Blijft de Tea Party de Republikeinen verdelen?

Kandidaten van de Tea Party hebben het de laatste tijd bij voorverkiezingen niet gered. Maar de rechtse club blijft invloedrijk, meent analist Michael Lind.

tekst bas den hond

Een van zijn voorvaderen was 'de eerste Schotse kaper in Virginia'. Michael Lind is, wil hij maar zeggen, veertiende generatie Zuiderling. Vanuit de denktank die hij in Washington hielp oprichten beziet hij de Tea Party met misprijzen. Maar begrijpen doet hij het verschijnsel wel. De club, politieke uitlaatklep voor ontevreden, zuidelijke blanken, zal de Congresverkiezingen in november zeker beïnvloeden. De beweging die nu al vijf jaar de Amerikaanse politiek - vooral de Republikeinse partij - op stelten zet, is niet echt nieuw, en niet op haar retour, betoogt hij.

Wel nieuw, zegt Lind, is dat deze blanken nu ook mee willen praten over de economie. "Het idee dat de Tea Party een beweging is die ontstond na de schuldencrisis, omdat veel mensen het er niet mee eens waren dat er overheidsgeld ging naar het redden van de banken, daar klopt volgens mij niets van. Het is gewoon de zoveelste verschijningsvorm van 'blank rechts' in de VS. Heel vroeger waren zij zelfs Democraten. Daarna werden ze Reagan-Republikeinen. Nu vallen ze onder het etiket Tea Party.

Kijk maar naar hun standpunten: eerst bestond de Tea Party uit 'libertairen', die zich vooral zorgen maakten over een veel te grote overheid, en waren het niet zozeer sociaal-conservatieven. Maar als je nu naar ze kijkt: het anti-immigratie, eigen-volk-eerst-sentiment, en het belang dat ze aan religie hechten... Niemand heeft mij kunnen aantonen dat dit niet gewoon de rechterflank van de Republikeinse partij is, onder een nieuwe naam."

En toch werden veel Republikeinse Congresleden volkomen verrast door een golf van woede die ze in de zomer van 2009 over zich heen kregen. Hoe konden de gevestigde machten in de Republikeinse partij zo compleet verrast worden door die Tea Party-revolte?

"Er was net een financiële crash geweest. En in zo'n geval verwacht de intelligentsia een wereldwijde ruk naar links. De woede van de Tea Party tegen het redden van de banken paste keurig in dat verhaal. Maar wat er in feite telkens gebeurt, is dat de ruk rechtsaf gaat. Deze grote recessie is de derde in de moderne geschiedenis en steeds is dat wereldwijd gebeurd.

Dat is niet wat de hoogopgeleide elites verwachtten. Die leven in een fantasiewereld waarin grenzen minder belangrijk worden, iedereen kosmopoliet wil zijn, heen en weer vliegt tussen Davos, Aspen en Doebai. Als je de New York Times leest, de Financial Times en de Washington Post - en zulke kranten heb je in Europa vast ook wel - dan ben je voortdurend geschokt dat de kiezers de verkeerde dingen blijven doen, en dat je nog steeds van die conservatieve, nationalistische en anti-immigratiepopulisten hebt."

Wat is dan de denkfout van die elite?

"Hun klasse - onze klasse, ik hoor er ook bij - heeft de natiestaat niet zo verschrikkelijk nodig. Je kunt je geld in wereldwijde aandelenfondsen stoppen, je kunt je kleren gaan kopen in Bond Street in Londen, je schoenen in Hongkong. Het kan jou niet schelen of de portier van je hotel uit jouw land komt of niet. Maar de overgrote meerderheid van de mensheid heeft de overheid nodig als bondgenoot tegen armoede, tegen de wisselvalligheden van de economie. En daarvoor kijk je naar de natiestaat, niet naar de EU of de VN. Of bij ons: naar de staat Kentucky of Texas, als je de nationale regering in Washington niet vertrouwt."

Dat kun je wel zeggen, de Tea Party gaat voortdurend tekeer tegen de federale overheid.

"Maar wel op een heel strategische en rationele manier, in het belang van de eigen groep. In de praktijk is niemand tegen het nationale pensioenfonds en het collectieve zorgstelsel voor ouderen. Wel tegen speciale onderwijsvoorzienin- gen voor niet-blanken - want die bezorgen blanke arbeiders meer concurrentie.

En tegen grootschalige immigratie, want die blanke arbeiders gaan niet zo vaak uit eten, en ze wassen hun kleren zelf, dus als het aanbod van goedkope arbeid kleiner wordt, dan hebben ze daar geen last van.

Een duidelijk voorbeeld van dat selectieve conservatisme is de discussie over de Export-Import Bank, een instituut dat, net als overal gebeurt, grote exportdeals verzekert. Die bank bestaat al heel lang, maar opeens vinden de Republikeinen in het Congres, onder druk van de Tea Party, dat het maar afgelopen moet zijn. De bank zou zich schuldig maken aan 'bedrijvenbijstand'. Ik denk dat ze een fout maken als ze die bank opheffen, maar een blanke die in een voorstad in Texas woont en bij Walmart werkt, kan het natuurlijk helemaal niks schelen als Boeing een contract in Afrika waar het op aasde, naar de Chinezen ziet gaan"

Maar rijke investeerders kan het wel schelen, en dat soort mensen steunde tot voor kort de Tea Party maar al te graag.

"Ik zie in de conservatieve coalitie grote scheuren ontstaan, langs klassebreuklijnen. Van de jaren zestig tot een paar jaar geleden had je bij rechts een combinatie van economisch libertarisme en de culture wars, wat neerkwam op nauwelijks verhuld racisme en vijandigheid tegen homo's, feministen en noem maar op. Toen de economie nog goed draaide, sloeg de blanke arbeidersklasse aan op die sociale agenda, en liet ze lobbygroepen voor het bedrijfsleven verder hun gang gaan.

Dat zie ik nu, een paar jaar na de grote recessie, veranderen. De lobbyisten van de Chamber of Commerce steunen nu juist kandidaten die tegen de Tea Party zijn. En steeds meer conservatieven schelden op de Chamber of Commerce. Dat kan van historisch belang zijn. Want in plaats van een populistische vleugel die alleen maar geobsedeerd is door sociale vraagstukken, en een libertaire vleugel die aardig is voor het grote bedrijfsleven, heb je dan twee concurrerende economische doctrines bij Amerikaans rechts."

En dan is het mogelijk dat er zoiets gebeurt als na het aannemen van de burgerrechtwetten onder president Johnson: dat grote groepen mensen van partij wisselen en Democratisch en Republikeins voor iets anders gaan staan?

"Ja, ik voorspel dat over een generatie of twee het sociaal-conservatisme in de VS net zo marginaal is als in Groot-Brittannië of Nederland, in ieder geval het heel christelijke aspect ervan. En als dat uitsterft, dan kun je een herverdeling krijgen in de aanhang van Democraten en Republikeinen. Want een heleboel gematigde Democraten, Clinton-stijl, zijn alleen maar Democraat omdat ze als de dood zijn voor die religieus-rechtse Republikeinen. Economisch gesproken zijn ze vrij conservatief. Dus die sluiten zich dan aan bij hun Republikeinse vrienden die ook van de vrije markt en de grote bedrijven zijn."

En in die partij ontmoeten ze dan de Tea Party-Republikeinen, blanke arbeiders uit het Zuiden. U hebt dat gebied wel een staat in de staat genoemd.

"Ik zeg dat als iemand die zelf uit het Zuiden komt. Toen ik klein was, werd daar nog steeds de verjaardag gevierd van Robert E. Lee, de zuidelijke commandant die tegen stemrecht voor zwarten was. De federale overheid was tiranniek - die verhalen. Ik heb meegemaakt hoe dat allemaal werd weggevaagd tijdens de burgerrechtenrevolutie, maar de VS zijn nog steeds geen homogeen land.

Er zijn altijd zakenelites geweest in Atlanta, in Dallas-Fort Worth, die nooit wilden dat New York alle macht zou hebben. Ze zorgden goed voor zichzelf: de landelijke overheid betaalde voor de dingen die ze nodig hadden, wegen, sociale voorzieningen. Tegelijkertijd gebruikten ze regelgeving om hun eigen belangen te beschermen."

De VS waren een versnipperd land, zegt Lind. "Waarom heb je in de VS duizenden banken en in Canada maar een stuk of vier? Omdat er tot twintig jaar geleden wetten waren tegen het openen van een filiaal in een andere staat dan waar de bank zelf gevestigd was, en zelfs in een andere stad. Zodat je als je van Austin, Texas, naar Corpus Christi, Texas wilde, traveller's cheques mee moest nemen, alsof je naar het buitenland ging. Het was net de derde wereld. Lokale olicharchen bezaten de katoenplantages waar iedereen werkte, en de bank waar iedereen zijn spaargeld moest stallen. De bankdirecteur was de voorzitter van de plaatselijke Democraten en deelde het smeergeld uit. Dat systeem werkte na de Burgeroorlog prima om te zorgen dat het Zuiden een staat in de staat kon blijven, die niet helemaal onder controle stond van de centrale overheid."

En hoe is dat nu?

"Het protectionisme van lokale bedrijven en banken is weggevaagd. Gebleven zijn de lage lonen in het Zuiden. Gebleven is ook het lage niveau van sociale uitkeringen. Dat wordt gebruikt om investeringen aan te trekken van de Yankees uit het Noorden. Er is nu een complete 'auto-gordel' aan het ontstaan, dankzij zuidelijke gouverneurs en politici en hun bondgenoten, die fabrikanten lokken met lage lonen en belastingen."

Wanneer gaan de blanke arbeiders van het Zuiden inzien hoezeer dat hun belangen schaadt en lopen ze over naar de Democraten?

"De Democraten maken het hun niet gemakkelijk. Als je ze op tv hoort praten over hun achterban, dan bestaat die uit vrouwen en minderheden, en mensen met een universitaire opleiding. Daarmee zeg je tegen blanke arbeiders: stem niet op mij, wij zijn de partij van de zwarten en de latino's, van de feministen en de academici. In Europa zag je precies hetzelfde met wat er nog over is van de sociaal-democratische partijen."

De Democraten kunnen profiteren van een misser van de Republikeinen. Die schoven in 2012 de mormoonse zendeling en zakenman Mitt Romney naar voren om het op te nemen tegen presidentskandidaat Obama. Dat was, zegt Lind, 'electorale zelfmoord'. En zoiets kan weer gebeuren.

"Want in essentie is de Republikeinse partij nu een populistische partij van de blanke arbeidersklasse. De economische belangen daarvan zijn niet die van de 1-procenters, de 1 procent allerrijksten. Als je dan Romney kandideert... De opkomst van blanken was bij de verkiezingen van 2012 ongebruikelijk laag. Ik denk dat ze gewoon geen zin hadden om te stemmen op iemand die al vanaf zijn geboorte rijk was."

Wie is Michael Lind?

Michael Lind (1962) is directeur van het Programma voor Economische Groei van de New America Foundation in Washington.

Hij was in 1999 een van de oprichters van deze onafhankelijke denktank, die zich concentreert op vraagstukken rond de modernisering van de Amerikaanse politiek, economie en landsverdediging.

Het oprichtingsmanifest van New America (verschenen in 2001) was het boek 'The Radical Center', dat Lind samen met Ted Halstead schreef.

Lind studeerde aan de universiteiten van Texas en Yale en maakte daarna carrière als journalist bij tijdschriften als The New Yorker, Harper's, The New Republic en The National Interest. Hij schrijft boeken, is columnist van het webtijdschrift Salon en levert regelmatig opiniebijdragen aan andere media.

Zijn recentste boek, 'Land of Promise: an Economic History of the United States', verscheen in 2012.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden