Blijf van beroepsgeheim van de hulpverlener af

In de geestelijke gezondheidszorg is vertrouwen een precaire zaak. Patiënten zijn niet zelden juist in dat opzicht geschaad.

Komt een schizofreen bij de dokter. Of misschien moeten we voortaan eerder zeggen, komt een schizofreen niet langer bij de dokter. Want dat zou wel eens het gevolg kunnen zijn van wat minister Opstelten van binnenlandse zaken zondag opperde in het tv-programma Buitenhof.

Hij hoopt dat mensen die werkzaam zijn in de geestelijke gezondheidszorg relevante kennis over patiënten in de toekomst melden aan de politie, ook als ze daarmee hun beroepsgeheim schenden. Daarmee zou de GGZ een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het voorkomen van vreselijke misdrijven als die gepleegd door de aan paranoïde schizofrenie lijdende Tristan van der V. (de dader van de schietpartij in Alphen aan den Rijn) en andere 'lone wolves'.

Het streven naar publieke veiligheid en het voorkomen van dit soort ernstige incidenten mogen dan nastrevenswaard zijn, maar de GGZ-sector op deze manier daarbij te betrekken is niet alleen onnodig, het zal ook buitengewoon schadelijk zijn.

Ook zonder wijzigingen in het huidige beleid hebben psychiaters al een reeks mogelijkheden om de maatschappij te beschermen tegen potentieel gevaarlijke mensen. De Wet Bijzondere Opnemingen in Psychiatrische Ziekenhuizen (BOPZ) biedt de mogelijkheid om verregaande preventieve vrijheidsbeperkende maatregelen te nemen zowel bij een onmiddellijk dreigend gevaar als ook bij minder acuut gevaar voor de patiënt zelf en voor derden. En onder bepaalde voorwaarden mag een psychiater zijn beroepsgeheim al doorbreken om ernstig gevaar af te wenden. Een specifieke ingang bij de politie - zoals Opstelten voorstelt - is dus helemaal niet nodig.

Bovendien, wat voor informatie zou de psychiater eigenlijk met de politie moeten delen? Wat kan de politie ermee als zij te weten komt dat Pietje of Ietje nare stemmen hoort, schizofreen is of een borderline-persoonlijkheid heeft? De politie kan hier niks mee, de psychiater wel. Nóg wel. Want de door de minister voorgestelde korte lijntjes tussen de psychiatrische hulpverlener en de politie zouden de hele GGZ-sector vergaand kunnen ondermijnen.

Sjoemelen met het beroepsgeheim zou betekenen dat patiënten er niet langer op kunnen vertrouwen dat wat zij met de hulpverlener bespreken, vertrouwelijk is en blijft. Alleen al het op een kier zetten van de deur kan desastreuze gevolgen hebben. Niet alleen de privacy van de patiënt wordt geschaad, ook de hulpverlening aan toekomstige patiënten. Het is dan de vraag of iemand zich nog tot GGZ-hulpverleners zal wenden.

Met name in de geestelijke gezondheidszorg is vertrouwen een precaire zaak. Wantrouwen ligt permanent op de loer omdat patiënten kwetsbaar zijn en in hun leven niet zelden juist ervaring hebben met schending van vertrouwen. Denk alleen maar aan situaties waarin machtige anderen (zoals (pleeg)ouders of leerkrachten) aan hun zorg toevertrouwde kinderen seksueel misbruiken of mishandelen.

De vaak toch al wankelende vertrouwensbasis dreigt door dit soort voorstellen al op voorhand ondergraven te worden. De maatschappelijke verantwoordelijkheid van de GGZ-sector bestaat er niet in om naar de politie te stappen, integendeel: het gaat erom vertrouwen van patiënten te winnen en te behouden. Alleen in uitzonderingssituaties mag hiervan worden afgeweken, maar dat is allang geregeld en behoeft geen verdere aanscherping.

Minister Opstelten is uit op schijnveiligheid en draagt bij aan ondergraving van de geestelijke gezondheidszorg. Daar is niets en niemand mee gediend, zeker niet de veiligheid van burgers.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden