Blauwe plekken van de kunst

De thematiek is loodzwaar op de Biënnale in Venetië. Gelukkig zijn er ook kunstwerken te zien die troosten en hoop bieden.

Cirkelzagen, sabels, een kanon, parachutes met bungelende militairen, zwarte vlaggen, aangespoelde lichamen op een strand, een graftombe, schedels, een bloed kotsende man en machetes, heel veel machetes.

Dit is een kleine greep uit wat je zoal tegenkomt op de hoofdtentoonstelling 'All the World's Futures' op de Biënnale voor hedendaagse kunst in Venetië. Het zat er dik in dat deze 56ste editie een loodzware aflevering zou worden. De Nigeriaan Okwui Enwezor, die de tentoonstelling samenstelde, staat bekend om zijn voorkeur voor geëngageerde kunst.

De 'begroeting' bij de ingang van het Centrale Paviljoen in de Giardini is al veelzeggend. De letters 'La Biennale' zijn vervangen door 'blues, blood, bruise' in neonkleuren: zwaarmoedigheid, bloed, kneuzing. De bezoeker is gewaarschuwd: dit is een tentoonstelling die hard aankomt. Je houdt er butsen en blauwe plekken aan over.

Ruim honderd jaar na het begin van de Eerste Wereldoorlog en 75 jaar na het begin van de Tweede Wereldoorlog leeft de wereld weer in een tijd van chaos en verwarring, schrijft Enwezor in een toelichting. "Gewelddadige rellen, economische crises, terugtredende overheden en een humanitaire catastrofe op de zeeën, in woestijnen en grensgebieden, waar immigranten, vluchtelingen en wanhopige mensen hun toevlucht zoeken in ogenschijnlijk rustigere en en welvarende landen." In alle regio's zie je, aldus Enwezor, nieuwe crises, onzekerheid en groeiende onveiligheid.

Enwezor selecteerde 136 kunstenaars uit 53 landen die reflecteren op de toestand in de wereld. Zelf voegde hij ook een 'kunstwerk' toe. Centraal in de tentoonstelling heeft hij een theater laten bouwen, de 'Arena', waar elke dag wordt voorgelezen uit 'Das Kapital' van Karl Marx. Het kapitalistische systeem is volgens de curator 'het grote drama van onze tijd'.

De eerste zaal in het Centrale Paviljoen hakt er meteen in. Daar staat een vier meter hoge muur van koffers, een kunstwerk van Fabio Mauri (1926-2009), dat hij maakte als herinnering aan de Joden die in de concentratiekampen werden vermoord. De koffers verwijzen ook naar de dolende vluchtelingen van nu. Mauri's laatste werk, dat hij kort voor zijn dood maakte, staat er ook: een ladder die uitgeschoven is naar de hemel, maar abrupt eindigt bij een richel met daarop geschreven: the end. Op de achtergrond klinken misselijk makende geluiden: het is een video van Christian Boltanski van een kotsende man. Uit zijn mond komt een eindeloze stroom bloed. Nu al een steen in de maag, en dan zijn we nog maar aan het begin van de tentoonstelling, die van het Centrale Paviljoen doorloopt naar de Arsenale, een voormalige scheepswerf.

Al het wereldleed trekt voorbij, vaak begeleid door flikkerende lichten en onheilspellende geluiden. Overal lijkt het gevaar op de loer te liggen, al is dat soms goed verpakt, zoals in de film 'Vertigo Sea' van John Akomfrah. Hij tovert de kijker adembenemende beelden voor van woeste zeeën, de onderwaterwereld en ruige berglandschappen. Mooie natuurfilm? Nee, onverhoeds krijgt de film vlijmscherpe randjes. Uit de branding drijven ineens menselijke lichamen het strand op. Mooie, bruine lichamen, maar ze zijn wel dood.

Adrian Piper schreef op een ouderwets schoolbord in een keurig handschrift vele malen dezelfde zin: 'Everything will be taken away'. Strafwerk, om ons in te peperen dat we niet moeten denken dat we het goed voor elkaar hebben.

Monica Boncivini hing bundels verwrongen metaal op, waar kettingzagen uit steken. Even verderop ligt een bom, met daarop een kaarsenstandaard waaruit bloedrood kaarsvet is gedruppeld. Marlene Dumas kreeg een intiem zaaltje waarin ze op de vier wanden 36 schilderijtjes heeft gehangen van schedels. Vanuit alle hoeken van dit griezelkabinet kijkt de dood je recht in het gezicht.

'American violence' flikkeren neonletters je tegemoet in de Arsenale. Deze lichtinstallatie van Bruce Naumann wordt gecombineerd met machetes die Abdel Abdessemed in waaiervorm heeft gegroepeerd, als waren het bloemboeketten die spontaan uit de vloer zijn gegroeid. Echte bloemen zijn er ook, zij het gedroogd. Ze komen van de veiling in Aalsmeer, maar zijn gekweekt in Kenia, Colombia, Ecuador, VS en Israël. Taryn Simon verzamelde 4000 bloemen waarvan ze boeketten samenstelde. Ze combineerde bloemen die nooit tegelijkertijd bloeien en uit verschillende delen van de wereld komen. Deze 'onmogelijke' bloemenarrangementen staan symbool voor de politieke en economische verdragen die landen met elkaar sluiten. In de praktijk blijkt het vaak onmogelijk om ze uit te voeren.

Een zaal verder staan stoelen gemaakt van wapentuig. En zo gaat dat maar door op deze tentoonstelling, waar zoveel tragiek, onrecht en ellende voorbij komen dat je er murw van wordt.

Is er dan geen enkel perspectief op een betere en mooiere wereld? Ze zijn er wel, de kunstenaars die daarvan nog durven te dromen, al moet je er wel naar zoeken. Of erdoor verrast worden. Zo zweeft er ineens een vederlicht modelvliegtuigje voorbij. Als een elfje dartelt het door de Arsenale. Ernesto Ballesteros tilt de bezoekers even boven alle sores uit met zijn sierlijke kunstwerkjes.

Dat kunst ook troost kan bieden laat Steve McQueen zien in zijn film 'Ashes'. Die gaat over de visser Kenson Baptiste, die op 22-jarige leeftijd wordt doodgeschoten door een drugsbende, nadat hij op het strand drugs heeft gevonden. We zien Baptiste - 'beter bekend als Ashes' - niet, maar leren hem toch een beetje kennen tijdens het bouwen van zijn graftombe. Minutieus wordt in beeld gebracht met hoeveel liefde en zorg van stenen, hout en cement de tombe wordt gemaakt. Een meesterwerk dat je even optilt uit de waan van de dag.

Ook hoopgevend is de film 'Factory Complex' van Im Heung-soon over de beroerde en onveilige arbeidsomstandigheden bij grote fabrikanten als Samsung en Daewoo. Ze laat zien hoe de vrouwelijke werknemers in opstand komen. En zich niet monddood en murw laten maken.

Zo zijn er meer bijdragen die wat lucht en nuancering brengen in het loodzware wereldbeeld van Enwezor. De Aboriginal kunstenaar Emily Kame Kngwarreye laat een stippelschilderij dansen voor je ogen, je wordt er haast high van. 'Yes we can hope', 'Peace' en 'Don't shoot' staat er op de stempels die Barthélémy Toguo maakt van boomstammen. En dan is er nog Tiffany Chung: zij maakt geborduurde schilderijtjes van de oorlog in Syrië. Met kleine steekjes brengt ze de verschuivende grenzen in beeld. Binnen die grenzen schildert ze gouden stipjes en roze cirkels die het aantal vluchtelingen of gedode kinderen op één bepaalde dag weergeven. Op het eerste gezicht zijn het idyllische schilderijtjes, maar er schuilt een harde werkelijkheid achter. Als geen ander kent de Vietnamese Chung die: ze groeide zelf op in oorlogstijd.

Jammer genoeg gaan de subtiele en verstilde bijdragen wat verloren in de carrousel van geweld en chaos op deze biënnale. Of is dat ook de bedoeling van Enwezor? Wil hij dat we ons voor even in de brandhaarden van de wereld wanen? Als dat zo is, had hij zich moeten realiseren dat mensen al genoeg butsen en blauwe plekken oplopen, door de rauwe beelden die de media dagelijks uitstorten. Voor een machete meer of minder zijn ze immuun geworden.

De natuur centraal in landenpaviljoens

De contrasten zijn groot op deze Biënnale. Bezoekers die gedeprimeerd en murw de hoofdtentoonstelling verlaten, kunnen op adem komen in de paviljoens van onder meer Nederland, Frankrijk, Finland, Zwitserland, Denemarken, Noorwegen, Tuvalu, Australië, Turkije en de Verenigde Staten. Daar ligt de nadruk op natuur en contemplatie, in plaats van een harde confrontatie met het wereldleed.

Toch zijn ze niet wereldvreemd, deze landenpresentaties, al komt 'onze' Herman de Vries misschien over als een overjarige hippie. Poedelnaakt zit hij bij een bergbeek, met zijn handen een kommetje vormend om het water op te vangen. Omringd door de algen, schelpen en andere vondsten die hij deed in de lagune van Venetië, ingelijste grassen en een geurende cirkel van rozenblaadjes. Haast sereen is de presentatie in het Nederlandse paviljoen. Een oase binnen het spektakel van de Biënnale, beloofden de curatoren Cees de Boer en Colin Huizing, en dat is het ook. Losgezongen van de werkelijkheid? Nee, want de boodschap van Herman de Vries is duidelijk: mensen zijn vervreemd geraakt van de natuur, hebben er geen respect voor. Door te laten zien hoe mooi bladeren, een boomstronk en gras van zichzelf zijn, wil De Vries dat contact herstellen.

Ook in andere paviljoens echoot deze boodschap na. Bij de Finnen ruikt het naar eucalyptus. Een boom wiegt heen en weer en er klinkt rustgevende muziek. In het Amerikaanse paviljoen laat Joan Jonas als ode aan de natuur hypnotiserende beelden zien van honingraten, bijen, vissen en zeepaardjes. In het paviljoen van Frankrijk draaien grote bomen, met stronk en al uitgegraven, langzaam rond. Het voelt alsof je op je rug in het bos ligt. Al even weldadig is het compleet witte paviljoen van Uruguay. Pas na lang kijken ontdek je minuscule oneffenheden op de wanden, die sensuele landschappen verbeelden van Marco Maggi. Fiona Hall toverde het Australische paviljoen om tot een Wunderkammer, met een verzameling drijfhout en vogelnestjes. Op bankbiljetten die ze verzamelde uit de hele wereld, heeft ze prints gemaakt van de bladeren van bomen uit de bewuste landen. Het paviljoen van Groot-Brittannië is een gimmick. Het is van binnen helemaal geel geverfd, custardvla-geel. Er staan gipsen beelden van Sarah Lucas, ook knalgeel. Het zijn onderlichamen van vrouwen met steeds een sigaret in de bilspleet gestoken. Al dat geel trekt wel bekijks, maar daar is ook alles mee gezegd.

En dan is er nog het oogstrelende Japanse paviljoen. Aan honderden rode draden die kriskras aan het plafond zijn bevestigd, hangen sleutels uit de hele wereld, die de herinneringen met zich meedragen van mensen. Ze bungelen boven twee oude boten, waardoor op subtiele wijze de link wordt gelegd met vluchtelingen die per schip de oversteek wagen naar veiliger oorden. "Boten dragen mensen en tijd. Sleutels verbinden ons met elkaar." De boodschap is duidelijk: zonder poëzie is de wereld pas echt verloren.

Nieuwe landen

De Biënnale van Venetië bestaat 120 jaar, maar is springlevend. Steeds meer landen - dit jaar 89 - doen met een eigen presentatie mee aan deze tweejaarlijkse manifestatie, die geldt als barometer van de hedendaagse kunst. Nieuw zijn onder meer Mongolië, Mauritius en Grenada. Naast de inzendingen van de landen is er ook altijd een hoofdtentoonstelling. Die is dit keer samengesteld door de uit Nigeria afkomstige dichter en kunsthistoricus Okwui Enwezor. Hij selecteerde 136 kunstenaars, onder wie 89 nieuwkomers, uit 53 landen. De Biënnale speelt zich af in de Arsenale en Giardini; daarnaast zijn er ook elders in de stad en lagune manifestaties. De Biënnale duurt t/m 22 november.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden