Blij worden van reptiel, amfibie en vis

monitoring | Het gaat heel behoorlijk met de reptielen, amfibieën en vissen. Stichting Ravon houdt de aantallen bij en ziet het maar in een paar gevallen slecht gaan. Erg slecht.

Meestal word je niet vrolijk van rode lijsten en 'de stand van zaken' van dier en plant. Tot je die van reptielen, amfibieën en vissen bekijkt. Dan opeens ziet de natuurtoekomst er - na decennia van kommer en kwel - zonniger uit.

"Ja. Natuurlijk blijft er altijd het nodige te wensen, maar er is reden tot optimisme", zegt Jeroen van Delft, senior projectleider van de stichting Ravon, Reptielen, Amfibieën en Vissen Onderzoek Nederland.

Het gaat grosso modo beduidend beter met de Nederlandse herpetofauna en vissen. In de onlangs gepubliceerde Rode Lijst vissen is bijvoorbeeld te zien dat veel soorten minder bedreigd zijn dan op de lijst uit 1997. Van de zeven Nederlandse reptielen zit er maar één in de problemen, de vissen laten over het geheel een gunstig beeld zien en van de amfibieën doet eigenlijk alleen de vuursalamander het echt héél slecht.

Ook de eveneens onlangs gepubliceerde Living Planet Index van het WNF concludeert dat de organismen van zoet water gemiddeld sinds 1990 met 40 procent zijn toegenomen.

Boomkikker

De boomkikker 'slaat alles'. In vergelijking met 1997 worden er tegenwoordig acht keer zoveel boomkikkers gezien. Zeeland is een van de uitschieters. "Daar is het dier met een enorme opmars bezig. In die provincie, maar ook elders, zie je dat de aanleg van poelen verbonden met houtwallen - mits met kennis uitgevoerd - enorm veel effect kan hebben", constateert Van Delft. De boomkikker wil naast poelen, braamstruwelen en ruigte om te zonnen en insecten te vangen.

In Limburg nemen de zeldzame vroedmeesterpad en geelbuikvuurpad flink toe. Beide leven in mergelgroeven en kleinschalige landschappen en hebben onbegroeide, warme stukken nodig. Omwonenden, vrijwilligers, terreineigenaren en beheerders zorgen daarvoor.

Niet alleen met de zeldzamere amfibieën gaat het duidelijk beter. Ook een soort als de bruine kikker doet het goed. "Her en der zie je weer weilanden vol jonge bruine kikkers. Een fantastisch gezicht. Fantastisch ook voor tal van dieren die de kikkers eten. Reigers, ooievaars en dassen hebben het goed", brengt Van Delft naar voren.

Net als alle andere 'Ravon-soorten', profiteert ook de bruine kikker van het werk van vrijwilligers. Het aantal paddenoverzetters is fors gegroeid. Naar schatting worden ruim een kwart miljoen amfibieën op weg naar hun voortplantingspoelen geholpen met het oversteken van gevaarlijke wegen.

Rampzalig

Voor één amfibie is de toekomst gitzwart: de vuursalamander is inmiddels zodanig door de waarschijnlijk door de handel binnengebrachte schimmel Batrachochytrium salamandrivorans aangetast, dat de soort op uitsterven staat. Een fenomeen dat in de recente geschiedenis van de Nederlandse herpetologie niet eerder is voorgekomen. Tussen 1997 en 2014 nam het aantal vuursalamanders met 99,9 procent af.

De Ravon-man: "Dramatisch en we houden ons hart vast. Andere salamandersoorten blijken onder laboratorium-omstandigheden ook erg gevoelig voor de schimmel. In het veld zien we sterfte, maar niet zo massaal als bij de vuursalamander. Nog niet."

Muurhagedis

Ook voor de reptielen ziet het er in het algemeen goed uit. De muurhagedis, die alleen in Limburg voorkomt, heeft zijn aantal in 22 jaar weten te verviervoudigen. Eind jaren 70 waren er nog maar enkele tientallen over, nu zijn het er naar schatting 600 à 700. De enorme groei is te danken aan beter beheer van oude muren, spoorbermen en rommelige terreintjes. Nieuwe 'stapelmuren' en ander vervangend leefgebied worden aangelegd nog vóór bestaande muren en andere geschikte leefgebieden worden afgebroken in verband met stadsontwikkeling en infrastructurele werken. Muurhagedissen gebruiken de stenen om op te warmen en verschuilen zich ertussen.

"Beschermen werkt", constateert Van Delft. De gladde slang profiteert sterk van de aanleg van corridors door bossen, waardoor geïsoleerde populaties elkaar kunnen bereiken. De ringslang heeft baat bij het opwerpen van broeihopen en de zandhagedis van het tegenwoordig kleinschaliger beheer van de hei.

Ook bij de reptielen één negatieve uitzondering: in 22 jaar tijd is het aantal levendbarende hagedissen met 40 tot 50 procent afgenomen. "De laatste tien jaar is het aantal gelukkig stabiel. Verdroging, versnippering en te intensief beheer lijken het dier parten te spelen, maar we moeten onderzoek doen. Het aantal adders is namelijk over dezelfde periode stabiel en die stelt vergelijkbare eisen."

Vissen

De zoetwatervissen geven een herstel van veel stroomminnende soorten te zien, het gevolg van verbetering van de waterkwaliteit, herstel van habitat en het beter optrekbaar maken van beken en rivieren. Zo is de elrits in Limburg op veel plaatsen teruggekeerd en komt het bermpje in bijna iedere beek voor. De ooit uitgestorven houting plant zich tegenwoordig weer in Nederland voort en wordt tot bij Amsterdam waargenomen. Met de beekprik gaat het de goede kant op. In de Brabantse Reusel werkt Ravon samen met vrijwilligers aan de herintroductie van deze bijzonder rondbek, die als blinde larve in de beekbodem opgroeit.

Aal

Zorgen zijn er wel over de aal, waarvan de intrek dramatisch laag ligt en de kwabaal, die overstromingsvlakten nodig heeft als opgroeigebied voor de larven. En natuurlijk over de exotische grondels die zich razendsnel over Nederland verspreiden en de inheemse rivierdonderpad wegconcurreren.

Maar door de bank genomen is er reden tot optimisme. Van Delft: "We zijn er nog niet. In het verleden is veel kapotgemaakt en dat is nog niet hersteld en de landbouw zorgt voor verdroging en vermesting. Alleen als die nu eindelijk duurzamer zou worden, kan het herstel zich doorzetten."

Ravon ontstond 25 jaar geleden, als voortzetting van meer regionaal georganiseerde voorlopers die nog geen aandacht aan vissen besteedden. Ravon kent in zijn geschiedenis louter groei. In 1999 zetten twee mannen - Jeroen van Delft is er één van - een kantoortje op om meer slagkracht te krijgen ten behoeve van Ravons beschermingsdoelstellingen. Inmiddels is Ravon een goedlopende stichting met 43 werknemers. Meest opvallend is de gestage groei van het aantal gedreven, enthousiaste en ook jonge vrijwilligers - inmiddels 2000 - die vrijwel zonder uitzondering jaarlijks tientallen, vaak honderden uren in het veld besteden aan onderzoek en inventarisatie.

25 jaar Ravon

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden