Opinie

Blijf weg uit de Nieuwe Kerk als je de eed niet wilt afleggen

Koningin Beatrix, prinses Maxima en prins Willem-Alexander Beeld getty
Koningin Beatrix, prinses Maxima en prins Willem-AlexanderBeeld getty

Het enige waar tijdens de inhuldiging voor wordt 'geknield', is de Grondwet. Het is onbegrijpelijk dat Kamerleden daar zo'n drukte over maken.

In Nederland wordt de koning niet gekroond. Daarvoor zou een kerkelijk functionaris nodig zijn en omdat wij kerk en staat gescheiden houden en dus geen staatskerk hebben, kan daarvan in Nederland geen sprake zijn. Ooit hadden wij wel een 'bevoorrechte kerk', de toenmalige Nederduits Gereformeerde Kerk (later de Nederlands Hervormde kerk). Die was eigener beweging al geneigd gepaste afstand tot de overheid te houden.

'Blijde incomste'
Er moest dus in 1814, toen het 'Soevereine Vorstendom' was ontstaan -in 1815 overgegaan in het Koninkrijk - naar een andere formule worden gezocht ter officiële bevestiging van het feit dat vorstelijke waardigheid en later koningschap waren aanvaard. Dat werd de zogenoemde 'inhuldiging'. Het koningschap begint overigens niet bij deze inhuldiging. Willem-Alexander is van rechtswege koning zodra zijn moeder de akte van abdicatie heeft getekend. Het beslissende moment op 30 april is dus de handeling waarbij koningin Beatrix 'afstand doet van de regering'. Wat daarna gebeurt, is plechtig ritueel, maar juridisch niet beslissend.

In Nederland is gekozen voor een geheel eigen formule voor deze inhuldiging, die een beetje moet doen denken aan de 'blijde incomste' uit de Middeleeuwen, waarbij steden of gewesten en de vorst wederzijds loyaliteit beloofden. Deze wederzijds gedane belofte nam vanaf 1814 de vorm aan van (opnieuw) een wederzijds uitgesproken eed van trouw aan elkaar: de grondwettelijke vorst aan zijn volk ten overstaan van de volksvertegenwoordiging; vervolgens het volk aan zijn grondwettelijke koning door toedoen van zijn vertegenwoordigers. Aan die wederzijds gedane belofte zat noch zit iets persoonlijks: geen trouw aan de persoon van Willem-Alexander maar aan het constitutionele koningschap, in de nieuwe koning belichaamd.

Koning en volksvertegenwoordigers maken elkaar duidelijk dat zij Grondwet en grondwettelijk koningschap in ere zullen houden, ook nu de nieuwe vorst het ambt heeft aanvaard. Zo'n eed of belofte heeft geen zelfstandige juridische consequenties; het gaat om een formule van wederzijdse trouw in handhaven van de constitutie. Het betreft een formule van ambtsaanvaarding die sinds 1814 vrijwel ongewijzigd is gebleven en waarbij een koningschap 'onder waarborging eener wijze constitutie', zoals het destijds heette, steeds centraal heeft gestaan.

Knielen voor de Grondwet
Het verbaast dus nogal dat veertien leden van de Staten-Generaal deze eed weigeren af te leggen, terwijl zij wel aanwezig wensen te zijn in de Nieuwe Kerk en dus deel willen uitmaken van de Verenigde Vergadering van Eerste en Tweede Kamer, ten overstaan waarvan de koning en de volksvertegenwoordigers elkaar trouw beloven aan de Grondwet. Het verbaast helemaal dat de weigeraars onder de Eerste Kamerleden nog groter in aantal zijn, hoewel de Eerste Kamer er altijd prat op gaat haar staatsrecht zo goed te kennen, beter dan de Tweede Kamer.

Voorstelbaar zou zijn dat Kamerleden zulke principiële bezwaren hebben tegen het koningschap dat zij daaraan geen trouw kunnen beloven. Traditioneel blijven zulke parlementariërs op de dag van inhuldiging buiten de Nieuwe Kerk. Dat is ook wel zo elegant. Wat niet goed voorstelbaar is: dat Kamerleden het constitutionele koningschap principieel of materieel wel aanvaarden en als blijk daarvan deel wensen te nemen aan de Verenigde Vergadering. Vervolgens weigeren zij om de koning en zichzelf in de gelegenheid te stellen dit plechtig te bevestigen; niet meer en niet minder. Alsof er iemand op de knieën zou moeten voor de nieuwe koning. Het enige waarvoor in de Nieuwe Kerk wordt geknield - ook nog alleen in overdrachtelijke zin - is voor de Grondwet.

Waarom deze drukte er nu over wordt gemaakt, is eigenlijk onbegrijpelijk. Zoals oud-minister Frits Korthals Altes dezer dagen in de Volkskrant liet zien: amper drie jaar geleden is deze formule van inhuldiging voor de zoveelste keer nog eens parlementair bevestigd in het kader van de vernieuwing van de relaties met de Cariben in het Koninkrijk. Met de instemming van al diegenen, die nu ineens principiële bezwaren hebben tegen de eed tijdens de inhuldiging. Is dat nu interessantdoenerij of de stiekeme wrok van wie graag voor republikein zou doorgaan, zolang maar niemand het merkt?

Onjuist is het in elk geval; in het ergste geval is het ook hypocriet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden