijn volle verstand is en de balans van zijn leven opmaakt, zou het vrijwillig niet nog eens over willen doen.

Het nieuwste boek van de Duitse Schopenhauer-kenner Dieter Birnbacher is een werkelijk voortreffelijke analyse van diens filosofie. Deze studie is geen biografie maar een beknopte, doch uitmuntende, ontleding en bepaling van Schopenhauers denken.

Een voorbeeld: iedereen weet dat Schopenhauer een notoire zwartkijker was, maar Birnbacher ontleedt dat pessimisme in vier verschillende vormen, hierboven al even kort geduid. En hij gaat verder, stelt de vraag wat er achter dat pessimisme zat, en komt dan met twee achtergronden die dat pessimisme nader bepaalden. Psychologisch was dat Schopenhauers grote gevoeligheid en kwetsbaarheid. Een bezoek aan het tuchthuis van Toulon, toen hij nog maar zeventien jaar was, is hem zijn hele leven bijgebleven. En vanuit het oogpunt van Schopenhauers waardenleer vloeide zijn pessimisme voort uit zijn eenzijdige benadrukking van geluk als het enige dat het leven de moeite waard zou maken, en waarvan er zo weinig voorhanden was.

Nog verder gaat Birnbachers analyse, want hij zet uiteen waarom er zo weinig geluk voorhanden is, of liever: waarom de balans van geluk en lijden naar het laatste doorslaat. Dat komt doordat de mens een besef van tijd heeft zodat hij zich eerdere beproevingen herinnert en toekomstig lijden vreest. Het komt ook door de structuur van de menselijke behoeftigheid die ervoor zorgt dat de mens nooit tevreden is met wat hij heeft en dat geen enkel genot duurzaam is. Een derde reden is dat de werkelijkheid volgens Schopenhauer in zichzelf verdeeld is, daarom ook niet harmonieus maar het toneel van onderlinge strijd.

Leven is lijden en de enige troost die wij in ons lijden kunnen vinden is de wetenschap dat anderen er nog erger aan toe zijn.

Leuker kunnen we het niet maken, gemakkelijker wel: met de heldere analyse van Birnbacher. Hij maakt ook duidelijk hoe je de wil bij Schopenhauer moet begrijpen. Die wil is het wezen van de werkelijkheid en Birnbacher legt uit dat die wil zich in de levende natuur openbaart als de doelgerichtheid van organismen, en zich in de levenloze natuur manifesteert als de dynamiek van processen. Dan moet je daarbij wel bedenken, schrijft Birnacher, dat die wil bij Schopenhauer eerder literaire expressie is dan een filosofisch beargumenteerd begrip.

Als je wilt weten hoe Schopenhauers verhouding tot zijn vader, zijn moeder, of zijn collega-filosofen was (alle drie gestoord), wilt weten, kortom, hoe hij als mens was, dan pak je de veelgeprezen biografie die Rüdiger Safranski twintig jaar geleden over hem schreef. Als je wilt genieten van wat Schopenhauer als literator te bieden heeft dan is er zijn hoofdwerk dat in het Nederlands werd vertaald als ’De wereld als wil en voorstelling’. Ondanks het pessimisme geen bittere pil, en prachtig geschreven. En als je Schopenhauer als filosoof wilt begrijpen, dan is Birnbacher de beste keus. Weet je ook waarom je geen molenaar in het Spanderswoud moet willen zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden