Blauwhelmen houden regeringsleger niet in de hand

VN-troepen steunen het nieuwe regeringsleger van Congo in zijn strijd tegen rebellen. Maar de Congolese regeringssoldaten gaan verschrikkelijk tekeer tegen de burgerbevolking.

Grommend rijden witte pantserwagens van de Verenigde Naties door de groene savanne in het noordoosten van de Democratische Republiek Congo. De Bengalese VN-soldaten op de voertuigen houden, met machinegeweren in de aanslag, de omgeving in de gaten. De militairen rijden langs kapotgeschoten gebouwen en zwartgeblakerde huizen.

Bij een VN-post op een heuvel springt kapitein Omar van zijn pantserwagen. Hij schudt handen met collega’s en wijst naar de nevelige jungle in de verte. „Daar zitten de rebellen. Een van onze problemen is dat wij te weinig manschappen hebben om dorpen enige tijd vast te houden. Dus als wij aanvallen, verstoppen ze zich in de jungle, waar wij met onze pantserwagens niet kunnen volgen. En zodra we weg zijn, komen ze gewoon weer terug.”

Omar en zijn troepen maken deel uit van een grote VN-macht die probeert vrede te brengen in het oosten van Congo. De VN’ers hebben met een combinatie van uitkeringen en opleidingen voor gedemobiliseerde strijders, duizenden rebellen ontwapend. Een deel van de ex-strijders is bovendien geïntegreerd in een nieuw Congolees regeringsleger. Nu proberen de blauwhelmen resterende rebellen, die nog her en der de bevolking terroriseren met geweld te ontwapenen. Zij werken daarbij nauw samen met het nieuwe Congolese leger.

Rond de witte pantserwagens van kapitein Omar hangen deze warme middag in de savanne enkele tientallen regeringssoldaten. Sommige liggen te slapen in het gras, andere roken een sigaretje of zitten te kaarten. „De VN-militairen hebben zware mitrailleurs en mortieren”, zegt een Congolese commandant. „Zij geven ons daarmee vuursteun.”

De gezamenlijke militaire ontwapeningsoperatie verliep aanvankelijk redelijk succesvol. Maar de laatste maanden neemt het verzet toe. Een van de oorzaken is dat enkele militiecommandaten zijn gearresteerd. Achtergebleven leiders proberen uit de cel te blijven en hebben zich verenigd in een nieuwe groepering, de Revolutionaire Beweging van Congo (MRC).

Daarnaast speelt een rol dat de nieuwe Congolese regeringssoldaten zich vaak net zo wreed gedragen als de rebellen. De militairen plunderen ’bevrijde’ nederzettingen, branden hele dorpen plat en verkrachten vrouwen. In het plaatsje Bukuku, vlakbij de VN-post van kapitein Omar, vormen resten van afgebrande hutten de stille getuigen van zulk wangedrag. Inwoners vertellen dat regeringsmilitairen op 29 april kwamen en in het wilde weg om zich heen schoten. Volgens de dorpelingen kwamen zeven burgers om het leven.

Omar bevestigt dat zijn Congolese ’bondgenoten’ zich vaak vreselijk misdragen. „We proberen hun duidelijk te maken dat ze geen burgers moeten vermoorden en verkrachten”, zegt hij met een gebaar naar de soldaten in het gras. „Maar ze luisteren niet.”

De Bengalese VN-kapitein zegt zijn verwachtingen van de missie inmiddels flink te hebben bijgesteld. „Toen ik werd uitgestuurd, ging ik ik ervan uit dat wij hier de bevolking zouden beschermen. Maar in de praktijk blijkt dat een beetje anders te liggen. Wij zijn hier niet neutraal. We steunen het Congolese leger en dat doet voortdurend de meest verschrikkelijke dingen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden