Blijf snijden in je goeie goed!

BREDA - Beste Sint Maarten, waarom zo krenterig? Een half manteltje van een zwaar uitgedoste soldaat voor een kleumende dakloze. Waarom niet de hele mantel en uw borst-rok erbij? En was het teveel moeite om even voor die arme drommel af te stappen? U werd superpopulair, maar tallozen met veel meer edelmoedigheid zijn nooit gezien.

Martinus is zowat West-Europa's meest vereerde, bekende en afgebeelde heilige: de man hoog te paard, die zijn mantel doorklieft. Net als de dichter Martinus Nijhoff had ook bisschop dr. Martinus (Tiny) Muskens van Breda, radicale pleitbezorger van de arme kant van Nederland, zijn patroon wel wat guller gewild. Bij zijn onderzoek naar zijn verre ambt- en naamgenoot uit Tours vond Muskens een historische verklaring. Romeinse soldaten in de vierde eeuw, zoals Martinus was, betaalden de helft van hun kleding zelf; de rest kwam en bleef van de keizer. Martinus gaf dus toch alles weg van hemzelf en niet wat des keizers was. Liever de hele mantel afstaan aan die bibberende bedelaar: jammer voor de keizer, maar hier geldt een soortgelijke regel als in het geval van Muskens' broodje in hongersnood.

Muskens kon niet geloven dat Martinus patroon is van honderden dorpen en steden en duizenden kerken in Europa, dat hij zijn naam leende aan zoveel folklore, enkel dankzij die ene royaal uitgevallen schaamlap.

De bisschop van Breda liefhebbert graag in enig historisch onderzoek. Nu is dankzij de Vita van Sulpicius Severus Martinus' reputatie ook gevestigd als wonderdoener. De verhalen zijn minder bekend als dat van die bedelaar, en zeker veel minder uitgebeeld, maar naast de (aan Martinus gewijde) Utrechtse Domkerk vindt men de wonderen en legenden in de reliëfs van de koorgang terug.

Martinus heeft werkelijk de meest krasse staaltjes laten zien. Doden opwekken, melaatsen genezen, en ook lammen, blinden, en stommen. Hij hoefde maar bij je binnen te komen of hij wist je zonden al. En bilocatie was evenmin buiten zijn bereik.

De nuchtere Muskens ziet het vermakelijke van dat soort verhalen wel in. Maar, legt hij uit, Sulpicius wil - in dialoog met een zekere Postumianus - laten zien dat zijn held Martinus in niets onder doet voor de grote heiligen van het oosten. We zijn in de nadagen van het Romeinse rijk, vol spanningen en naijver tussen oost en west. Er is geen scheiding tussen kerk en staat en dus duiken de spanningen ook op in de kerk. De grote vervolgingen waren opgehouden; de martelaren, de bron van heiligheid voor de kerk, waren niet meer in de aanbieding. Heilig moest men voortaan worden door deugdzame levenswandel, liefst via onwaarschijnlijke boete en onthouding. De woestijnvaders in Egypte hadden wat dat betreft een fabelachtige naam. Wat kon het westen daartegenover stellen? Martinus. Terwijl in het westen al veel bisschoppen zich te nauw met de wereldlijke elite verbonden, leidde de bisschop van Tours het sobere leven van een asceet. Een man die zich zo in deugd en wandel kon meten met die anachoreten in het verre Egypte, kon als wonderdoener niet de mindere wezen, zelfs als het om specialiteiten van de woestijn ging, zoals wilde dieren en giftige slangen bedwingen. Sterker: zij ginds hadden het maar makkelijk in het stille, hete zand, daar word je bijna vanzelf heilig. Maar die Martinus zat temidden van “twistende geestelijken, bisschoppen die als wilden tekeer gingen, bijna dagelijkse schandalen”, maar hij bleef overeind.

Toch verklaren die wonderverhalen evenmin alles, meent Muskens. Er is nog iets. Martinus leefde in de tijd dat de Arianen op het hoogtepunt van hun macht in de kerk waren. Aríus had de leer verworpen dat Christus behalve mens ook God was, tweede Persoon van de Drieëenheid. Arianen en anti-arianen hebben elkaar op leven en dood bestreden en de strijd woedt trouwens - minder bloedig - op kansels en in theologie van nu nog door. Maar in de vierde eeuw was het primair een politieke kwestie wat de keizer, de koning, het stamhoofd koos. Grote delen van Zuid-Europa, Italie incluis, waren ariaans, vooral de barbaren, de Longobarden, de Oost- en de Westgoten, de Vandalen. Maar in Tours bleef wonderdoener, kluizenaar, geloofsverkondiger Martinus pal voor de concilies die het arianisme hadden veroordeeld. Martinus, helper van de armen, hamer van de ketters.

Toen koning Clovis honderd jaar na Martinus' dood zich liet dopen was het politiek niet vreemd geweest, als hij de ariaanse kant had gekozen, maar nee, hij kiest voor de 'orthodoxie' en maakt ondubbelzinnig tegelijk Martinus patroon van de Franken. En zo zal het verder gaan over heel Europa: overal op strategische plekken komen Martinuskerken en -kathedralen als bakens van rechtzinnigheid; in Ravenna werd in de zesde eeuw de ariaanse kerk van Theoderik omgedoopt tot Martinuskerk. De wonderdoener en geliefde volksheilige is met succes uitgebaat in wellicht de ergste interne strijd in de eerste duizend jaren christendom.

Het is lang niet zo populair als Martinus-met-mantel, maar op sommige plekken staat hij niet als soldaat, maar statig in bisschoppelijk ornaat, temidden van de oude kerkleraren als Gregorius, Ambrosius, Augustinus.

Bisschop Martinus Muskens is in Nederland geen ketterhamer; hij loopt ook niet opzichtig halve of hele jassen uit te delen aan Bredase zwervers. Maar door zijn lange verblijf in Azië is zijn gevoeligheid voor armoede en de gevolgen ervan gescherpt, zegt hij. Hij vindt het zijn roeping dat als bisschop uit te dragen.

Het liberaal kapitalisme is “echt slecht”, zegt hij; het sticht nog steeds “gigantisch kwaad” in de wereld. De ineenstorting van de markten in Azië betekent het einde van de hoop voor miljoenen mensen daar - landen die “zogenaamd onafhankelijk zijn, maar nog steeds op de knieën zijn te dwingen”.

En in Nederland neemt men het armoede-offensief tot zijn spijt nog steeds niet serieus, bagatelliseert het. “Terpstra, Melkert, Kok zeggen niets over de rijken - dat de rijke moet inleveren, moet afgeven wat niet het zijne is.”

Moeten dan alle katholieken straks op Jan Marijnissen gaan stemmen? Muskens geeft een gulle lach, erkent dat de SP-voorman in zijn recente boekje Tegenstemmen een goede analyse van de problemen geeft. Maar zelf bekeert hij liever grote partijen dan dat hij steun werft voor een kleine. “Het CDA-partijprogram heeft meer gedurfd dan ik dacht.”

Als Muskens de publieke opinie niet meekrijgt zal hij zich ook op het stemgedrag richten. Maar hij weet het: over de tweedeling van rijk en arm wil men het niet hebben. “Mensen leven in de consumptie en men wil daarin niet worden gestoord.”

Maar zo kan het niet doorgaan, vindt hij: “Een kwart miljoen jongeren onder de 17 jaar groeien op in armoede. Allemaal wrok tegen de samenleving. De armoede is geïndividualiseerd geraakt, armen vinden elkaar niet meer, hebben geen sociale verbanden, en dat maakt de frustratie nog groter. En niemand wil dat weten. Ik vind dat levensgevaarlijk,” aldus de bisschop die blijft tornen aan de structuren en aan de gewetens.

Zoals Martinus van Tours toen keert Muskens zich tegen de barbaarse religie van nu - de rijkdom die Europa in tweeën klieft. En hij blijft de mensen roepen om te snijden in hun goeie goed.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden