Blauwe kouwe stad

We willen graag aan het water wonen. Aan een rivier, een gracht, een singel, een plas, een meer, de zee. Zeggen ze.

Ik kan me er iets bij voorstellen. We vinden het vol hier, in de Randstad is het dringen geblazen. Uitzicht op water biedt uitzicht op ruimte. Ruimte met hemel erboven. Water is bovendien leuk om mee te spelen.

Zelf een randstedeling trok ik met een groepje wijkgenoten naar buiten om even aan de volheid te ontkomen. Achter Groningen, daar is het nog leeg. Daar liggen nog dorpen waar je je achterdeur uitstapt en dan over de velden tot de einder kan kijken.

Dus hebben ze bedacht dat het hier best wat voller mag worden. Maar dan met water erbij. Zo hebben ze de akkers en velden tussen Winschoten, Midwolda, Oostwold, en Finsterwolde onder laten lopen en een nieuw meer geschapen. Aan en soms in dat meer bouwen ze een stad, die ze vanwege dat water Blauwestad noemen. Vijftienhonderd huizen moeten er komen – ’uit de hogere prijsklasse’ en ’op ruime kavels’. Enkelen staan er al. Ze staan op nieuw land aan nieuw water.

Droomhuizen zijn het – in brochuretaal. Maar persoonlijk droom ik niet van zulke huizen. In mijn dromen zijn ze oud en daardoor karaktervol – zoals mensen die veel hebben meegemaakt maar hun humor niet hebben verloren.

Er is iets ernstigs aan jonge nieuwe huizen, ze gaan gebukt onder al de beloftes die ze nog waar moeten maken. Dat water, dat maakt die beloftes nog zwaarder. Ze noemen het Blauwestad, maar erg blauw kun je dat water niet noemen. Donker is het, zwart bijna. Er gaat iets dreigends van uit.

Ze hebben er van alles aan gedaan om het water op te vrolijken. Ze hebben het gezuiverd voordat het in het nieuwe meer werd ingelaten en volgens de geruchten zou het al vis bevatten. Ze hebben er bij Midwolda een strand tegen aangelegd. Ze hebben er een architectonisch mooie fietsbrug overheen laten zweven en er een net jachthaventje in vastgeklonken. Straks komen er nog rietkragen ter decoratie.

Maar toch. Het water blijft stil en kil. Het ligt daar maar tegen je beschoeiing aan te likken, wachtend op het eerste zwemongeluk, muggenkoloniën uitbroedend en rattennesten. Ze ziet visioenen voor je van beschimmelde droomhuizen, met de palen van hun aanlegsteigers in de stinkende brei van blauwalgen en dode aalscholvers.

We fietsten om de plas – een tocht van 26 kilometer. Veel wind, hij maakte kleine golfjes op het water. Het vuurrode infocentrum van de Blauwestad stond er fier bij en ademde optimisme en pioniersgeest. Erachter, aan geulen, vaarten en kanalen de eerste huizen, heel bloot nog – zo zonder tuin om ze aan te kleden. Vanaf de A 7 waaide verkeerslawaai over het water. De blauwe stad is voorlopig nog een kouwe stad. Leeg is het er wel.

We reden terug naar de Randstad. De file begon bij Zwolle.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden