Blij dat een reiziger de stilte verbreekt

Achter de toeristenstranden van Albufeira begint de echte Algarve. Een verlaten streek, waar de tijd heeft stilgestaan. In de leeglopende dorpen wonen alleen nog ouden van dagen. Een 300 kilometer lange wandelroute moet de teloorgang van het gebied keren.

De Rio Guadiana vormt niet alleen een landsgrens, maar scheidt ook twee tijdzones. Als de kerkklok van het Spaanse San Lucar de Guadiana acht keer slaat, klinkt die van haar Portugese zusterstadje Alcoutim zeven maal. Die ene klokslag minder markeert ook een tempo- en mentaliteitsverschil; het leven aan de Portugese kant van de rivier verloopt merkbaar trager, stiller en ingetogener dan aan de overkant.

Misschien niet zozeer aan de kust, waar het massatoerisme zijn sporen heeft getrokken, maar wel in het binnenland. Luttele kilometers achter de hotels en stranden van Albufeira toont de Algarve een andere gedaante: een grotendeels leeg en woest landschap, met witte dorpjes als kleine oases van menselijk leven tussen de verlaten, roodbruine heuvels. Verder hoor je het fluiten van vogels, de wind door de lage bomen, het metalige tjirpen van krekels, het blaffen van een hond in de verte, een balkende ezel, de hoeven van een paard, het zachte getok van kippen en af en toe de gedempte stemmen van mensen. Mechanische geluiden ontbreken nagenoeg: zo moet Europa voor de industriële revolutie hebben geklonken.

De stilte is mooi, erkent senhor Faustino, maar tekent ook de teloorgang van het gebied. 'Hier wonen alleen nog oude mensen.' De rijzige zestiger werkte elf jaar in de bandenfabriek van Pirelli in Frankfurt en investeerde zijn geld na terugkeer in Portugal in onroerend goed in Porto en in Balurcos, zijn geboortedorp. Daar ontvangt hij met zijn echtgenote Fernanda wandelaars en fietsers in een luxe pension met ruime gastenkamers en een zwembad. 'Balurcos heeft twee inwoners jonger dan vijftig', zegt hij. 'In een dorpje verderop wonen twee kinderen. Maar voor de rest: allemaal bejaarden. Hun kinderen zijn net als de mijne vertrokken naar de stad, voor studie of werk. Als de ouderen doodgaan, neemt niemand hun plaats in. Als het zo doorgaat, zijn de dorpen over tien jaar verlaten.'

Faustino werpt een blik op zijn kleindochter Maria da Silva uit Porto, die een paar weken bij opa en oma logeert en Faustino overal volgt. 3 jaar oud is ze en daarmee waarschijnlijk het jongste menselijk wezen in een straal van misschien wel 25 kilometer.

Op het terras van O Tempeiro (De Boodschap) in het dorpje Cortes Pereiras, bekijken de ouderen wat er aan leven aan hen voorbij trekt. De befaamde Portugese saudade (melancholie) is hier bijna tastbaar. João Ministro, een veertiger die in de Algarve is geboren en getogen, weigert zich neer te leggen bij de onttakeling van de streek. Hij is de geestelijke vader van de Via Algarviana, een 300 kilometer lange wandelroute van de grensplaats Alcoutim in het oosten naar de vuurtoren en de Atlantische kliffen van Kaap Sint Vincent, de zuidwestelijkste punt van het Europese continent.

'Het leven is hier vrijwel tot stilstand gekomen. Als we niets doen, raakt de Algarve steeds verder ontvolkt', vertelt hij. 'Dan ontstaan spookdorpen. Met wandeltoerisme willen we de economie stimuleren en daarmee het gebied leefbaar houden. Wandelaars moeten eten en slapen en geven geld uit in pensions en restaurants.' Eigenhandig zette Ministro de 300 kilometer uit. Het meeste werk zat in het overtuigen van de dorpsbewoners van het belang van het project. 'De route loopt door veertig gemeenschappen. Overal hebben we onze plannen gepresenteerd en discussies gevoerd.'

Ministro stuitte aanvankelijk op onbegrip en weerstand. 'De mensen zijn niet gewend aan vreemdelingen, laat staan wandelende vreemdelingen. Portugezen wandelen niet. Wandelaars zijn klaplopers. Als ze geld hadden, zouden ze wel met de auto reizen. In het begin vluchtten de mensen hun huizen in als ze wandelaars aan zagen komen.'

Geleidelijk dringt nu door dat het gastvrij ontvangen van wandelaars geld in het laatje brengt. 'Veel huizen staan leeg, mensen hebben kamers over. Die kun je gebruiken om wandelaars onderdak te bieden.'

Ministro hoopt dat deze ontwikkeling jongeren die naar de stad zijn vertrokken ertoe beweegt terug te keren naar hun geboortegrond. Vooralsnog brengen vooral ouderen de Via Algarviana tot leven. Zoals het echtpaar Judith (64) en João Henrique (69) uit het dorpje Furnazinhas. Ze werkten als ambtenaar en maakten na hun pensionering van het oude familiehuis van João, die in het dorp werd geboren, een guesthouse.

Hun Casa do Lavrador (het Huis van de Bouwvakker) omvat drie luxe appartementen. Het kleine witgele complex is van alle gemakken voorzien, zelfs van buitendouches waar mountainbikers hun fietsen kunnen afspoelen. Met hun enthousiaste kok Olivia (72) doen ze er alles aan het hun gasten naar de zin te maken.

De verbouwing en inrichting van de Casa do Lavrador vergde een fikse investering, vertelt Judith. 'Maar we vonden dat we het moesten doen. Niet alleen omdat we het belang inzien van het toerisme voor de streek, ook omdat we het familiebezit voor het nageslacht willen bewaren.'

Hun dorpsgenoten bekeken hun activiteiten aanvankelijk met argusogen, vertelt Judith. 'Er is één bar in Furnazinhas en als er wandelaars voor de deur stonden, deed de eigenaresse snel de deur op slot omdat ze bang was. Maar nu beginnen de mensen het leuk te vinden, die vreemdelingen in het dorp. De bezoekers brengen leven in de brouwerij en dat kunnen we hier wel gebruiken. Er zijn nu ook meer mensen die overwegen een bed en breakfast te openen.'

Kunnen ze leven van hun guesthouse? Judith moet lachen om die vraag. 'Welnee, we leven van ons pensioen en van de opbrengst van het land van de familie van João. Maar dat geeft niets, dit is een langetermijnproject. We hopen dat de volgende generatie het stokje van ons overneemt.'

Via Algarviana, dwars door de Algarve
De Via Algarviana is een 300 kilometer lange wandelroute van de grensplaats Alcoutim in het oosten van Portugal naar de vuurtoren op de Atlantische kliffen van Kaap Sant Vincente, het zuidwestelijkste puntje van het Europese continent. De ervaren wandelaar volbrengt deze tocht in twee tot drie weken, de minder ervaren loper kiest etappes van 15 tot 25 kilometer per dag.

De route is in het algemeen goed aangegeven, maar hier en daar ontbreken bordjes of is de bewegwijzering onduidelijk. Het is daarom raadzaam een gps-toestel mee te nemen. Overnachten kan in pensions en guesthouses, die variëren van luxe tot eenvoudig.

Voor de route zijn enige conditie en goede wandelschoenen vereist, vanwege de soms steile heuvels. Ook moeten wandelaars soms een riviertje oversteken. Het landschap is mooi, maar niet spectaculair. Het bijzondere zit 'm in de stilte en verlatenheid. Soms kom je de hele dag geen andere mensen tegen. De Algarve is een paradijs voor vogelliefhebbers. 's Nachts is de sterrenhemel spectaculair.

In de halfverlaten dorpjes ontbreekt internet veelal en de mobiele telefoon heeft lang niet overal bereik. In de wat grotere plaatsjes is meestal wel een bar. Mensen zijn in het algemeen erg vriendelijk. João Ministro organiseert met Aarts Wandelreizen diverse reizen over de Via Algarviana.

aartswandelreizen.nl

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden