Review

Blijven zoeken

In de tuin van Josha Zwaan levert een Vlaamse gaai gevechten met zijn spiegelbeeld. Hij vermengt zich geleidelijk met de eigenzinnige karakters uit de laatste roman van de Zweedse schrijver Torgny Lindgren, over een van zijn geloof gevallen prediker.

Josha Zwaan

Een Vlaamse gaai bezoekt dagelijks mijn tuin. Hij heeft de spiegel ontdekt die het kronkelende pad tussen wingerd en rozen tot laantje zonder eind maakt. Uren per dag brengt hij voor de spiegel door, op zoek naar de onbekende indringer. Hij springt op en neer, zijn vleugels klapperen tegen het glas, zijn kromme poten krassen langs het gladde oppervlak, de spiegel wankelt en trilt.

Ik had verwacht dat hij het na een paar dagen, een week misschien, zou opgeven. Zijn energie zou opraken, zijn instinctieve drang om een indringer te bestrijden uitdoven, hij zou leren van de confrontatie met het harde glas, van het steeds verdwijnen van zijn tegenspeler.

Niets is minder waar. Iedere morgen keert de gaai terug. Hij zet zijn wit met zwarte veren op, de vleugels met het glanzend blauwgroene randje worden nog eens extra opgeschud, dan begint hij. Opgewonden duikt het beest tegen de spiegel, wipt heen en weer voor het glas, kijkt achter de lijst, rust uit op de bovenkant en begint opnieuw.

Ik zit te lezen in mijn favoriete stoel, een versleten leren fauteuil. Zo nu en dan kijk ik naar buiten. De koppige strijd van de gaai mengt zich met de roman ’Norrlandse aquavit’ van Torgny Lindgren. Deze Zweedse schrijver (ontvanger van de Prix Femina en de Augustprijs en bekend geworden door ’De weg van de slang’ en ’Hommelhoning’) beschrijft in zijn boeken op laconieke en ironische toon het leven in Noord Zweden. Met weinig woorden schetst hij zijn vaak zwijgzame personages. Er is ruimte in de verhalen, tussen de woorden en gedachten van zijn karakters vallen gaten en stiltes waarin je als lezer kunt plaatsnemen. De vechtende, zoekende gaai roert zich in die stilte en verbindt zich met de eigenwijze karakters van Lindgren.

Olof Helmersson, een van de laatste predikers uit de opwekkingsbeweging, keert na jaren afwezigheid terug naar Vüsterbotten. Ooit bekeerde hij daar veertienhonderd zielen, nog altijd wordt er over hem gesproken. Hij was groot, knap en sterk, speelde schitterend accordeon en was een prediker met macht over het woord. Nu heeft hij opnieuw een boodschap, de tegenovergestelde: God bestaat niet, er is geen hiernamaals, hij had het niet bij het rechte eind.

Vol wroeging en drang zijn inzicht te verkondigen reist hij de streek rond maar vindt lege dorpen en volle graven. Het handjevol bekeerlingen dat nog leeft is niet gevoelig voor zijn boodschap. Hun geloof is niet meer afhankelijk van boodschapper of Bijbel. ’Norrlandse aquavit’ lijkt een droevig verhaal te worden over een gefrustreerde prediker die beseft dat zijn boodschap de mensen misleid heeft en vervolgens niet de kans krijgt zijn omissie goed te maken. Maar zo ontwikkelt deze geschiedenis zich niet. Lindgren voert ons mee langs mensen die stuk voor stuk hun eigen filosofie over leven, God en dood hebben ontwikkeld. Gideon, blind geworden toen hij in geloofsvervoering tegen een boom aanliep, Gerda, al jaren stervend, Torvald, de kunstzinnige timmerman en Eskil, bij zijn bekering genezen van een maagzweer.

Allemaal horen ze Olofs boetedoening welwillend aan, geven hem volmondig gelijk maar raken niet van de wijs. Torvald beaamt dat er geen hiernamaals bestaat en geen genade en toont Olof vervolgens de weg naar een metershoog houtsnijwerk waarmee hij God heeft verbeeld. „Zelf geloof ik niet”, zegt Eskil, „maar ik heb nergens twijfels over.” Als Olof zich vertwijfeld afvraagt hoe hij Gerda kan vertellen dat zij straks niet door de hemelpoort zal gaan, hoort zij in zijn zwijgen haar eigen antwoorden.

De schuld waaronder Olof aan het begin van zijn tocht gebukt ging, zien we veranderen in respect en bewondering voor de autonomie van zijn bekeerlingen. Ze zijn hun eigen weg gegaan, hebben hem gemist toen hij verdween, maar bleken ook zonder hem te kunnen leven. Met weemoed denken ze terug aan de tijd van de opwekkingsbeweging: de diensten, de euforie, de muziek. Televisie en internet hebben het gat gevuld dat mettertijd ontstond. Olof voerde het tandenpoetsen in, daarvoor zijn ze hem nog het dankbaarst.

Lindgren noemt dit tweeslachtige denken een vorm van scheelheid in de ziel. De inwoners van Vüsterbotten waardeerden de prediker vooral om de saamhorigheid en de leefregels die hij bracht. Hem volgen gaf duidelijkheid, het leverde gezonde gebitten op en muziek. Maar zonder Olof bleken ze ook saamhorig te kunnen zijn, bekeerlingen werden soms afvallig, leefden in zonde en bleven desondanks geloven.

Dit verhaal van hoop, acceptatie en weten dat we niets weten, doet denken aan Becketts ’Wachten op Godot’. Zijn zwervers wachten op iemand die Godot heet, ze praten, spelen en vechten om de tijd te doden, zijn beurtelings moedeloos en hoopvol, net als de inwoners van Vüsterbotten. Net als ieder mens kennen zij de wanhoop over de schijnbare zinloosheid van het bestaan, de sleur van de herhaling, het wisselende en ongrijpbare tempo van de tijd. Wachten en geloven geeft hoop. Dan doet het er niet meer toe of Godot wel zal komen, of God wel bestaat, of er wel een tweede Vlaamse gaai is.

Ik begin mijn gaai steeds beter te begrijpen. Hij lijkt zijn spiegelbeeld te willen verjagen maar hoopt toch elke dag opnieuw dat die andere vogel er weer is.

Ik herken de scheelheid in de ziel. De aangeleerde overtuiging dat mijn geloof consequenties heeft voor hoe ik moet leven wankelt maar houdt mij nog in zijn greep. Ik ben gevoelig voor smalende uitspraken over ietsisme en new-agespiritualiteit, voel me haast verplicht te kiezen tot welke traditie, tot welke oude of nieuwe stroming ik behoor. Soms wil ik inderdaad een stempel, zoek ik de veiligheid van gelijkgestemden, van weten waar ik bijhoor. Maar regels en grenzen zijn naast geruststellend ook beklemmend. Liever bedenk ik zoals Gerda mijn eigen antwoorden. Ik sluit me aan bij Eskil die tegen Olof zegt: „Als jij er niet geweest was, hadden we heus wel een manier gevonden om onszelf te bekeren.” Met andere woorden: dat had ook een andere stroming of godsdienst kunnen zijn.

Joden vragen elkaar niet of ze gelovig zijn, maar of ze praktiserend zijn of niet. Eigenlijk is dat een betere vraag. God is immers niet te vatten, te begrijpen. Vergelijk het met de liefde. Je gelooft niet dat je van iemand houdt, je herkent het.

Ik voel me aangesproken door Karen Armstrong die zegt dat we God maar beter buiten ons denken en debat over samenleving en politiek kunnen houden. God is veel meer dan we kunnen bevatten, wij kunnen slechts benoemen wat God níet is. Ook ik heb de behoefte om te willen weten en begrijpen, maar de taal biedt beperkte mogelijkheden, mijn verbeeldingskracht schiet tekort. God is anders dan ik en ik weet niet wat dat anders is. Een helder inzicht wordt altijd weer troebel wanneer ik, als de gaai in mijn tuin, probeer achter de spiegel te kijken.

Dit najaar woedde er een kleine storm in kerkelijk Nederland. De Nijmeegse hoogleraar Ellen van Wolde meent dat we Genesis niet moeten vertalen met: God schiep hemel en aarde, maar met: God scheidde het licht en het donker, het water en het land. De presentatie van deze ontdekking suggereerde dat gelovig Nederland geschokt zou zijn. God niet meer als Schepper mogen benoemen, dat zou hard aankomen!

Inmiddels zijn we een paar maanden verder. Scheiden is minstens zo bijzonder als scheppen, is het meest in het oog springende commentaar. Predikanten en pastores hebben gemeenteleden gepolst: hun geloof blijkt niet te wankelen. Orthodoxe kringen houden simpelweg vast aan de oude tekst en ook het Nederlands Bijbelgenootschap bestrijdt de vertaling van Van Wolde. En zo is iedereen een Gerda, heeft eigen antwoorden en leest wat hij wil dat er staat.

De in jaren van afzondering gegroeide inzichten van Olof lijken in het begin van het boek tamelijk fatalistisch. Er is geen God, er is geen redding, geen hiernamaals, geen vergeving. In zijn contact met de mensen die nog wonen in de leeggelopen landstreek blijkt dat zijn liefde voor mensen nog even groot is en dat hij nog steeds een goed luisteraar is en een bevlogen prediker. Hij lijkt zonder idealen maar dat is schijn; zijn totalitaire visie uit het verleden blijkt niet opgelost in nihilisme. Hij is een kind van zijn tijd, zijn jonge jaren waren de decennia van totalitair denken, van de deceptie die het utopisch denken met zich meebracht.

Na zijn terugtrekking als prediker maakt Olof een popperiaanse ontwikkeling door. Hij geeft al zijn idealen op maar blijft toch idealist. In de jaren vijftig had hij een overtuiging en een boodschap. Nu hij bejaard is, denkt hij zeker te weten dat hij het mis had, maar in de gesprekken met zijn oude volgelingen blijken er vele nuances te zijn. Alles moet opnieuw overdacht worden en niets is zeker. De mens vergist zich voortdurend. De gevolgen van zijn vroegere bekeringsdrang zijn anders dan hij gedacht had en ook in het heden is zijn invloed steeds een andere dan hij bedoelt. Hem rest niets anders dan te luisteren en zichzelf en de anderen te bevragen.

De bewoners van Vüsterbotten weten dat ze niets weten. De gelovigen die zich niet erg opwinden over scheiden of scheppen, lijken een soortgelijk bewustzijn te hebben. Ze geloven toch wel, wat hoogleraar of paus ook zeggen. Als we afzien van redeneringen en exegese komt er ruimte voor beleving. Ik merk het zelf iedere keer weer: hoe minder ik rationaliseer, hoe sterker mijn besef van God.

In Lindgrens boek hebben de mensen dat bijna instinctieve godsbesef, maar ze hebben ook behoefte aan duidelijkheid en regels. En aan vrijheid om de regels te veranderen. Aan het eind van de vertelling besluit het laatste gemeentelid afvallig te worden en in zonde te gaan leven. Olof geeft haar groot gelijk. „Je mag toch ook in God geloven als je een afvallige bent? Ook als je je uit alle macht overgeeft aan de zonde?”, vraagt ze. „Uiteraard”, antwoordt Olof. „Bijna alle afvalligen zijn gelovig.” Een troostrijk einde.

We moeten blijven wachten ook al weten we niet op wie en of hij komt. Mijn gaai blijft zoeken achter de spiegel. Ik kijk iedere dag uit naar zijn komst.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden