Blijf ook in crisistijd denken aan de ander

Economen en neo-liberalen hoeven ons niet meer wijs te maken dat egoïsme goed is omdat het leidt tot economische efficiëntie.

Religie zou ik definiëren als een gerichtheid op iets dat het zelf overstijgt en een bron vormt van ontzag, inspiratie en liefde. Die bron kan een God zijn, maar ook de natuur, of het leven, de samenleving of de andere mens. Religie geeft een basis voor moraal. Maar is religie ook onmisbaar voor moraal en voor altruïsme?

Bioloog en etholoog Frans de Waal (Letter&Geest, 14 januari) heeft met onderzoek bij apen proefondervindelijk bewezen dat er altruïsme kan zijn zonder religie. Want sommige dieren (apen bijvoorbeeld) zijn sociaal, en die zijn niet religieus. In de theorie van evolutie werd vroeger gedacht dat altruïsme niet zou kunnen overleven, en dus geen instinct zou kunnen worden. Het zou in de strijd om het bestaan worden weggeconcurreerd door egoïsten en opportunisten.

Altruïsme is echter goed voor overleving van de groep. Het kan ook in de genen van individuen voortbestaan, maar dat lijkt helaas wel gepaard te gaan met een instinct van wantrouwen tegen hen die buiten de groep staan en anders zijn, in uiterlijk en gedrag. Ook intolerantie en discriminatie - het denken in 'wij tegen zij' - lijken instinctief. Ik ben benieuwd of ook dat in de proeven van De Waal naar voren is gekomen. Zijn daarin apen ook net mensen (of andersom)?

Wat zijn de gevolgen van dit alles voor de samenleving? We hoeven ons niet meer wijs te laten maken door economen en neo-liberalen dat altruïsme niet mogelijk is, omdat het tegen de natuur van de mens ingaat; en dat egoïsme goed is omdat het leidt tot economische efficiëntie. Markten werken vaak niet goed en eigenbelang gaat - zie de banken - vaak in tegen het algemene belang. We moeten markten dan reguleren.

In de economie kan altruïsme overleven als markten niet 'perfect' zijn. Dat zijn markten waarop niet alleen prijs de concurrentie bepaalt, en differentiatie van producten ruimte biedt om niet het onderste uit de kan te hoeven vragen bij elk product. Dan blijft er geld over voor altruïsme. Het is niet alleen winstgevender maar ook veel leuker en uitdagender om te concurreren op kwaliteit en verschil dan alleen op de prijs van gelijke producten.

Ik definieer altruïsme als de bereidheid om enige offers te brengen waarvan men weet dat men ze niet direct en misschien helemaal niet terugverdient. Altruïsme hoeft niet zo ver te gaan dat het leidt tot zelfopoffering. Het heeft grenzen.

Naarmate de druk tot overleven groter is, bijvoorbeeld in een economische crisis zoals nu, zal de ruimte voor altruïsme kleiner zijn. Je voelt je dan ter wille van overleving meer gedwongen om elke kans op voordeel te pakken. Of mensen zullen hun activiteiten meer richten op mensen waar men in vertrouwen dichterbij staat, bij familie, vrienden of gemeenschap.

Niettemin kunnen we een appèl doen op altruïsme en inzet voor het algemene belang, omdat ook dat deel uitmaakt van de menselijke natuur. En we moeten met culturele middelen het instinct tot intolerantie beteugelen.

Bart Nooteboom publiceert in april een boek over humanisme met de titel 'Beyond humanism: the flourishing of life, self and other'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden